Een ongelofelijk verhaal

Een ongelofelijk verhaal

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Een ongelofelijk verhaal – PopUpGedachte vrijdag 27 januari

Het is nog donker buiten, maar niet lang meer. Sterren zijn nog zichtbaar, een auto start, de dag nadert. Er is wat gestommel in huis. We hebben een gast en die moet vroeg weer vertrekken, naar Antwerpen. Hij gaf een lezing gisteravond, eentje waar ik de rest van jaar op zal teren zo niet langer. Een ongelofelijk verhaal.

Zijn naam is Jan de Cock, jawel, met c-o-c-k en hij schreef het boek Hotel Prison, de wereldreis van een tralietrotter. Er zit een steekje los bij de man, of liever een hele rits aan steekjes of ik heb iets niet begrepen en ik vind die laatste optie aangenamer en hoopvoller. Hij heeft iets gezien, een weg gevolgd die blijkbaar bestaat.

Hij werkte in het ziekenhuis en in de gevangenis, ter ondersteuning van zieken en gevangenen. En realiseerde dat het nodig is om zelf in de positie van degene die je verzorgd te zijn geweest om te weten wat je moet doen en hoe. Een arts die in zijn eigen ziekenhuis heeft gelegen, zal anders gaan handelen. Dat is bijna altijd waar. Jan begon te spelen met het idee om zich te laten insluiten met gevangenen. Dat ging niet vanzelf, het gebeurde wel op den duur en het begon met maanden Afrikaanse gevangenissen. De hel op aarde. Met 250 op een cel van 50. Om beurten slapen. De behoeftes van iedereen in een grote ton in de hoek. Veertig centimeter ruimte de man. En daar lag Jan. Niet anders behandeld dan enig ander. Het lijk van een van de overleden gevangenen bleef dagen tussen de anderen liggen, want de bewakers wilden niet opendoen.

En met een grote glimlach en twinkelende ogen staat hij te vertellen. Over Congo, en zoveel anderen. Over de solidariteit onderling, de waardering. Desgevraagd ook in een bijzin over bedreigingen, slaag en fysieke ellende. Jaren van de ene gevangenis naar de andere en geen blijmoediger man dan Jan.

Terwijl hij wakker wordt om zijn trein te gaan halen, sla ik de oude profeet Jesaja open. Dit staat er vanochtend: ‘God de Heer gaf mij een vaardige tong, waarmee ik de moedeloze op kan beuren.’ Als er iets gebeurd is gisteravond bij die lezing van hem bij onze PopUpAcademy dan dat. Wat een geluk moet je hebben om in een hellhole in Afrika Jan in je cel te treffen. Denk ik dan. ‘Elke ochtend’ staat er ‘wekt hij mijn oor, zodat het toegerust is om aandachtig te luisteren.’ Alsof Jesaja speciaal voor deze lezing een stukje heeft zitten schrijven. ‘God de heer heeft mijn oren geopend en ik ben niet teruggedeinsd’.

Jan luistert. Met open oren. En hoort in de wind en in de wereld een fluistering van een bewogen ziel, heel oud, goddelijk, die hem vraagt om deel uit te maken van het leven van gevangenen en zieken. En hij is niet teruggedeinsd. Niet van verschrikkelijke smerigheid, de honger, het fysieke en mentale gevaar. Gek genoeg. Hij is gek. Dat moet wel. Of niet. Dan zijn vele anderen niet gek genoeg, dat kan ook.

In de PopUpKerk is expliciet spreken over geloven een zeldzaamheid. Het is altijd zoekend, verkennend, zelfkritisch. Jan, aan het eind van zijn verhaal heeft iets laconieks. Hij gelooft iets en ziet het gebeuren. Wat ik me dan nu pas weer herinner: op Lesbos, tijdens ons bezoek aan vluchtelingenkampen en op andere plekken waar je niet wist wat je kwam doen, maar wel voelde dat je er moest zijn, spraken we over WVO’tjes. Afgeleid van BVO’tje, Biertje voor Onderweg. Wij kregen de hele tijd Wondertjes voor Onderweg. Dat was geen christelijke of gelovige uitspraak, want ons reisgezelschap was dat niet, niet compleet. Maar dit was onontkoombaar. WVO, wondertjes voor onderweg.

Jesaja zegt dit nog: ‘Wie van jullie heeft ontzag voor de Heer? Wie luistert?’ En dan niet luisteren in de zin van bevel is bevel, maar opvangen van de fluistering denk ik. ‘Wie luistert? Hij die door de duisternis gaat en geen licht meer ziet en die dan vertrouwt (op de naam van de Heer).’

Geen licht meer zien is geen teken van ongeloof of gebrek aan vertrouwen, het is wat gebeurt. In het leven van ons, van mensen die we kennen en zeker in allerlei levens van mensen in nog veel minder fortuinlijke omstandigheden. Dat gebeurde Jan ook. Geen licht meer zien. En dan.

Vanaf dat donkerste moment gaat hij niet meer slapen, vertelt hij, voor hij drie mooie dingen van de dag heeft opgeschreven. En, zegt hij, in het begin was dat móeilijk. Piekeren, doorhalen, weer denken, de dag aan je voorbij laten gaan tot je het hebt. Het werd allengs makkelijker. Het begon op te vallen, je registreert het overdag al. Het plezier kun je van het gezicht van deze man scheppen. Is dit persoonsverheerlijking? Hij heeft iets geboden waar wij allemaal daar gisteravond in de PopUpAcademy ergens diep naar verlangden. Dat vertrouwen. Hij heeft het getest, op zijn manier. Met gezond verstand, een logica vanuit ervaring en vertrouwen, misschien een steekje los en voortdurende bevestiging dat het zíjn weg is om te gaan. ‘Wie is mijn tegenstander in deze zaak? Laat mij mij tegemoet treden, ‘schrijft Jesaja nog ‘God de Heer zal mij helpen, wie zal mij dan veroordelen…’

Hij vertrekt naar Antwerpen, de hoop en het vertrouwen blijven hier nog wel even zweven. Tot frustratie wellicht, want wat is mijn weg. Maar die frustratie mag weg, dat is teveel geldingsdrang. Vertrouwen, was het toch? Prima.

Jesaja 50:4-11

Galaten 3:15-22

Marcus 6:47-56