De Totaalmens

De Totaalmens

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

De Totaalmens – PopUpGedachte maandag 16 januari

De wekker van zes uur begint langzaam te wennen, lijkt het. Zo’n eerste week na een pauze is vrij slopend, maar langzaam geeft het lijf zich gewonnen aan een nieuw ritme. De kinderen slapen, de stad slaapt nog grotendeels. Voor ik de bijbelteksten opensla, die deze dag weer gelezen worden door allerlei monniken overal, sta ik even op mijn balkon. En er is iets anders. De lucht voelt anders en ziet er anders uit. Maar wat. Het lijkt donkerder? Maar de wolken zijn lichter. Wacht, de hemel begint weer blauw te worden, diepdonkerblauw en de wolken reflecteren een heel klein beetje licht. Voor het eerst sinds lange tijd begint om zes uur de hemel weer een beetje lichter te worden. Het nieuwe jaar is begonnen en de zon keert terug, heel langzaam maar wel degelijk.

Iets van die grootsheid klinkt door in het Jesaja-fragment vanochtend: ‘Dit zegt de heer van de hemelse machten, ik ben de eerste en de laatste, er is geen god buiten mij’. Wie nog een andere god vindt, moet die loceren binnen de grootsheid van die ene. Die onnoembare, dat mysterie, waarvan de Joods-christelijke traditie leert dat hij zich behoorlijk heeft laten kennen. En dan staat er: ‘Je bent mijn dienaar, ik zal je niet niet vergeten. Keer terug naar mij, ik zal je vrijkopen.’

Dit werd gezegd toen tegen dat Joodse volkje, maar die stonden altijd symbool voor de hele wereld. De mensheid. Ik zal je niet vergeten, mensheid. Ik zal je vrijkopen. Waaruit? Al die mechanismes die zorgen dat jij, mens, geen andere mogelijkheid ziet dan de ander en de wereld kapot te maken, omdat je bang bent dat je het niet overleeft, omdat de wereld nou eenmaal zo is, dog eat dog, omdat je niet over je wilt laten lopen en je moet laten zien wat je waard bent. Zoiets. Uit dat systeem de mens vrijkopen? Ik zou er een moord voor doen. Oh wacht, dat hoeft dan niet meer. Of mag niet meer. Nou, in elk geval, dat waaruit we vrijgekocht moeten worden zit diep in onze Nederlandse taal verankert. Een moord. Nou, nou.

Dat de mens weer mens wordt. Dat ik weer klop. Weer dienaar. Niet in de serviele onderdanige zin van het woord, maar dat je de roeping lééft, in dienst van het grotere geheel, dat idee. Een mens uit één stuk. In zo’n jaar waarin januari nog maar op de helft is en de zon langzaam terugkeert, zou je willen dat je groeit dit jaar. Dat je totaler wordt. Rustiger. Dat dit jaar de agenda niet met je op de loop gaat. Dat dit jaar rust is. Dat dit jaar…

In de brief aan de Efeziers heeft Paulus het over zo’n mens. De Volmaakte Mens. De Totaalmens. De Nietzschaanse Ubermensch. Met innerlijke samenhang, alles heeft zijn betekenis, hoofd communiceert met hart, alles heeft samenhang, wordt ondersteund en bijeengehouden, ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door liefde. Zo’n samenhangend mens te zijn, voelt krachtig, onafhankelijk, doelgericht, zinnig.

Paulus heeft het alleen niet over een individu. Die groei, die volmaaktheid, die eenheid waar hij over praat. Die soepelheid en schoonheid als de David van Michelangelo is niet individueel, dat kan niet. Dat beheer van de agenda – dit jaar wel – dat rust houden in het leven – dit jaar wel – dat gaat niet alleen. En dat weten we wel, toch probeer ik dat elk jaar opnieuw, alleen.

Hier staat: Ieder heeft gaven ontvangen in die christelijke community waar Paulus aan schrijft, in het Griekse Efeze, en hij smeekt of ze samen willen proberen een eenheid te vormen, in vrede, totdat allen samen door geloof (hoop) en begrip van hoe Jezus dat deed, zich overgeven met alles wat hij had, totdat allen in die club door dat geloof en dat begrip een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens. De volmaakte mens, wat dat ook zijn moge, bestaat niet op zichzelf, die bestaat in gemeenschap, in verbinding met anderen. Waar ik ook heen wil groeien in mijn leven, met anderen. En met geloof en kennis. En als Jezus iets voorstelt in de manier waarop hij leeft, dan daarnaar toe groeien met anderen die diezelfde hoop of geloof delen, dezelfde fascinatie desnoods.

Met wat als resultaat: ‘Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn.’

Het fake-news, de manipulatie, de verkoper, al die typjes hebben dan geen invloed meer. De samenhang is dan te sterk.

Ik vind het bemoedigend dat het verlangen naar groei niet weg hoeft – omdat het toch maar teleur zou stellen – maar dat het ook realistisch is om alle groei niet van mezelf te verwachten, ook als het gaat om de simpele groei naar meer rust of naar meer evenwicht in mijn leven. Daar heb ik anderen voor nodig. Met dezelfde drive. Onder dezelfde sterrenhemel. In eenzelfde besef dat we misschien wel ergens toe geroepen zijn. En zo verbindingen maken, als pezen die het lijf bijeenhouden en communiceren met hoofd, hart en ziel. Met God zelf. Opdat we onze plek innemen.

De lucht licht nog maar net wat op, het jaar is nog maar net begonnen, nog alle tijd om mensen te verzamelen, verbanden te verdiepen en te verstevigen om meer en meer thuis te raken in het ondermaanse.

Jesaja 44:6-8, 21-23

Efeziërs 4:1-16

Marcus 3:7-19