Waarom we de dingen doen

Waarom we de dingen doen

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Waarom we de dingen doen – PopUpGedachte maandag 23 januari

Het is maandag. Een nieuwe krakend verse week en krakend koude dag liggen te wachten. Vandaag de vraag: Waarom doe ik wat ik doe? Die hele oude, knagende vraag, als de dingen niet gaan zoals ze moeten gaan. Als ze wel gaan zoals ze moeten gaan, is die vraag minder nodig. Al wordt die dan ook gesteld, bij heel veel succes of teveel gemak of een gevoel van onbehagen tijdens het werk. Waarom doe ik wat ik doe?

‘Omwille van mijzelf, doe ik dit,’ roept JHWH, de god van Israel, de ziel van de wereld, en hij roept het tot diep in de ziel gefrustreerd, ‘omwille van mijzelf doe ik dit. Want hoe zou mijn naam ontwijd kunnen worden. Ik deel mijn majesteit niet met een ander.’ Hij heeft zijn ziel en zaligheid uitgeleverd aan een volkje, deze maker, dat hem moet representeren op deze aardbol en dat zo beroerd doet dat hij het wil vernietigen in woedende gekrenktheid en tegelijk het toekomst wil bieden omdat het zijn enige vooruitgeschoven post op die hele aardkloot is, die hij toch echt weer terug wil winnen van de duistere, egoïstische krachten die rondwaren in zíjn maaksel.

Omwille van mijzelf, doe ik dit. Omwille van dit ene verhaal wat ik te vertellen heb. Om nog maar weer een stap te zetten.

Er is een oud Joods verhaal, waarin een man een aantal gasten in zijn huis onderbrengt die horen bij de vijand – of om andere reden werkelijk gehaat zijn door de rest van de stad – al snel kloppen de stadsoudsten op zijn deur om zijn gasten uit te leveren. Het wordt een opstootje, de hele stad loopt te hoop, de situatie wordt onhoudbaar maar de man houdt stand: ‘gastvrijheid is heilig. Dit zijn mijn gasten. Klaar. Ik geloof in de heiligheid van de gastvrijheid, het is mijn goddelijke opdracht, ik sta hier, ik kan niet anders’ zegt hij terwijl hij de deur afschermt voor iedereen die naar binnen wil. In deze totaal overspannen situatie daalt dan eindelijk God zelf af uit de hemel en spreekt de gastheer toe: ‘goed gedaan, goed volgehouden, maar het is goed zo. Lever ze maar uit.’

De man kijkt met een verbeten blik omhoog en zegt: ‘nee, niks daarvan. Ik ken jou langer dan vandaag. Gastvrijheid is jou heilig. Punt. Deze mensen blijven hier.’

En met een grote glimlach trekt God zich terug in de hemel. Eindelijk, hoor je in de windvlaag zuchten die om het huis en de menigte fluistert en de stad druipt af.

Waarom? Omdat het zo moet. Omdat het klopt. Omdat het zuiver is. Ooit leerde ik in de ethiek dat sommige dingen zo moeten omdat ze in de geboden geschreven staan, maar dat was dun ijs. Want een gebod kun je omzeilen, je kunt je aan de letter houden en de geest verwaarlozen, etc. Toen leerde ik dat het om het nut en het effect gaat, maar ook dat is dun ijs. Want dan had de man zijn gasten uitgeleverd. Beter dat één mens sterft, dan dat een heel volk verloren gaat, toch? Het was de tekst waarmee hogepriester Kajafas vrede probeerde te sluiten met het feit dat ze Jezus van Nazareth hadden laten lynchen. Er was uiteindelijk maar één ethiek, de deugdethiek. Waarom iets doen, omdat het deugt. Omdat het goed is en mooi. Niet zo helder als een gebodsethiek, en minder zichtbaar-effectief dan een ethiek van het nut. Maar wel mooi. Veel mooier. En een manier om zelfstandig denkende mensen te creeren die tegen God zelf zeggen: ‘ik ken jou langer dan vandaag. Die gastvrijheid is jou heilig. Punt.’

Paulus zegt vanochtend in felle brief aan de Galaten: ‘Wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat ik u heb verkondigd – al was ik het zelf of een engel in de hemel – vervloekt is hij’. Ze hebben dat rucksichtlose deugdevangelie alweer aan de wilgen gehangen en zijn toch weer regels gaan volgen en hij is pisnijdig. Iets anders, al was ik het zelf… Hij verwacht zelfstandig denken en handelen, zodanig zelfs dat als hijzelf iets nieuws brengt dat ze hem op zijn nummer zullen zetten.

Waarom de dingen doen? Omdat je ze wil. Omdat je weet dat ze kloppen. En als dat nog niet zo is, blijven graven en zoeken en leren. Het hoeft niet allemaal meteen te kloppen, dat kan helemaal niet. Maar die momenten dat je weet dat je de dingen doet, omdat ze móeten, innerlijke noodzaak, deugdelijke drive, die momenten koesteren. Voor jezelf. Omwille van jezelf.

Jezus van Nazareth loopt vanochtend mee met een Romein wiens dochter op sterven ligt. Onderweg krijgen ze te horen dat het twaalfjarige meisje gestorven is. Jezus laat iedereen vertrekken behalve ouders en een paar van zijn leerlingen. ‘Hij pakte de hand van het meisje,’ staat er ‘en zei tegen haar: Talitha koem! In onze taal betekent dat, meisje, ik zeg je, sta op! Meteen stond het meisje op en begon heen en weer te lopen.’ Absurd, maar mooi. Te mooi. Jaloersmakend mooi voor iedereen die geliefde gestorvenen kent. Boosmakend mooi, dan ook. Maar fascinerend wat erop volgt: ‘Hij drukte hen op het hart dat niemand dit te weten mocht komen en zei dat ze haar te eten moesten geven.’

Zwijg hierover. Alsof hij het per ongeluk heeft gedaan. Iets wat moest gebeuren maar wat nogal wat stof zou kunnen doen opwaaien. Te vroeg, teveel, dan kom je niet meer toe aan je gewone werk, zoiets. Stil zijn, zwijgen. Hij heeft het gedaan omdat het moest maar vreest wat er van komt.

Dat werk. Die deugd. Zo de week ingaan. De dingen doen omdat ze móeten. Niet van de baas, niet van je agenda, die moeten ook gewoon, maar dat zijn de kaders. Daarbinnen en daarbuiten ligt klaar wat moet, wat deugt, dat moed vraagt en geloof of hoop heet. Veel goeds

Jesaja 48:1-11

Galaten 1:1-17

Marcus 5:21-43