Tijd voor nieuwe zakken

Tijd voor nieuwe zakken

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Tijd voor nieuwe zakken – PopUpGedachte vrijdag 13 januari

Ben je al een oude zak? Een beetje krakemikkig van lijf of geest. Niet meer zo soepel en plooibaar geworden intussen. Of ben je eigenlijk nooit soepel en plooibaar geweest? Worden sommige mensen als oude zakken geboren? Dat kan haast niet, dat red je niet. De een wordt wel sneller mentaal een oude zak dan de ander, sommigen worden later juist weer soepel van geest.

Jezus van Nazareth noemt sommige van zijn tijdgenoten oude zakken. Preciezer gezegd: de manier waarop zij hun godsdienstigheid vormgeven en zich daarin vastbijten is een oude zak. Hij wil nieuwe zakken en trekt met 12 leerlingen op, hij prepareert hen als nieuwe zakken waar jonge, nog gistende en werkende wijn in kan. Blijkbaar moeten we voor het echte christendom nieuwzakkerig leren denken. Omdat het verhaal, de wijn die in die kameelharen zakken hoort – dat stel ik me tenminste voor, zakken van kameelhaar waar wijn in bewaard wordt – omdat het verhaal van de wereld en haar toekomst zoals JC dat verkondigt niet stilstaat, het vraagt om een soepele geest. Het is altijd weer breder, anders, dwarser of koppiger dan een oude zak aankan.

‘Niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren ze open en gaat de wijn verloren, net als de zakken zelf. Jonge wijn hoort in nieuwe zakken.’

Hij zegt dit omdat zijn leerlingen niet vasten op de vastgestelde tijden, terwijl andere leerlingen van rabbi’s dat wel doen. En hij zegt dit na een feestmaal met tuig, landverraders: ‘zondaars’ zoals dat heet. Een tollenaar is een belastinginner van de vijandige overheid, die met die macht in de rug zijn volksgenoten uitknijpt. Verrrader van volk en vaderland voor eigen gewin. Van dat geld heeft één van hen een feestmaal aangericht, er komen nog veel meer verraderlijke vriendjes op af en Jezus van Nazareth schuift aan. De organisator van het feestje had hij de vorige dag gevraagd om zijn baan op te geven en met hem op pad te gaan als rabbi-leerling. Dat had de man meteen gedaan en nu gaf hij een feest.

Omstanders, met name religieuzen spraken er schande van. Wijn zuipen en eten met dat tuig. Jezus antwoord is simpel: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, zieken wel. Ik kom niet om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’

Terwijl de beroepsgelovigen zo zuiver mogelijk proberen te leven, zich afkeren van alles wat fout is en dus ook niet rondhangen met mensen die de hoop hebben opgegeven, die de boel verraden, trekt JC juist met die mensen op. De switch in het hoofd is maar moeilijk te maken. Oude zakken worden stug, plooien niet meer mee. Jezus roept ook wel dat er een soort kinderlijke geest nodig is. En ik vraag me altijd af wat er wordt bedoeld maar één van de dingen die ik zie is dat kinderen zich makkelijk laten afleiden. Dat ze de ene keer een hekel hebben aan een klasgenoot, maar er hoeft maar iets te gebeuren of dat is voorbij, dan zijn ze weer de beste vrienden. Ze laten zich makkelijk afleiden, als iets leuk is gaan ze erin mee. Want feest is feest tenslotte, je hoeft daar verder niet over na te denken of dat het goede moment is of het feest wel klopt, wie het organiseert. Gewoon vieren.

Die kinderlijkheid.

Op de radio werd een man geïnterviewd, zo’n boze blanke man. Hij vertelde over zijn frustraties en werd gevraagd naar zijn hoop. Hij zei: ik wil dat Nederland weer een plek is voor iedereen, wat voor geloof dan ook. Dat mensen elkaar de ruimte gunnen, zich leren aanpassen. En daarom stem ik Wilders.

Chagrijnig riep ik iets over de achterlijkheid van die keuze. Hoe kon je! Mijn vrouw vond het prachtig. Niet mijn gechagerijn, maar wat die man wilde. We verschillen niet veel van elkaar, die man en ik. We verlangen hetzelfde. ‘Maar kijk eens wat hij gaat stemmen, zo maak je het kapot’. Minder belangrijk oordeelde mijn vrouw dan het besef dat we hetzelfde verlangen delen.

Ik was een oude zak. Niet plooibaar, vast in een groef over hoe te handelen. Zij was soepeler, plooibaarder, in het besef dat niet alle wijn hetzelfde werkt, hetzelfde voelt, dezelfde weg volgt.

In de PopUpKerk proberen we de verbinding te leggen met de Islam omdat het terugtrekken op het Joods-christelijk eigen gelijk bij angst voor vreemdelingen typisch iets is voor oude zakken. Die hebben hun recht hoor, daar zit ook wijn in maar oude wijn. Er moet nieuwe wijn te vinden zijn, het is tijd voor nieuwe zakken. Wat en hoe weten we nog niet, eerst maar eens de verbinding leggen, een nieuwe oogst voorbereiden, zogezegd, opdat er nieuwe wijn geschonken kan worden, later.

Ik weet niet wat voor nieuwezakkerigheid er allemaal nodig is, maar als het terugtrekken op het eigen gelijk slachtoffers maakt, uitsluitend is naar mensen die het het hard nodig hebben, dan zou dat een teken kunnen zijn van hardgeworden leer. Tijd voor nieuwe zakken.

Jesaja 42:10-17

Efeziërs 3:1-13

Marcus 2:13-22