Mag ik de eerbied weer terug?

Mag ik de eerbied weer terug?

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Mag ik de eerbied weer terug – PopUpGedachte donderdag 18 januari

Het is alweer jaren geleden dat ik als student tegenover een van de kerkpioniers van Amsterdam zat, samen met mijn DJ-maatje en huisgenoot in een kroegje in de stad. We hadden eerder die maand staan draaien op een feest, een bruiloft, waar hij ook een rol had en ondernemend en scoutend als hij is, dacht hij met deze feestvierende jongelui mogelijk wat pionierend vlees in de kuip te hebben. Biertje in de stad dan maar. Zorgen dat die jongens niet te snel uit arremoede dominee worden, want die denken natuurlijk: wat moet je anders met een studietheologie. Het is klassiek dominee worden of bij de post gaan werken omdat je werkelijk bijzonder weinig anders kunt met een briefje van een theologische universiteit van een klein orthodox kerkje.

We raakten in gesprek over leven, god, kerk, voetbal, films, stad en hij vroeg ons op een gegeven moment: wie zijn jullie voorbeelden? We vielen stil, keken elkaar eens aan en vroegen hem wat hij bedoelde. Mensen, theologen, ondernemers, wie dan ook waarvan je zegt: zoals hij het doet, wat hij aanpakt, wat hij schrijft, daar geloof ik in, dat wil ik volgen, daar wil ik alles van weten.

Ontkennend schudden we allebei ons hoofd. Nee, dat hebben we niet. Geen idee. Hij reageerde wat fel met: ‘maar dat is belangrijk jongens. Dat moet je weten hoor!’

Wij dachten het zelf wel te weten. Kind van onze tijd. Een beetje leren, uniek zijn, en zelf uitvogelen. En dat is aardig maar ook klungelig. Want zo leer je natuurlijk niet. Je leert door meesters, mensen die je volgt, ‘dient’ is een groot woord maar zo is het natuurlijk wel gegaan in de geschiedenis, leerling dient meester, leert wat, wordt gezel, krijgt verantwoordelijkheid, reist langs meerdere meesters, levert meesterproef af en wordt zelf meester. Je doet geen opleiding om dan vervolgens meester te zijn, of master. Kom zeg, daar is wel wat meer voor nodig. Wat dat betreft is die oude doctorandus titel waarmee ik nog afstudeerde wel aardig. Je hebt nu 6 jaar gestudeerd, uitgesmeerd over acht in mijn geval, kon allemaal nog en nu ben je geen doctor in je vak, je bent iemand die nog doctor moet worden. Prachtig. Eerbied is dat. Eerbied voor wijsheid. Eerbied voor het vak, eerbied voor mensen die alles hebben gegeven of werkelijk iets hebben gevonden. En dat hadden we niet, eerbied. Was een oud woord, een oude term en ik wil het eigenlijk wel weer terug. Eerbied voor de natuur, die met stormen, ijzel, wind zo verschrikkelijk sterk kan zijn en op andere dagen weer zo lieflijk dat ik me bijna persoonlijk gekoesterd voel. Eerbied voor de ander, die er is, die gemaakt is, die andere mens die zo waanzinnig in elkaar zit dat we met de grootst mogelijke moeite en de meest verfijnde wetenschap hele kleine onderdelen ondertussen kunnen namaken van die ander maar dat is het dan ook. Waanzinnige machineriën zijn die anderen en jijzelf, om het even technisch te zeggen.

Vandaag zegt Jesaja, en daarom kom ik erop: ‘wee degene die de strijd aanbindt met hem die door mij gevormd is. Zegt klei soms tegen wie hem vormt: wat ben jij eigenlijk aan het maken? ‘of ‘deze pot heeft niet eens oren? Dit zegt de Heer, die Israel gevormd heeft (oude tekst dit uit de geschiedenis van dat Joodse volk) Dit zegt de Heer, willen jullie mij iets voorschrijven omtrent het werk van mijn handen?’

De mens die weet dat als het nu zus of zo was georganiseerd in de wereld of als hij of zij het nu voor het zeggen had, dan… En dan deze oproep tot eerbied, iets van afstand. Niet je mond houden maar het grote geheel zien. ‘Met de maat waarmee jij meet, zal jou de maat genomen worden’ zegt Jezus van Nazareth in de tweede lezing van vandaag. Voorzichtigheid geboden, niet angstvallig maar wel in het besef dat mijn roekeloze, student-achtige, eigenwijsheid op een gegeven moment natuurlijk ontmaskerd moet worden. Ik heb de wijsheid niet in pacht, sterker nog, ik heb de wijsheid nog niet eens gevonden, ik heb er nog niet eens mijn best voor gedaan want ik heb enkel een studie opgepakt en denk nu wat te weten. Als ik iets moet weten na mijn studie is dat ik heel weinig weet – niet om het dan op te geven en anderen die wel iets menen te weten de maat te nemen. Maar om me toe te leggen op wijsheid. Op mensen die ik gezag wil geven. Op makers in mijn vak, theologen, maar ook kunstenaars, ondernemers, waar zit de wijsheid.

Het was bevrijdend, uiteindelijk, die vraag van die kerkpionier. Want ik keek om me heen naar wie ik zou willen volgen, wie de dingen op een mooie manier deed, of zei of schreef in plaats van te denken dat ik nu de mooie, wijze, krachtige beslissingen moet nemen in mijn werk. Want ik heb iets geleerd en ben geen 15 meer. Dat laatste is natuurlijk waar maar op je zeventigste iets van wijsheid opgedaan hebben omdat je in de jaren daaraan vooraf werkelijk hebt willen leren, met een soort eerbied, van anderen die iets hebben gezien, dat is natuurlijk vroeg genoeg. Hoe zouden we dat kunnen op ons dertigste.

Paulus zegt tegen het kerkje in Efeze, derde tekst: aanvaard elkaars gezag uit eerbied voor Christus. Dubbele eerbied, gezag geven aan de ander waar die dat verdient. Als je met die maat meet, zal ik misschien zelf ook ontdekken gezag te krijgen van anderen, maar voorzichtig, niet te vroeg. Eerst maar eens leren.

De eerbied terug. Ik vind het een fantastisch woord. Eerbied voor stilte, voor natuur, voor wijsheid, voor grijsheid, al zijn er natuurlijk ook absoluut onwijze grijzen, voor eten, voor de ander, de directe ander die in mijn leefomgeving opduikt. Eerbied. Ik ben voor.

Jesaja 44:24 45:7

Efeziërs 5:1-14

Marcus 4:1-20