Mijn Jezus, mijn redder

Mijn Jezus, mijn redder

Wat zegt het nog dat ik christen ben? Wie is Jezus voor me? Die vragen kwamen bij Alain langs toen hij Thierry Baudet (als zoveelste politicus) zag praten over de christelijke wortels van onze cultuur. Een heel persoonlijk antwoord.

Ik keek even naar de Tafel van Tijs. Deze week had de EO-redactie gekozen voor iemand aan de rechterkant van het politieke spectrum. Thierry Baudet. Thierry wil dat we de christelijke cultuur weer meer gaan waarderen. Als politiek of religieus program volstrekt niet serieus te nemen, maar als experimenteel kunstproject kon ik zijn optreden hogelijk waarderen.

Toch moet ik niet oordelen. Thierry is agnostisch cultuurchristen, zegt hij zelf. Ben ik ook. Hij vindt dat je de waarheidsclaims van het christendom niet allemaal hoeft te geloven om je toch christen te mogen noemen. Vind ik ook. Hij wil dat kinderen op school eens wat van het christendom leren, zodat je minder cultuur-religieus analfabeet krijgt. Helemaal eens.

Waarom dan mijn weerzin tegen Thierry’s flirt, los van zijn nauwelijks onderdrukte spottende grijns, de populistische islamofobe achtergrond van zijn voorstel en het feit dat het item nogal opportunistisch en oppervlakkig overkwam? De laatste tijd mailen verenigingen me regelmatig met de vraag of ik een lezing over mijn persoonlijk geloof wil komen geven. Wat is mijn persoonlijke geloof, wie is mijn Jezus en in hoeverre verschilt hij van die van Thierry?

De Jezus van Justin Welby is het ook niet voor mij

Onderstaand filmpje kwam langs. Je ziet de Britse kerkbaas Justin Welby die in slowmotion hardloopt en zijn hond aait onder begeleiding van pianomuziek. Een mooi filmpje waarin de man vertelt over zijn persoonlijke geloof. Dat hij wandelt met Jezus, dat Jezus hem altijd gedragen en gesteund heeft, dat Jezus er altijd bij was. Aan het eind geeft hij het startsein voor een gebedsronde. Zodat veel andere mensen deze Jezus ook mogen leren kennen.

Een ontroerend filmpje, en Justin Welby is voor mij in velerlei opzicht een grote held. Ik vind het dan ook jammer om te moeten constateren dat ik niets herken van de Jezus die hij schetst. Graag zou ik leren van de bescheidenheid, het vertrouwen en het profetische rechtvaardigheidsgevoel van de aartsbisschop van Canterbury.

Maar zijn Jezus, zijn redder is niet mijn Jezus, mijn redder. Mijn Jezus is niet, en wordt nooit, de vriend die Welby schetst. Daarvoor vechten wij te veel, hij en ik.

Toen kwam Sufjan

Ik vond mijn Jezus bij de zanger Sufjan Stevens – niet in een van zijn ogenschijnlijk zoetgevooisde liedjes, maar in een blog op zijn site. Over een Jezus die zegt dat je je moeder en vader moet haten en je vijanden moet liefhebben. Liefde tegen elke prijs. Je kruis op je nemen, sterven aan jezelf. Je leven verliezen om het te behouden. Want het leven dat we leven is niet van onszelf.

sufjan-stevens

Normaal is de christelijke moraalridder in mij gevoelig voor deze sneren naar de Trumps (want zo is het natuurlijk bedoeld). In de naam van Jezus de onderdrukkers op hun sodemieter geven. Maar er gebeurde deze keer eigenlijk iets heel anders. Ik werd onpasselijk van de woorden van Sufjan (en dus van Jezus).

Ik voelde hoe de ijskoude afkeer vanuit mijn hart door al mijn aderen werd gepompt. Wie wil zijn leven in godsnaam verliezen? Welke idioot zou zijn vijand voor zijn vader en moeder stellen? Waarom zou ik mezelf alles ontzeggen om te gaan in het tot de dood gedoemde spoor van Jezus?

Daar vond ik het antwoord. Jezus is het dichtst in de buurt waar de weerzin zich aan me opdringt. Christen ben ik bij gratie van die momenten dat ik het liefst een taart in zijn goddelijke gezicht zou willen gooien. In vechten met God, daar zit mijn vroomheid.

Het grote verschil

Daar verschillen wij dus in, Thierry en ik. Hij als agnostisch cultuurchristen, ik als weinig anders – maar ik heb elke centimeter moeten bevechten. Ik hing over de heilige teksten en vroeg me af waarom, wat en hoe. Ik zag Hem in mijn hoofd aan een kruis hangen en vroeg me af waarom, waartoe, en wie is die gast in hemelsnaam. Ik voelde zijn appèl, altijd, overal, en vroeg me af wat ik moest, waar ik heen, wat ik doen, wie ik zijn moest.

En ik ging de weg. Ergens rondom de Jezus met wie ik nooit verder zal komen dan diepe haat-liefde.

Die weg kost me alles. Mijzelf. Relaties met de kerk die me niet christelijk genoeg vindt, relaties met de anders- of niet-gelovigen die me te christelijk vinden, relaties met het leven dat ik liever had geleid als God niet de bron of de schreeuwend zwijgende leegte onder mijn bestaan was.

Iedere christen heeft zulke persoonlijke gevechten geleverd, en blijft daarna mank lopen. Het is niet je geloofsinhoud die je christen maakt, niet je morele superioriteit of je bijzondere vriendschapsband met de Here, niet dat je het licht verspreidt, begrijpt of hebt gezien, niet je kennis van de kathedralen –

een christen herken je aan de pijn die het doet.