Ken je mij, wie ben ik dan? Weet jij mij beter dan ik? #Moonlight

Ken je mij, wie ben ik dan? Weet jij mij beter dan ik? #Moonlight

Aankomende zondag is het zover: de Oscaruitreiking vindt plaats. Een van de kanshebbers is Moonlight, een film rond de vraag over identiteit. Samuel bekeek ‘m en denkt er nog even over door.

Chiron: “What’s a faggot?”

Juan: “A faggot is… a word used to make gay people feel bad.”

Chiron: “Am I a faggot?”

Juan: “No. You’re not a faggot. You can be gay, but you don’t have to let nobody call you a faggot.”

Er zijn niet veel woorden nodig om Chiron, de hoofdpersoon uit de film Moonlight, in je hart te sluiten. Aan het begin van de film is hij een kind. We zien hem vluchten voor een groep pesters in een achterbuurt van Miami. Daar wordt hij gevonden door Juan, een sympathieke drugsdealer die hem mee naar huis neemt als hij niet wil zeggen wie is hij en waar hij woont. Wie is Chiron nu echt? Het is een van de grote thema’s in deze indrukwekkende film.

De film is opgedeeld in drie delen: de kindertijd, de tienertijd en het jongvolwassen leven van Chiron. En elk deel draagt een naam die hij gekregen heeft van anderen.

Jezelf klein maken en niet opvallen

Eerst is er de bijnaam die hij van andere kinderen krijgt: Little. De naam zegt iets over zijn bouw, maar zeker ook over zijn persoonlijkheid. Iedereen die gepest is, herkent het wel: je maakt je klein en probeert niet op te vallen. Misschien ben je dan de volgende keer niet de klos. Chiron is anders dan de andere kinderen. Hij is tenger en hij spreekt met een zachte stem. Kevin, een klasgenoot, merkt dat Chiron anders kijkt naar hem. Chiron staat nog voor zijn puberteit en seksualiteit is iets verwarrends.

Wanneer Juan hem in het begin van de film meeneemt naar zijn vriendin Teresa vragen ze Chiron naar zijn naam. Hij laat los dat mensen hem Little noemen. Waar Juan dat direct wil overnemen, besluit Teresa hem te noemen bij zijn eigen naam: Chiron. Het is de naam die hem is gegeven door zijn ouders: zijn moeder, bij wie hij woont en die haar crackverslaving betaalt met inkomsten uit sekswerk en een vader die de hele film afwezig is. Vanaf deze eerste ontmoeting wordt Juan een vaderfiguur voor Chiron. Tegelijk is Juan de dealer die er met zijn drugs voor zorgt dat Chirons moeder geen moeder voor hem kan zijn.

Een naam als onontkoombaar lot?

Wat zegt een naam over je? In veel van onze Bijbelverhalen is de naam van een personage een karakterschets. Iets wat al vanaf de geboorte in iemand is gelegd, als een wens en soms een onontkoombaar lot. Sommigen ontworstelen zich aan hun naam, anderen krijgen tegen wil en dank een nieuwe naam, een nieuwe bestemming. Chiron groeit op in een omgeving waarin weinig ruimte is voor vrijheden. Klasgenoten, zijn moeder, ze zijn allemaal spiegels in wie hij zichzelf probeert terug te zien. Want wie is hij nu echt? En door wie wordt hij echt gekend?

Uit het lied Ken je mij van Huub Oosterhuis, gebaseerd op Psalm 139, komt het volgende tekstfragment:

Ik zou een woord willen spreken
Dat waar en van mij is
Dat draagt wie ik ben,
dat het houdt,
Ik zou een woord willen spreken
Dat rechtop staat als mens die mij aankijkt en zegt
Ik ben jouw zuiverste zelf,
Vrees niet, versta mij, ik ben, ik ben
 

Ik moest eraan denken na het gesprek dat Chiron heeft met Juan, terwijl ze naast elkaar zitten in het zand. Juan vertelt over een nachtelijke ontmoeting die hij als kind had met een oude vrouw. Ze vertelt hem dat alle zwarte kinderen er in het licht van de maan blauw uitzien. En dat ze hem daarom ‘Blue’ zal noemen. Wanneer Chiron hem vraagt of hij nu ‘Blue’ heet, ontkent hij dit en geeft hij Chiron een sleutelgedachte mee:

Juan: “At some point, you gotta decide for yourself who you’re going to be. Can’t let nobody make that decision for you.”

Chiron heeft het nodig dat iemand anders zegt dat hij zelf mag ontdekken wie hij is. Is zijn zuiverste zelf te vinden in de woorden die hij voor zichzelf kiest? Of ontdekt hij het alleen in een ontmoeting met een ander?

Hoeveel ruimte is er om je levensbaan te sturen?

In het maanlicht, aan hetzelfde strand, beleeft Chiron, nu een tiener, zijn eerste seksuele ervaring. Zijn leven staat op z’n kop. Hij ontdekt iets. Het anders zijn dan de anderen valt nu op z’n plek. Maar op school is er geen ruimte voor de vriendschap die een nieuwe lading heeft gekregen. Geen ruimte om zijn seksuele identiteit te verkennen. Uiteindelijk worden het pesten en de isolatie hem teveel. Hij haalt uit naar zijn grootste pestkop. Misschien niet het meest verstandige, maar op dit moment is hij een actor en geen slachtoffer.

In de derde akte zien wij hem als volwassen man. Hij is nu groot en gespierd en hij heeft hetzelfde pad gekozen als de vaderfiguur uit zijn jeugd. Met drugsgeld koopt hij een mooie auto en wie het nummerbord ziet, leest de bijnaam die hij van zijn jeugdliefde kreeg. Dan krijgt hij een telefoontje. Het is zijn jeugdliefde. Hij wil hem weer eens zien. Het is razend knap hoe de regisseur in een eenvoudig gesprek zoveel spanning legt.

Wanneer de aftiteling loopt, vraag ik me af hoeveel ruimte Chiron had om zijn levensbaan te sturen. Meer nog: ik vraag me af in wiens licht ik mijzelf bekijk. Wie ben ik, en wie heeft hierin uiteindelijk het laatste woord? Huub Oosterhuis vangt deze worsteling erg mooi in een ander fragment uit Ken je mij:

Ben jij de enige voor wiens ogen
Niet is verborgen van mijn naaktheid
Kan jij het hebben,
Als niemand anders,
Dat ik geen licht geef, niet warm ben,
Dat ik niet mooi ben, niet veel
Dat geen bron ontspringt
in mijn diepte
Dat ik alleen dit gezicht heb,
geen ander.
Ben ik door jou, zonder schaamte,
gezien, genomen,
door niemand minder?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?

Moonlight draait op dit moment in de Nederlandse bioscopen. Bekijk hieronder de trailer: