Oeps, het brood is op

Oeps, het brood is op

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Oeps, het brood is op – PopUpGedachte woensdag 1 februari

Het is venijnig koud buiten. Ik sta nog maar net op het balkon of een koude windvlaag beneemt me de adem, en ik struikel weer naar binnen. Niet zo heel goed voor je hoofd zo’n vroege ontmoeting met de ochtend. Er zijn momenten dat ik daar gewoon ga staan. Dat ik mijn sokken niet kan vinden, winter of geen winter, en de kou me alleen maar warmer lijkt te maken. Dat het even niet uitmaakt, dat je glimlacht tegen de wind: kom maar op. Niet te lang natuurlijk, het wordt echt wel koud, hoor, maar toch even. Alsof er meer is dan enkel kou en logica, ook nog innerlijke warmte, overtuiging, etcetera.

Ik weet niet of jullie The Iceman weleens bezig hebben gezien – ik kom zo op de relevantie hiervan hoor – Mister Iceman, Wim Hof, woont hier ergens in de stad en gaat dus rustig in een bad vol ijs zitten of wandelt in korte broek de Mount Everest op zonder zuurstof. Niet om te showen, niet om zichzelf in het zonnetje te zetten maar om te laten zien dat het kan – met wat eenvoudige techniek. Ik heb het ‘m ondanks de eenvoud toch nog maar niet nagedaan, al is zo’n Everest natuurlijk wel te gek.

Jezus – in de tekst van vanochtend – lijkt een beetje op zo iemand met andere kennis, die geïrriteerd is dat zijn directe leerlingen het maar niet begrijpen. Dat ze bezig zijn met zichzelf, onderlinge concurrentie, hun eigen falen al dan niet. Hier wordt hij écht chagrijnig. So much voor die lieve here jesu met aureool en kindertrekjes.

‘De leerlingen waren vergeten brood mee te nemen, ze hadden er maar één bij zich in de boot.’ Net aan boord gestapt na een confrontatie met de religieuze leiders die hem op de huid zitten. Ze eisen dan uiteindelijk een teken uit de hemel. En Jezus weigert. Ik beeld me in dat zijn vingers jeuken over een teken dat hen naakt en berooid en met een bokkestaart tussen de benen gillend rondjes doet rennen. Teken? Hier teken. Maar hij weigert. Niks geen teken. ‘Cabaretier maak eens een grapje’, zeggen vijandige stemmen in de kroeg. Zij geloven niets van zijn kunnen. Maak eens een grapje. Forget it.

Als ze wegvaren, met dat ene brood aan boord, zegt Jezus: ‘Pas op, hoed je voor de zuurdesem (het gist) van de Farizeeën en voor de zuurdesem van Herodes.’ Dat zijn de twee fronten, de twee rottende substanties (want dat is desem) die een heel deeg kunnen doortrekken. Ongezuurd brood, ongedesemd brood stond voor heilig. Hier wijst hij op iets gevaarlijks. Een gevaar van twee kanten, de kant van de macht, van de realiteit, van het recht. Herodes En de kant van de religie, van de moraal, van de verantwoordelijkheid. Farizeeën. En ze kunnen beide dodelijk zijn.

Ik word in mijn hoop rond vluchtelingen nogal eens bekritiseert met: we hebben ook gezond verstand gekregen, we moeten ook onze verantwoordelijkheid nemen voor ons land. Bonhoeffer heeft ooit geroepen dat dit argument van realiteitszin en verantwoordelijkheid een ongeloofsargument is. En hij kan het weten, want hij streed tegen de grootste zieke redelijkheid die er was, het Duitse Nazi-Rijk (met zijn eigen theologie).

Hoed u voor de zuurdesems, maar zijn leerlingen hebben het er met elkaar over dat ze geen brood hebben. Alsof ze dat woordje zuurdesem gehoord hebben en realiseren: oh ja, geen brood. Stom. Niet aan gedacht. Hij zal wel boos zijn. Slechte leerlingen zijn we. Jij zou toch? Nee, jij. Oh nu heb ik het weer gedaan.. etc.

Jezus dan: ‘Waarom praten jullie erover dat je geen brood hebt? Ontbreekt het jullie aan inzicht? Zijn jullie dan zo hardleers? Jullie hebben ogen maar zien niet? Jullie hebben oren maar horen niet? Weten jullie dan niet meer..’ en hij herhaalt de momenten waarop hij met een paar broodjes en wat vis menigtes van vijfduizend en vierduizend had gevoed en dat er over was. Hoeveel waren er over bij die vierduizend? ‘Zeven manden’, antwoorden ze. Toen zei hij: ‘Begrijpen jullie het dan nog niet?’

En verder gaat het niet. De boot komt aan land. De schrijver vond het wel goed zo. Begrijpen jullie het dan nog niet? Dat gedoe over brood triggert in elk geval een soort fikse woede. Ze bekritiseren zichzelf en elkaar voor iets onbenulligs, omdat ze nog steeds geloven dat zij degenen zijn die hun hoofd erbij moeten houden, terwijl hun meester grote woorden spreekt. Maar hij spreekt niet alleen grote woorden, zelfs eten maakt hij overbodig, of regelt hij, of iets. Tijd om je daaraan over te geven beste leerlingen. Hij heeft een kennis die verder gaat dan jullie. Alsof de leerlingen van de Ice-man met een karrevracht dekens, warme kruiken en schoenen achter hem de Everest opklimmen. Voor het geval dat. Dat gaat helemaal niet. Dat haal je niet. En Wim Hof heeft het niet nodig. Als je nog denkt van wel, heb je hem niet begrepen.

De religieuze leiders vertrouwen Jezus van Nazareth niet, misschien als hij iets te geks goddelijks doet. Maar daar ging het niet over. Het ging over mensen die genezen werden, over liefhebben van wat buiten de boot viel, etcetera. De Romeinse leiders willen dat Jezus van Nazareth buigt, want vertellen mag wel, maar zij bewaken de rust in het land en die is heilig. Ook daar is Jezus niet van overtuigd. Een rust kan ook dodelijk zijn. Dat is zijn focus en eten komt wel. Linksom of rechtsom, op deze weg.

Jesaja 54:1-13

Galaten 4:21-31

Marcus 8:11-26