Je bent het zomaar weer kwijt

Je bent het zomaar weer kwijt

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Je bent het zomaar weer kwijt – PopUpGedachte Dinsdag 14 februari 2017

Hij had een hartinfarct gehad. Al even geleden. Ik vroeg hoe het hem verging ondertussen, terwijl de sneeuw onder onze schoenen knerpte in de duinen van Bloemendaal aan Zee. Een schrale, koude wind waait onze hoofden leeg, de afwisselende vlakken stuifzand en sneeuw doen onwerkelijk aan. De zon schittert, op de achtergrond kabbelt een rustige branding. Het is een goede maandag, even helemaal weg.

Het ging hem ondertussen goed, zei hij. Hij sportte wat, had z’n eet- en leefpatroon aangepast, maar eigenlijk was dat het niet echt. Eigenlijk ging het nooit helemaal daarom, het ging over geleefd worden door de anderen, doorrennen uit loyaliteit, niet meer voelen wat je zelf vond of dacht of hoopte of verlangde, maar leveren, presteren, je zelf laten ondersneeuwen en iemand creëren die je zelf niet bent omdat je niet gelooft dat het zelf dat je bent er toe doet of er mag zijn. Zoiets.

Na zo’n heftige hartzaak ben je wel alert. Dan leer je de grenzen in acht nemen en je eigen weg gaan. Het leven is dankbaar en kostbaar en uit één stuk. Maar je bent het ook zo weer kwijt.

‘Waar is hij, die zijn volk door de zee voerde’ schrijft Jesaja vanochtend, ‘waar is hij die hen bezielde met zijn Heilige Geest, die Mozes terzijde stond, die door de diepte leidde.’
Dat gevoel dat er momenten waren dat je samenviel met jezelf, wist wat je wilde, je geloof of hoop of liefde onderdeel was van je dagelijkse leven en je handelingen allemaal op de een of andere manier bezield waren, begeesterd. En je bent het zomaar weer kwijt.

Vanochtend loopt Jezus met zijn vrienden richting de tempel en veegt het tempelplein schoon. In een soort begeesterde frenzy smijt hij tafels van geldwisselaars omver ‘en de stoelen van de duivenverkopers, hij liet niet toe dat iemand voorwerpen over het tempelplein droeg. Hij hield de omstanders voor: ‘Staat er niet geschreven: ‘mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn’? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’.

De geest was verdwenen. Het was een commerciële aangelegenheid geworden. Allemaal heel praktisch, want een beetje geld meenemen en op het tempelplein een dier kopen om te offeren is heel wat praktischer dan een schaap van huis meesleuren dat dan niet mee wil, rukken en trekken, de hele weg, niet te doen. Praktisch. En verworden tot een geestloze bende, aldus Jezus van Nazareth. En hij maakt nogal een statement. De leiders van het volk gaan op zoek naar een mogelijkheid om hem uit de weg te ruimen, ‘ze waren bang voor hem’ staat er ‘omdat het hele volk in de ban was van zijn onderricht.’

Hier is begeestering aan de slag. De handigheid van de markt, het praktische van de handel wordt even weggeflikkerd en velen voelen weer even het verlangen naar die spiritualiteit, die geest waar Jesaja over spreekt, die met Mozes meeging, het volk één maakte, toen alles samenviel, het leven, het geloof, de hoop, de liefde.

Het is alsof het niet te doen is voor ons om begeestering vol te houden. Dat het altijd een trucje wordt, of een gewoonte of een moetje. Ik lees nu al bijna een jaar elke werkdag de teksten. Soms wordt er een kind iets vroeger wakker dan de bedoeling is en ben ik net halverwege mijn gedachtespinsel. ‘ssst’ fluistert dan mijn vrouw, ‘papa is aan het werk.’

Maar ik wilde helemaal niet dat dit werk was. Dat mijn kinderen later zeggen: papa was fanatiek jo, die werkte al vanaf zes uur. Voor het ontbijt al.

Wat wilde ik dan wel, vroeg ik me af? Ik wilde dat dit een stilte moment voor mezelf zou zijn, een overweging, een beetje hoop, iets van begeestering ontdekken zodat de dag ervan doortrokken kan zijn.

Als het geen werk is, wat ik doe op zo’n ochtend, wat dan wel? Ik bid, denk ik. Maar dan wel op een manier die eruitziet als werk, teksten schrijvend op mijn laptopje.

Ik heb er vrede mee gesloten dat ik een ritme nodig heb dat soms voelt als werk. De wekker, de bijbel, de stilte, het schrijven, opnemen en rondsturen. Binnen dat ritme moet ik soms tafels omgooien en handelaars wegsturen en even stil staan. Omdat het er niet om ging wat handig was, en praktisch en wat levensonderhoud opleverde, maar of de geest nog voelbaar was, of ik nog de bezieling zoek die dat oude volk van Israël voortdreef.

Je bent het zomaar weer kwijt. Zoals dat geluksgevoel op een bergtop, of in je tuin of in de kroeg. Dat moment, dat zomaar weer verdwijnt. Het is niet grijpbaar. En dat is misschien maar goed ook, dan zouden we het verhandelen. Maar het is wel beschikbaar.

Op zoek naar de geest die het handelen doortrekt. Misschien is het besef dat het kan al genoeg. Dat er meer is dan wat voor ogen is, meer dan wat handig en praktisch is en dat verwachten zodat je het niet mist als het opduikt. Het volk was in de ban van Jezus van Nazareth omdat hij appelleerde aan een behoefte waarvan ze in de praktijk van alledag even vergeten waren dat ze die hadden. Verlangen ernaar is genoeg. Je bent het zomaar weer kwijt, beseften we onderweg in de duinen, maar het waait soms ook zomaar weer langs. Zolang we maar af en toe blijven verlangen.

Jesaja 63:7-14

1 Timoteüs 1:18 – 2:8

Marcus 11:12-26