Rikko in Athene – Godallemachtig, laat ons meetreuren, meehongeren en barmhartigheid onderwijzen

Rikko in Athene – Godallemachtig, laat ons meetreuren, meehongeren en barmhartigheid onderwijzen

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Alleen zij hebben recht van spreken – PopUpGedachte maandag 21 februari 2017

Het is donker als ik deze gedachte schrijf, maar niet dat van de ochtend. Tegen de tijd dat jij dit luistert, staan we bij het Asielcentrum van Athene, samen met Salam, een oorspronkelijk uit Moldavie afkomstige Deen en een Syrische vrouw die over twee dagen een keizersnee zal ondergaan. Haar baby wordt geboren, ze is sterk en ziet ernaar uit. Hij heeft haar onderdak gegeven in een pand dat hij kon huren.

Over vier dagen is haar afspraak bij het asielcentrum over haar relocatie, haar toekomst. Maar tegen die tijd is ze niet meer alleen, dan heeft ze een baby van twee dagen, als alles goed gaat. Salam heeft ons gewaarschuwd dat ze niet luisteren daar bij dat centrum, dat beveiligers vrouwen slaan en mannen met krukken met grof geweld wegsturen, dat mensen met een afspraak ruw worden weggestuurd, terwijl ze een half jaar op deze datum hebben gewacht. Het asielsysteem is hier kapot, het land is stuk en de mensen die hier van heinde en verre heenkwamen op zoek naar veiligheid worden na een lange vlucht stukje bij beetje verder geestelijk en lichamelijk uitgehold.

Salam redde ongelofelijk veel mensen uit het water op Lesbos. In huizenhoge golven mensen aan boord van een rubberbootje slepen, hij vertelt van lijken van kinderen, ouders, tieners die hij in wanhoop begraven heeft omdat ze daar maar lagen. Hij heeft het ons laten zien met foto’s, video’s maar vooral verhalen.

Verhalen uit de eerste hand

We zijn hier met een paar vrienden die Let’sBringThemHere organiseren. Omdat het relocatieprogramma dat Europa heeft bedacht om 65.000 duizend mensen over te nemen niet uitgevoerd wordt. En het wél moet!

Hier in Athene horen we de verhalen uit de eerste hand, worden we geïntroduceerd aan een veertienjarige jongen, Yezidi, die psychisch kapot aan het gaan is. Ahmed wil dat hij de littekens op zijn arm laat zien waar hij zich heeft gesneden, maar hij trekt zijn mouw naar beneden. Hij was samen met zijn zus maar die zit in Duitsland nu, zij mocht door, hij niet. Geen keus.

In deze nacht lees ik een klein bibliotheekje van een kerk in de anarchistenwijk van Athene de teksten van de maandag. We slapen hier, alle andere slaapplaatsen die ze hadden waren al vergeven aan vluchtelingen. Het zijn er altijd drie, die teksten van de dag en de ene komt nog harder binnen dan de ander. ‘in die tijd brak er een hogersnood uit in het land’ staat er in het boek Ruth ‘Een man trok daarom met zijn vrouw en zijn twee zonen weg uit Betlehem om een tijd in de vlakte van Moab te gaan wonen.’ Weg uit het beloofde land, hoop opgegeven, heil zoeken elders. De voorvader van de Messias in een ver en vreemd land, Moab. ‘Toen ze daar waren aangekomen, bleven ze daar als vreemdeling wonen.’ Alle mannen sterven in dat land, behalve Naomi. ‘Zij bleef alleen achter,’ staat er, ‘zonder haar twee zonen en zonder haar man.’ Zo ontmoeten wij mannen en vrouwen vandaag. Alleen vertrokken, alleen achtergebleven met elk een hels verhaal vol keuzes die geen mens zou hoeven horen maken.

Als er weer eten is in het land Israel gaat Naomi terug, haar schoondochters die nu weduwe zijn willen mij maar zij zegt: ‘Mijn dochters, mijn lot is te bitter voor jullie. De heer heeft zich tegen mij gekeerd. Opnieuw begonnen zij te huilen. Orpa kuste haar schoonmoeder vaarwel, maar Ruth week niet van haar zijde.’

Mogen wij die bijbel eigenlijk wel lezen?

Tegenover ons aan tafel zit de broer van Alam, hijzelf zit in een rolstoel, zijn zus ook. De broer kon al zes maanden geleden verder reizen naar Duitsland, omdat hij minderjarig was. Naar zijn vader en zijn zus. Maar hij ging niet. Wie zou er anders zorgen voor de twee met hun lichamelijke handicap? Hun oude moeder soms? Hij week niet van hun zijde.

Mogen wij die bijbel eigenlijk wel lezen, vraag ik me af vandaag. Wie ben ik? Zij mogen het lezen, de heilige woorden van pijn, verdriet, vervreemding, vertrouwen en hoop en het verlies daarvan herkennen en een plaats geven. Maar ik? Ik luister in eerbied naar hun verhalen en weet dat ik niets weet.

Paulus schrijft ook vandaag en wel aan ‘de gemeente van God in Korinte (dat ligt hier om de hoek van Athene) en aan alle heiligen in heel Achaje (de Romeinse naam voor Griekenland). ‘We prijzen de God die ons altijd troost en ons in al onze ellende moed geeft, zodat wij door de troost die wij zelf van God ontvangen, anderen in al hun ellende moed kunnen geven.’ Dat was Ahmed, de Syrische dertiger die ons rondleidt, ons het kamp naar binnenpraat waar wij eigenlijk nooit in zouden mogen, die ons voorstelt aan de veertienjarige die hij maar niet verder kan helpen, terwijl zijn hart bloedt.
Hij verwijst af en toe naar Allah en geeft anderen in al hun ellende moed. Salam, die op de rand van de rubberboot lacht en grapjes maakt naar de anderen in de boot die doodsangsten uitstaan, om de moed erin te houden, terwijl bij elke enorme golf hijzelf de dood in de ogen staart. Klinkt dat overdreven? Als je hoort thuis, of leest? Maar wat als het zo is. Bij hen. Die moed krijgen in hun ellende zodat zij door de troost die zelf ontvangen anderen in al hun ellende moed kunnen geven.

Gelukkig wie hongeren en dorsten naar rechtvaardigheid

We hadden het zwaar te verduren,’ schrijft Paulus, ‘zo zwaar dat het onze krachten te boven ging. We vreesden ernstig voor ons leven, we waren er zelfs zeker van dat het doodvonnis al over ons was uitgesproken. Maar juist dat liet ons beseffen dat we niet op onszelf moeten vertrouwen maar alleen op de God die de doden opwekt.’ Of je daar nu in gelooft of niet, er is geloof en vertrouwen nodig. Waar dan ook, wat dan ook, niet voor jezelf maar voor die ander, zodat er doorgegeven kan worden. Wij hebben het gezien bij hen. En in eerbied, en iets van ontzag luisterden we en vroegen ons af hoe we in godsnaam dit konden verwerken, uitdelen, verder geven. Alleen zij hebben recht van spreken, aan ons is het luisteren. En soms delen.

Jezus van Nazareth zelf sluit vandaag af. Met woorden die de toekomst markeren en die in tijden waarin iedereen zegt dat alles zo ingewikkeld is. Dit: ‘Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.’ Ja, godallemachig ja, laat ons meetreuren, meehongeren en mee barmhartigheid onderwijzen. Als groentjes, lerend van hen die leerden wat vluchten is en vertrouwen en hopen en delen.

Ruth 1:1-14

2 Korintiërs 1:1-11

Matteüs 5:1-12