Uw volk is mijn volk, uw God is mijn God

Uw volk is mijn volk, uw God is mijn God

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Uw volk is mijn volk, uw God is mijn god – PopUpGedachte dinsdag 21 februari

Uit het raampje van de kamer waar ik dit schrijf komen de lichtjes van een stad me tegemoet, ze twinkelen tegen de heuvel op waar ze tegenaan gelegen is. Witte huizen, rood bedakpande daken, groene stukken heuvel ertussen. Thessaloniki. Een van die steden waar Paulus zijn brieven heen schreef. Het zijn dezelfde heuvels als toen, de straten zijn anders, de tijd is anders, maar het is dezelfde mensheid, met dezelfde liefde, pijn, verlangen en frustratie.

Vanochtend schrijft die Paulus aan een stad verderop, Korinthe, dat ligt net onder Athene waar we vandaan komen en gisteren thee dronken met vastgelopen vluchtelingen in kale kampen, waar we de brute verhalen hoorden van mensen zonder uitzicht, maar vooral zonder de middelen en de wettelijke legitimiteit om zichzelf in leven te houden. Leven van de geef, van het geluk van een stempel, van een brullende, overwerkte politieagent die ook niet weet hoe hij het heeft.

Paulus schrijft dat hij naar Korinthe wilde komen maar dat het toch niet lukt en dat ze niet moeten denken dat hij wispelturig is, het heeft andere redenen. De Jezus waarover ze vertellen is ook niet wispelturig, zijn nee is nee, zijn ja is ja, sterker nog, schrijft hij: ‘hij belichaamt het ja, in hem worden alle beloften van God ingelost’.

Welke beloften? De belangrijkste is wel dat het verhaal van een goede god die mensen, waar ze ook zitten, wat ze ook gedaan hebben, oproept om zich toe te wijden aan het goede, elkaar te leren vergeven in besef dat ze niet alleen op de wereld zijn, onder een open hemel, onder God. Dat het één wereld wordt, één hoop en geloof en vooral één liefde. Dát. Die belofte is waar geworden in Christus, zegt Paulus. Het is niet langer een lokaal verhaal, maar een universeel verhaal. Voor Joden, Christenen, Arabieren, Yezidi, Moldaviërs en wie we hier ook maar tegen het lijf lopen.

Ruth zegt het vanmorgen in één van die gouden zinnen uit de boeken van de Bijbel: ‘Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God.’ Ze zegt het tegen haar schoonmoeder, die vindt dat ze terug moet keren naar haar eigen land en familie omdat, nu haar zoon gestorven is, ze haar niets meer te bieden heeft, zeker niet nu zij terugkeert vanuit Moab waar Ruth vandaan komt, naar Israel. Wat voor toekomst is er voor Ruth daar?

Uw God is mijn God, uw volk is mijn volk.

Ruth zei het en werd opgenomen in de lijn van de Messias. Mag ik het zeggen? Tegen Salam en Ahmed, de mannen die hier uit de diepe grond van hun hart geen moment stil lijken te zitten om te zorgen voor de eindeloze hoeveelheid mensen om hen heen die kapotgaan aan de in limbosituatie waarin ze zitten. Ze spreken allerlei talen, aaien mensen over hun bol, staan te stralen bij het kind dat ter wereld komt waarvan ze de moeder net onderdak hebben gegeven, omdat die nergens terecht kon. Ze huilen als een veertienjarige jongen littekens op zijn armen heeft van het zichzelf snijden, als een afspraak met de asieldienst weer vier maanden vooruitgeschoven wordt. Hun God, is mijn God. Al zijn ze moslim, of zoiets. Hun God is mijn God, omdat hun land mijn land is, en hun handelen niet anders kan dan voortkomen uit de ziel van de Maker die ik heb leren kennen in Jezus Christus.

Woedend is Salam als hij mensen ziet evangeliseren in het Arabisch bij de poort van het asielcentrum in Athene. Ga weg, roept hij. Jullie zeggen dat als ze christen worden, dat ze dan asiel krijgen. Nee, schudden de mensen, nee echt niet. Maar je weet dat ze het kunnen concluderen, dat mensen kwetsbaar zijn, en Salam vertelt over hen die huilend zeggen dat ze hun geloof verloochend hebben om een status te krijgen. Salam zegt tegen hen: zij zijn niet stupid, jij bent stupid. Je weet toch dat het één god is, één mensheid, één verhaal. Geloof wat je gelooft, hoop wat je hoopt, maar ga niet switchen voor asiel, dat helpt niet, dat werkt niet, dat weet je best.

Uw volk is mijn volk, uw God is mijn God. Nee, niet op de manier van de evangelisten, al zal er vast ook iets nobels in hun motieven zitten, maar op de manier van de mannen en vrouwen die hier met hart en ziel weten dat ze iets moeten doen dat hen niets oplevert, behalve soms drama en soms dankbaarheid, en dat ze geen moment stil kunnen zitten want dan laten ze iemand anders stikken. Ze zijn niet heilig, ze hebben hun eigen drammerigheid of ongenuanceerdheid, maar wat ze geloven, hopen en hoe ze liefhebben, dat is mijn volk, dat is mijn God.

Niet dat het niet verschillend is hè, of je Jezus verkent of de Koran of de Baghvad Gita, absoluut. Maar juist door Jezus te lezen en te zien hoe hij universeel denkt over de Maker, die universeel toegankelijk is, registreer ik zijn geest, die manier van denken en handelen in mensen die nooit een kerk vanbinnen hebben gezien en andere religies belijden. Ik zie het in hen en word weer naar deze woorden getrokken, die  Jezus vanochtend uitspreekt tegen zijn leerlingen, woorden die tot hun recht komen op deze berg waar Thessaloniki op en over is gebouwd: ‘Jullie zijn het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.’

Het licht moet schijnen, de donkerte moet opgezocht en opgelicht worden en als je iemands goede daden ziet, ik zag die van hen, bewijs ik eer aan de geest die hen drijft, aan hun ‘Vader in de hemel’ die hen hier uitstuurt, meeneemt, ja, die hen hier nodig heeft misschien wel. Zij zijn volk met wie ik graag wil leven, en dat wat hen drijft is de God die ik herken. Licht der wereld, een zon over de stad.

Ruth 1:15-22

2 Korintiërs 1:12-22

Matteüs 5:13-20