Waar je hart is

Waar je hart is

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

‘Waar je hart is … ‘ – PopUpGedachte dinsdag 28 februari

Het was een korte nacht. Het laatste glas wijn bonkt heel lichtjes tegen mijn hersenpan en zegt me dat ik eigenlijk moet blijven liggen. Heel even dan. Nee, toch maar niet. De wereld wacht, er is meer onder de zon, slapen kan straks ook wel weer. Eerst dit. Eerst lezen. Bidden. Of in elk geval de ruimte zoeken om dat wat onnoembaar en ongrijpbaar is even aan te raken, even te benoemen. Iets ervan, in elk geval.

In het oudste boek vanochtend staat: ‘als u omhoog kijkt en de zon, de maan en de sterren ziet, al die lichten aan de hemel, (vanochtend totaal onzichtbaar overigens door wolkendek en storm), laat u er dan niet toe verleiden neer te knielen.’

Ik weet niet of jij dat hebt, ik vond het vanochtend in elk geval te koud en te afwezig om er voor neer te knielen. Doordesemd in een seculiere cultuur en levend in een westen, waar überhaupt die sterren wat bleek afsteken tegen de kunstmatige feestverlichting die wij op het aardoppervlak hebben aangericht.

Toch zijn er velen geweest. Alle natuurreligies eigenlijk. De zon als brenger van leven, offers aan de zonnegod, tot en met mensenharten en soortgelijke bruutheid. Het lezen van de sterren, de kracht van de maan. Nooit zijn het zelfstandige krachten, volgens de macht die zich laat kennen via de joods-christelijke traditie. De zon, maan en sterren zijn er opgehangen met een reden, een functie, een seculiere wereldinterpretatie, de goddelijkheid eruit. Wel mooi, en tof en handig en dankbaar en indrukwekkend, maar niet met een eigen kracht.

De hoop van die bewering – dat sterren, zon en maan geen god op zichzelf zijn – is niet dat je maar naar je tenen of in de spiegel gaat staren om daar je god of het hogere te vinden. Al zit het er wel, daar niet alleen. Het is juist dat je langs die sterren en wat voor ogen is staart, er tussendoor en rond omheen, in het besef dat er een niet-zichtbare kracht in dit universum huist dat jou gezien heeft en een plek gegeven heeft op deze planeet, net zoals de zon, de maan en de sterren. Het is niet bedoeld om het heelal te legen van goddelijkheid, maar om het helemaal te vullen. Met niet-zichtbare goddelijkheid.

En dat brengt me bij gisteravond. Ik was in Zwolle, ik mocht een lezing afsluiten met een eigen lezing of viering. En Leo Bormans sprak, wereldwijd vermaard geluksprofessor, die werkelijk overal is geweest omdat zijn boek blijkbaar kapotgelezen wordt, van wereldleiders tot studenten in Dubai, tot stammen in de rimboe. Geluk brengt je verder, zeker hem.

En hij vertelde hoe geluk (je gelukkig voelen – want dat is wat hij onderzoekt) voor 50 procent wordt bepaald door genen en maar voor 10 procent door omstandigheden. En omstandigheden is waarop we focussen, zegt hij: die auto, dat werk, die vrouw, dat eten, dat huis, de zon, de maan, de sterren. Dat wat voor ogen is. Tien procent. En die overige 40 procent? Dat is mindset, zegt hij. Hoe je de wereld ziet, en hij vertelt over de kracht van positief denken, over framing etcetera. Mijn gedachten dwalen dan af en wandelen tussen de maan en de sterren door op zoek naar die ene macht die mij gezien had en een plek gaf. Mindset, 40 procent, misschien wel meer eigenlijk, dacht ik. Het gevoel gezien te zijn, geliefd. Man, man.

En op je sterfbed, zei hij, zegt niemand dat ze nog zo graag 10 procent korting op die nieuwste iPad had gehad. Het gaat over vriendschap, over dat je meer met je familie had rondgehangen, meer de tijd had genomen, meer van de kleine dingen had genoten, etcetera. Het onzichtbare. En het onbetaalbare.

Jezus zegt vanochtend: ‘Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde,, mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen (die 10 procent zijn niet alleen overschat, ze zijn ook nog eens best kwetsbaar). Verzamel schatten in de hemel, want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.’

Dit gaat niet over witte voetjes halen bij de hemelse chef zodat je een beter plekje met mooiere druiven en een lekkerder-liggende-wolk krijgt in het hiernamaals. Het gaat over dat wat niet zichtbaar is, over die aanwezigheid die rondhangt tússen de maan en de sterren en die ons nooit als fabriekjes, machientjes of aanbidders van spullen en dingen heeft gemaakt. Maar om te lachen en te huilen, om lief te hebben en om te geven – aan elkaar en om elkaar.

Wat was de samenvatting van tienduizenden pagina’s aan geluksonderzoek? Twee woorden: Andere mensen. De Ander. Niet jezelf, dat is een armoedige focus. Als jij alleen op jezelf focust, ben jij al snel de enige die om jezelf geeft. Als jij en zoveel anderen op de ander focussen, focussen er een heleboel mensen op jou. Zo gezien en geliefd zijn, tussen de maan en de sterren door. En investeren in dat wat niets oplevert, omdat het de enige echte waarde vasthoudt. Verzamel hemelse schatten, aan tafels, in de duinen met je kinderen, aan het bed van je doodvermoeide opa, in gesprek met die ene die je zomaar tegenkwam, in gebed, in stilte, in tijd, verzamel ze, want waar je schat is daar zal ook je hart zijn.

Deuteronomium 4:15-24

2 Korintiërs 11:1-15

Matteüs 6:16-23