Wat als de mensheid het verkloot?

Wat als de mensheid het verkloot?

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Wat als de mensheid het verkloot? – PopUpGedachte dinsdag 7 februari

Het is tegen enen. Een absurde tijd om een PopUpGedachte te schrijven. In plaats van de stilte van de nacht, raast er een kettingzaag naast het raam van mijn kantoor. Om me heen werken andere ZZP-ers op hun hippe laptopjes en de lucht is licht.

De vraag is ‘wat als de mensheid het verkloot’ maar natuurlijk gaat daaraan vooraf, wat als ik het verkloot. Sorry voor het lelijke woord maar het is geïnspireerd door Francis Spufford, die ‘zonde’ herdefinieerde als ‘The Human Propensity to Fuck Things up’, in het Nederlands vertaald naar ‘de menselijke neiging om dingen te verkloten.’ Ik vind het mooi. Als je het lelijk vindt, klopt dat ook. Want het gaat over lelijke dingen.

Maar ik heb me dus verslapen vanochtend. Keihard door de wekker heen. Dat kan haast niet, want die maakt een verschrikkelijk geluid, ik denk dat het geïnspireerd is op kindergehuil want ook dat is gemaakt om je concentratie, slaap of andere aandacht totaal te ontregelen. Ik werd niet wakker. En na zeven uur is er dan opeens geen rustig moment meer. Behalve tegen lunch. Dan een beetje, op de motorzaag na.

Dit las ik vanochtend bij Jesaja, ik lees’m nu al maanden voor mijn gevoel en het blijft boeien. ‘De arm van de Heer is niet te kort om te redden, zijn gehoor niet te zwak om te luisteren (helaas voor de audicien, geen goddelijke klussen hier, wat is er wel aan de hand?) jullie wangedrag is het dat jullie en je God uit elkaar heeft gedreven. Daarom blijft het recht ver van ons. Wij hopen op licht, maar het is duister, op een sprankje licht maar we dwalen in het donker.’

Normaal schrijf ik in het donker over het licht, nu schrijf ik in het volle licht over het donker. Ook goed. Punt is: hier staat niet dat elke individu van Israël in die Jesajatijd alles verkloot, maar het volk zelf. Als collectief. Zij maken er zo’n bende van, dat het recht verre blijft en God niet luistert naar de vraag om uitredding uit ellende. Het is een beetje alsof er allerlei mensen aan de macht komen, die je waardes met voeten treden en dat je realiseert dat het zo niet goed kán gaan. Het collectief – de meeste stemmen gelden – zorgt ervoor dat het recht verre blijft en de ellende van de groep door blijft zeuren.

Ik vind dat niet eerlijk. Want ik ben individualist. Jij ook, tenzij je heel hard je losgeworsteld hebt uit je eigen cultuur, uit de manier van leven die jij en ik allemaal gewend zijn. We denken individueel, hou me niet verantwoordelijk voor de keuzes van anderen en toch gebeurt het. Die God van Jesaja beziet een samenleving, ziet dat ze het beroerd doen met armen, onmachtigen, etcetera en stopt de vingers in de oren als ze om hulp roepen. Dat kan ik oneerlijk vinden, maar het klopt wel met hoe het in het echte leven gaat. Ik kan de mooiste intenties hebben, maar als ik in Indonesië kom en vertel dat ik Nederlander ben, dan vinden ze daar wat van. ‘We’ hebben daar huisgehouden namelijk. En in Srebrenica vinden ze ook iets van mij. Ik hoor namelijk ergens bij.

Ook kerk en geloofstaal is superindividualistisch, terwijl ik betwijfel of dat matcht met bijbel, god en christelijk geloof.

Jij kunt je nog wel gedragen, maar God was nooit allereerst geïnteresseerd in jou. ‘Alzo lief had God de wereld, staat er.’ Niet: ‘Alsof lief had God die individuen die hun best doen, daarom heeft hij zijn zoon gegeven’. Het ging hem om de wereld en wie wil participeren in het herstel van de wereld, of eigenlijk nog simpeler: wie beseft dat we dingen verkloten, is welkom niet als individu per se, maar is welkom in het nieuwe collectief. Een nieuwe stam, een nieuw volk, dat zijn eigen geneigdheid om dingen te verkloten beseft, daarom bescheiden en voorzichtig en luisterend opereert en het heel graag anders wil doen.

Paulus schrijft aan Timotheus vanochtend: ‘Hij (God) heeft ons gered – ik neem aan uit dat collectieve verkloten – en ons geroepen tot een heilige taak, niet op grond van onze daden, maar omdat hij daartoe uit genade besloten had.’

De neiging voelen om het anders te doen, beseffen dat we de dingen verkloten als we gewoon doen wat we al generaties doen, dat opmerken in jezelf, moet ons, volgens Paulus, dankbaar stemmen. Het brengt ons terug bij wie we eigenlijk zijn. Want we hebben wel de neiging om dingen te verkloten, maar diep in ons huist een liefde, een schoonheid, een beeld van God dat verlangt om het anders te doen. Als het zou kunnen. Zoiets.

De remedie voor verklotende collectieven zijn geen heilige individuen, maar nieuwe collectieven die realiseren dat ze het verkloot hebben. Die ontmaskering van het eigen handelen is voldoende. Dan kunnen we verder. Proberen, onderzoeken, en samen. En dan wordt er geluisterd, in den hoge, naar die groepen die alvast proberen te leven alsof er een nieuwe wereld is, opdat er een nieuwe wereld komt. Die de alzo-liefde delen.

Jesaja 59:1-15a

2 Timoteüs 1:1-14

Marcus 9:42-50