Waarom regels problematisch zijn

Waarom regels problematisch zijn

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Waarom regels problematisch zijn – PopUpGedachte 23 februari 2017

Het is stil in huis. De ochtend is donker en stormachtig. Er drupt ergens een kraan. En ik wacht. De teksten zijn gelezen, zoals elke werkdag. De wekker om zes uur, de stilte opzoeken, de wind door mijn hoofd laten jagen op ons balkon en dan lezen. Drie oude teksten van een leesrooster dat ooit is opgesteld voor de vromen om dagelijks te lezen.

Ik wilde weer iets, toen ik hiermee begon. Ik wilde niet zomaar de dag inrollen. Niet beginnen met kinderen of een agenda of wat dan ook, maar eerst de oude wijsheid induiken. De dag beginnen in het besef van een veel groter verhaal. Coram Deo noemden ze dat vroeger ooit: voor het aangezicht van God. De dag beginnen voor het aangezicht van God betekent de dag beginnen tegenover het eeuwige. Dat mysterie dat mij niet allereerst op aarde heeft geplaatst om vrienden te plezieren of mijn taken goed te doen, maar met vertrouwen, een opdracht misschien wel. Ik lees ze en wacht tot er wat oppopt. Deadline 7 uur. Dan deel ik wat ik heb.

Vanochtend gaat de grote Paulus weer eens los op de wet. Hij kan daar helemaal niets mee lijkt het. Hij komt, zo zegt hij, met een ‘nieuw verbond’ – een nieuwe verbinding, een nieuwe deal – ‘niet die van een geschreven wet, maar dat van Gods geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.’ De letter doodt? Dat klinkt op zich lekker voor vrijheidsminnend Amsterdam, of beter, voor regelloos leven zoekende mensen. Maar met name vrienden die zich verdiepen in de Joodse cultuur waar Paulus, Jezus en al die anderen met twee benen in staan, die gruwen van het gemak en de achteloosheid waarmee we regels aan de kant zouden schuiven als achterhaald en beklemmend.

In de Joodse – en trouwens ook in de Islamitische cultuur zijn de gegeven regels een goddelijk cadeau. Niemand heeft zulke mooie leefregels als wij, niemand heeft zulke wijsheid meegekregen. Niks geen gedoe dat je allemaal dingen wel en niet zou moeten. Juist vieren dat jij de vetste regels hebt. Het zijn onderscheidingen van het horen bij een club en maakt wie je bent. Tegen een vegetariër zeggen dat het zielig is dat hij of zij geen vlees mag eten, komt meestal niet heel erg aan. Je kunt een preek verwachten over de ellende van dieren, of een receptenserie over met groentes en noten koken, dat doe ik altijd. Maar geen gezucht over hoe vervelend het is, ‘maar ja, je bent nu eenmaal vegetarier en dan mag dat inderdaad allemaal niet’. Vrij geloven dat je regels kloppen en er trots op zijn. Als Jood, Islamiet of vegetariër.

Toch zegt Paulus dat de wet waar ze zo trots op zijn de dood brengt. En hij is wetgeleerde, hij kan het weten. Wat is daar dan mee?

In het tweede fragment zegt Jezus hier iets over. Hij zegt dat er regels zijn over het afleggen van een eed. ‘Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk werd gezegd: Leg geen valse eed af, voor de Heer gedane geloften moeten worden ingelost.’ Prima regel lijkt me. Maar dan komt Jezus van Nazareth: ‘En ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren, noch bij de hemel, bij de aarde, of bij je hoofd, want je kunt nog niet één van je haren wit of zwart maken.’ [daar zal de kapper anders over denken, maar we begrijpen wat hij bedoelt]. ‘Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt, komt voort uit het kwaad.’

Een felle uitsmijter. Dat gedoe met de eed-regel, dat als je het gezworen hebt dat je het dan echt moet doen, komt voort uit het kwaad. Hoezo? Waarom wil Jezus van dat soort regels af en wat zijn het voor regels waarvan Paulus zegt: ‘die brengen de dood.’

Het lijkt een goed verhaal. Als je iets belooft met een eed voor God, dan moet je het wel doen, want God zal het je achterna dragen. Het lijkt een manier om betrouwbaarheid te creëren, terwijl het de facto onbetrouwbaarheid creëert rondom elke belofte die níet met een eed gedaan is. ‘Ja, ik heb wel gezegd dat ik dat zou doen, maar ik heb het niet gezwóren. Of ik heb het wel gezworen, maar alleen bij mijn eigen hoofd, niet bij de tempel, of niet bij God.’

En daar begint de dood in de pot, of het kwaad. De regels zijn niet meer liefdevolle manieren van doen voor overtuigde mensen die het goede zoeken, maar het worden loopholes om de ander of jezelf in eigenbelang een loer te draaien. Deze regels verminderen het vertrouwen in plaats van het te versterken. Ze zijn natuurlijk opgesteld omdat je ja, niet altijd ‘ja’ kan zijn. Soms is het zo in je eigen nadeel dat je eronder uit wilt. Of is het wel heel verleidelijk om te liegen, omdat niemand het toch kan controleren. Daarom komt er zo’n eed-regel bij. Uit wantrouwen in jezelf, in de ander en niet onbegrijpelijk. Toch wil Jezus ervan af en Paulus in zijn voetspoor. Geen loopholes, geen wetten die rekening houden met ‘de realiteit’ dat we soms gewoon echt even graag onder onze woorden uit willen en vinden dat je dat dan niet fout moet hoeven noemen.

Laat je ja, ja zijn en je nee, nee. Klaar. En als je iets beloofd hebt wat je niet lukt? Dan ga je zeggen dat het je spijt. Klaar. I fucked up. En niet proberen om je falen te verdoezelen door middel van een loophole-regel die maakt dat het minder erg is – ‘ja maar heb ik het niet gezwóren’. De geest waar Paulus over spreekt is niet bezig met de randjes en wat wel en niet nog net kan. Maar het is eerlijk, liefdevol, zuiver en vol vergeving voor iedereen die het verkloot.

Het probleem van de regel is de uitzondering en de discussie daarover. ‘Weg daarmee,’ zegt Paulus. In geest en in waarheid en bevlogenheid. Niet omdat je niet mag falen, maar omdat je falen niet stiekem toch gewoon o.k. moet gaan noemen. Want dan gaat het onderlinge vertrouwen, zelfrespect en alles het raam uit. Zo snap ik je Paulus. Jezus.

Laat uw ja, ja zijn. En uw nee, nee. Verfijnde eenvoud.

Ruth 2:14-23

2 Korintiërs 3:1-18

Matteüs 5:27-37