Alleen maar mooie woorden

Alleen maar mooie woorden

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Alleen maar mooie woorden? – PopUpGedachte maandag 27 februari

de ochtend is weer fris, de wolken jagen langs de hemel en doen me naar adem happen. De warmte binnen en de veiligheid, versus de weidsheid van dit heelal en de machten die daar verborgen zitten. Ik fluister in de wind een soort gebed, op zoek naar contact met het onnoembare en voel me even opgenomen in een groter geheel. Dan maar snel weer naar binnen. Toch wel frisjes.

De teksten gaan vanochtend over de stem. Over hoe mensen afgesteld zijn, wat ze hebben gehoord en hoe snel dat in de herinnering hele andere vormen aanneemt dan in de oorspronkelijke ontvangst. Dat is het absurde van geloven, er is iets opgevangen, iets wat niet tastbaar is en dat is doorgegeven, naar nieuwe mensen die het ook weer opvangen en doorgeven en je weet dat het verandert.

‘Op die dag kwam u schoorvoetend naar de voet van de berg’ staat er vanochtend in de oudste tekst van de drie. ‘Toen sprak de Heer tot u vanuit het vuur, u hoorde een stem spreken, maar een gedaante was er niet. Er was alleen die stem.’

Er zit iets onwijs krachtigs in, in die stem, het vuur, de heftigheid van de natuurverschijnselen en toch ook iets machteloos. Er is niets fysieks, er komt niet iemand je door elkaar schudden, achteraf kun je altijd in gesprek over de betekenis van de woorden, de woorden die voorbij zijn en jij zelf nog niet. Alsof het fysieke het altijd wint het woordelijke.

Toon Tellegen schreef in 2004 iets terug aan Paulus, namens de Korintiërs: “Het zijn mooie woorden. We hebben ze aan alle kanten bekeken. We hebben ze ook aangekleed en laten dansen. Ze konden er niets van. Ze trapten op elkaars tenen, klemden zich aan elkaar vast en vielen om. We moesten ze ophijsen – ze konden zelf niet overeind komen. We hebben ze in een luie stoel gezet. Ze slapen nu. Ze snurken. Als ze wakker worden zien we wel weer verder. Áls ze wakker worden. Wat ons rest zijn onrust, verlangen en onhandigheid, die drie en van die drie onhandigheid het meest.”

Dat hele idee van geloven komt tot ons in woorden, we voelen de onrust, het verlangen, de onhandigheid en de woorden ontglippen ons. En het is niet alleen Toon Tellegen die de woorden van Paulus in de luie stoel zet, dat deden zijn tijdgenoten ook al. ‘In zijn brieven slaat hij weliswaar een gewichtige en imponerende toon aan’ zo citeert Paulus een aantal mensen uit de gemeente aan wie hij de brief schrijft, ‘maar zijn persoonlijk optreden is zwak en wat hij zegt heeft weinig te betekenen.’ Paulus dreigt vervolgens nog: ‘Zorg ervoor dat we niet streng hoeven op te treden tegen mensen die menen dat we uit zwakheid handelen.’ En hij zegt ook dat ze nu eenmaal niet handelen zoals de mensen van deze wereld.

Het is een geloof dat bestaat uit mooie woorden. En bijbehorende handelingen, maar de betekenis daarvan bestaat toch weer in woorden. Alles kan onderuit gehaald, bespot, gevierendeeld en gekruisigd worden. Dat kan nu eenmaal met woorden, zoals dat kan met mensen die zich niet verdedigen. Dat is de weg van dit oude geloven.

Het is niet machteloos, zoals Jezus van Nazareth dat niet is, het is wel kruisigbaar, vierendeelbaar, bespotbaar. Zoals mooie woorden dat zijn.

In wat je doet krijgen woorden uiteindelijk betekenis, maar zelfs dan is er geen onontkoombare waarheid. De ander hoeft het niet te zien, niet te begrijpen of te willen begrijpen. Er is geen macht over de ziel, het geweten of het gehoor van de ander. Zelfs mijn eigen begrip ontglipt me. Dat ik weer ontdek wat ik allang wist door weer stil te worden bijvoorbeeld. Wat ik zelf gehoord was, was me dan al weer ontschoten.

Geloven, hopen, liefhebben vraagt om de kwetsbare timing van het luisteren en het geduldige laten landen van de woorden. Als een vlinder op je hand. Dat kost tijd en toewijding, weinig aan te doen. Iedereen kan het diertje bruusk wegwuiven omdat het geen zin heeft, omdat er werk aan de winkel is of omdat zo’n vlinder toch geen verschil maakt. Maar degene die geconcentreerd zo’n ragfijn beestje ontvangt, maakt een verbinding van onaardse schoonheid.

Jezus van Nazareth vertelt zijn leerlingen dan ook niet te vertrouwen dat mooie woorden het gaan doen. Wel woorden, maar niet de hoeveelheid. Wel woorden, maar niet de eruditie. Hij zegt: Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voortprevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden. Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog vóór jullie het hem vragen. Bid daarom als volgt.’ en dan volgt het Onze Vader in de Hemel, uitlopend op een oproep om te leren vergeven omdat anders woorden die vragen om genade geen zin hebben. Eenvoudige woorden, hand in hand met eenvoudig handelen (super moeilijk, maar eenvoudig) en vanuit verlangen, onrust en onhandigheid de woorden horen, het cynisme begraven en de hoop omarmen. Opdat het weer in onze ziel landt. Zoiets. Tot zover mijn woorden. Een goede week.

Deuteronomium 4:9-14

2 Korintiërs 10:1-18

Matteüs 6:7-15