De traagheid van de eeuwige

De traagheid van de eeuwige

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

De traagheid van de eeuwige – PopUpGedachte maandag 13 februari

De week is weer nieuw. Voor me liggen de fragmenten op tafel, stukken Bijbeltekst ooit geselecteerd door wijze mannen (waarschijnlijk mannen, helaas. De kerk heeft het al die tijd verrekte moeilijk gevonden om die radicaal egalitaire boodschap ook werkelijk te leven). Drie fragmenten waaraan ik dan tussen zes en zeven ‘s ochtends de vraag stel wat er voor gedachte uit oppopt waarmee ik de dag in kan. Om zes uur gaat de wekker, om zeven uur moet het klaar zijn. Een klein fragment in de dag dat stil is, voor mij is en bedoeld om de dag bewust te beginnen.

De traagheid van de eeuwige, dat kwam we tegemoet uit de tekst. Traagheid. De sneeuw blijft me doen denken aan de vluchtelingen in kampen in Oost-Europa en Griekenland. Onrechtvaardigheid in de wereld lijkt zo zijn gang te kunnen gaan. De eeuwige, het goddelijke, de ziel van de wereld is traag. Traag tot toorn, zeggen de oude teksten. Er volgt geen snelle bliksemflits op mijn gemompelde vloek, zoals ik dat vroeger vreesde. Er is geen snelle vergelding als iemand vreemd gaat, de baas bedriegt, of wat voor shit dan ook. ‘We hebben een wet die daartegen is’ schrijft Paulus, maar hij ziet de eeuwige niet als de scherprechter die voortdurend wetsovertreders bij de lurven pakt. En dat klopt met mijn ervaring, als dat wel zo was, had de wereld er heel wat anders uitgezien. Hadden sommige mensen geen macht gekregen, hadden bepaalde politieke keuzes nooit ingang en uitvoering gevonden en had ik waarschijnlijk een heel wat ongelukkiger leven gehad; als alles bestraft werd wat niet goed gaat. Als de eeuwige snel zou zijn. Bliksemend. Vergeldend. God, wat zou je het soms graag willen. Tot je zelf de fout ingaat. Of anderen die je liefhebt. Óf als je ziet hoe mooi het is als iemand zelf op zijn falen terugkomt.

Paulus schrijft vanochtend aan zijn leerling Timotheüs dat hij ‘de eerste was aan wij hij zijn grote geduld toonde, God dus, zodat ik een voorbeeld was voor allen die in hem geloven.’ Paulus schrijft over de haat en de doodsdrift waarmee hij de vroeggelovigen in Jezus van Nazareth achternajoeg, opsloot, liet berechten. En hij kon zijn gang gaan. Met zijn medestanders. Er stierven mensen, berecht en gestenigd. En geen God die ingreep. Tot dat ene moment dat er een stem uit de hemel dondert en Paulus van zijn rijdier rolt. En dan geen vergelding, geen verpulvering, maar een bijna-meewarige stem die zegt: Paulus, waarom vervolg je mij? Valt het je zwaar, dat schoppen tegen doornstruiken?’ Wat ik een fantastisch beeld vind. Een dier dat aan de achterpoten een prik voelt en achteruit trapt, zonder te beseffen dat het doornstruiken waren die hem prikten en hij zich met het trappen naar achter steeds verder verwondt.

Paulus wordt blind, wacht in Damascus, beseft zijn falen, wordt opgenomen in de gemeenschap van vroege christenen, de mensen die hij vervolgde, zonder enige vorm van vergelding. Dat is de traagheid van de eeuwige. Er sterven mensen. De wereld kreunt onder gewone mannen en vrouwen die met zelf-ingebeeld heldendom anderen kapot maken en de eeuwige zwijgt, tot hij een kans ziet om iemand uit zijn zelfingenomenheid te duwen. Zodat die zich bekeert en verandert.

Paulus is fel op de wet omdat die genadeloos maakt en hij juist iets anders heeft ervaren. Hij gelooft niet in lik-op-stuk, dan had hij zelf niet meer bestaan en was de mensheid al uitgestorven. Ik denk dat hij gelijk heeft. Als ik de mogelijkheid krijg om de dingen vervloekte fout te doen, is er ook de mogelijkheid dat ik zelf inzie dat ik heb gefaald. Ik heb het nodig dat anderen me eraan herinneren, dat er genoeg prikkels zijn om te beseffen dat ik niet op de goede weg ben, zodat ik kan besluiten een andere weg in te slaan.

De eeuwige is traag omdat zijn visie op het verdwijnen van het kwaad uit de wereld weinig van doen heeft met vernietigen en ausradieren, maar met de voortdurende poging om harten zo te raken dat ze zelf veranderen. De mens moet niet uitgeschakeld maar ingeschakeld. En dat kost tijd.

In het evangeliefragment vandaag wordt Jezus onthaald in Jeruzalem. De mensen leggen hun mantels over een ezelsveulen, Jezus gat erop zitten en allen riepen: ‘Hosanna, gezegend hij die komt in de naam van de Heer’. Een revolutionaire spreuk, een opstand. En dan staat er: ‘Jezus ging naar de tempel. Nadat hij alles in ogenschouw had genomen ging hij – want het was al laat geworden – met de twaalf terug naar Betanië.’

That’s it. De revolutie is begonnen en Jezus steekt zijn hoofd om de hoek van de tempel, kijkt het allemaal eens aan en wandelt weer naar huis. Zo werkt de eeuwige. Geen haast. Daarom heet het eeuwige. Geen eenmalige kansen, snel grijpen, lik-op-stuk, actie-reactie, er stroomt een andere beweging door de geschiedenis die niet handelt op de waan van de dag. Paulus heeft die ervaren en hij nam het als genade. Hij mocht falen, het werd hem gegund het te zien, en toen was het vroeg genoeg om opnieuw te beginnen. De eeuwige is traag en dat geeft me ergens rust.

Jesaja 63:1-6

1 Timoteüs 1:1-17

Marcus 11:1-11