‘Sodemieter op met je mysterie’

‘Sodemieter op met je mysterie’

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

‘Sodemieter op met je mysterie’ – PopUpGedachte maandag 6 februari

Het is halverwege zeven uur. De wekker is altijd een ellende. Ik weet niet of er ooit aan wen, dat bijtende geluid om zes uur. Snel schiet ik iets aan, maak thee en loop naar mijn balkon. Daar daalt de rust neer, het is niet koud vanochtend. Er hangt wel een vreemde geur over de stad. Alsof iemand de veevoederfabriek aan het uitmesten is. De lucht is vaalgrijs en rustig. Ik zoek naar woorden, gedachtes maar eigenlijk naar contact. Met iets groter, hogers, iets wat ouder is dan de wereld. Een mysterie, zo noemde Stephan Sanders het. En ik vindt het mooi. Dat zoekende, dat hogere, waar je eigenlijk voor moet knielen. Maar dat doe ik niet, te fris, te raar. Snel naar binnen.

De teksten van vandaag, ik lees ze uit een oud leesrooster, liggen voor me op tafel. Het zijn er drie altijd. Eentje uit het Oude Testament, een brief aan de vroege kerkjes en een stukje uit de Jezusverhalen, de evangeliën. Aan Jesaja heb ik dit keer ruim genoeg. Er kan niet veel in mijn verkouden hoofd vanochtend en Jesaja is echt absoluut voldoende.

‘Waarom ziet u niet dat wij vasten’ is de vraag die Jesaja projecteert op zijn tijdgenoten, het volkje Israël. Blijkbaar doen ze hard hun best in allerlei spiritualiteit, allerlei discipline, vasten is daar eentje van. En het antwoord volgt meteen: ‘Omdat jullie ondertussen strijden en ruziën en vol vuur met elkaar op de vuist gaan.’ Ik vind dat niet geheel onlogisch met vasten, ze zeggen dat je tijdens de Ramadan ook altijd een beetje omzichtiger met je moslimbroeders om moet gaan. Ze zijn wat kortaangebonden. Maar hier bij Jesaja geen begrip. Hoezo vasten jullie eigenlijk, denken jullie dat niet-eten op feestdagen vasten is?

Christian Wiman is een gevierd godzoeker. De twijfelaar, de professsor in de Poezie, de zoektocht naar de ziel en in prachtige zoekend-tastende woorden. Het moeilijke, fragmentarische en gelovig-twijfelende boek vloog de winkel uit tot verbazing van de uitgever.

Ergens in het midden schrijft hij dit: ‘Op een dag, toen ik tussen de middag naar de kleine kapel was gegaan vlakbij mijn kantoor, om weer eens te bidden terwijl ik mij afvroeg hoe en waarom en tot wie, kwam er een man binnen. Hij ging op zijn gemak zitten in de kerkbank direct tegenover me naast het gangpad. Aangezien wij daar de enige twee waren, kwam mij de keuze van zijn zitplaats raar voor, en irritant. Binnen een paar minuten waren alle gedachten aan God verdwenen in ‘s mans continue bewegingen en zijn uitputtend gezucht, en toen ik eindelijk kwaad opstond, kwam hij onmiddellijk pal tegenover me staan. Hij had de gezandstraalde blik van armoede, de skeletachtige helderheid van langdurige verslaving en de agressie van de vernederde, die de ware aard van je naastenliefde test. Sluw mannetje, noteerde ik inwendig, en zakte alleen al bij het openen van mijn portemonnee voor de test: deze kapel in de smiezen houden, biddende mensen bespringen? Dagenlang bleef hij door mijn kop zeuren – niet hij, maar de situatie –, wat, besefte ik tenslotte precies de kwestie was: hoe gemakkelijk sijpelt er een dodelijke zelfgenoegzaamheid binnen, zelfs in deze handelingen die we bij wijze van discipline verrichten. Wat zijn we op ons gemak met ons eigen spirituele en intellectuele ongemak. Wil je weten of hoe ik bid, waarom, tot wie? Ik voelde bijna alsof God mij had verteld, alsof Christus mij vertelde (en nog wel in de kerk): sodemieter op met je mysterie, ga wat doen.’

Waar ik vorige week nog met Stephan Sanders concludeerde dat de ontmoeting met het mysterie linkser maakte, of zachter en meedogender, constateer ik hier dat dit niet altijd vloeiend gaat. Soms gaat dat schoksgewijs. Zoals met deze schok van Christian Wiman.

De godzoekende Israeliet die zich vertwijfeld afvraagt waarom dat vasten niet werkt, waarom het geen spirituele bevrediging of voorspoed oplevert, krijgt een helder antwoord van de profeet. Die spreekt deze gebeitelde zinnen, met God zelf als ik-figuur:

‘Is dit niet het vasten dat ik verkies; misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden en ieder juk breken. Is dit het niet: je brood delen met de hongeren, onderdak bieden aan de arme zonderling (he, daar heb je hem, Christian Wiman, de arme zonderling), iemand kleden die naakt rondloopt.’

En dan staat er: ‘Dan breekt je licht door als de dageraad, je zult voorspoedig herstellen.’ Het verlangen naar spirituele bevrediging of voorspoed in wat voor zin dan ook wordt hier niet bekritiseerd, alleen de manier waarop. Meditatie, overpeinzing, stukjes tikken in de ochtend, kunnen slechts een tool zijn op weg naar werkelijke meditatie en overpeinzing die bestaat in het omzien naar mensen in nood, een juk verbreken, verdrukten bevrijden etcetera. Wat totaal onmogelijk lijkt en we het dus niet proberen. Wel, daarom heet het vasten. Je toewijden aan iets waar je anders geen tijd voor neemt. En dan maar zien. Sodemieter op met je mysterie, ga wat doen. Soms, zomaar hard nodig.

Jesaja 58:1-12

Galaten 6:11-18

Marcus 9:30-41