Stuk gaan, maar niet echt

Stuk gaan, maar niet echt

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Stuk gaan maar niet echt – popupgedachte vrijdag 24 februari

De week begon in Griekenland. In een klein kerkje in de rauwste wijk van Athene schreef ik de popupgedachte van maandag. We waren daar heengereisd met de mensen van We Gaan Ze Halen, oftwel Let’s Bring Them Here. Omdat we vinden dat de overheid die mensen die op de vlucht vast zijn gelopen op de Europese grenzen óp moet gaan halen en hier onderdak moet gaan geven en als zij het niet doen, dan doen we het zelf.

Maar dan wel eerst weer hen weer eens opzoeken. In kraakpanden, kampen, oude hotels of in een tijdelijk appartementje. En de week stond in dat teken. Vandaag is de laatste werkdag, de laatste PopUpGedachte van deze week en zoals elke keer deze week passen de teksten weer zeldzaam mooi. ‘Toevallig’ lazen we deze week Ruth in het leesrooster, de Moabitische (een per definitie vijand van het Joodse volk) die als vreemdeling in Israël kwam verblijven. Jouw volk is mijn volk, zei ze, jouw God is mijn God, tegen haar schoonmoeder. Als jonge weduwe.

En een echo daarvan klonk deze week in de grootste demonstratie die Europa de afgelopen jaren heeft gezien: 160.000 mensen die in Spanje de straat opgingen en riepen – tegen vluchtelingen in Griekenland en Italie die klem zitten daar – casa nostra, casa vostra. Jouw huis is mijn huis. De Bijbelse teksten lijken vooral op te lichten in harde situaties, waar mensen lijden en licht zoeken, waar het leven onzeker en onbetrouwbaar is. Dan resoneert opeens alles met elkaar. Alsof het daar pas leeft.

Paulus analyseert dat vanochtend. Hij zegt dat zij schatbewaarders zijn van een grote schat in aarden vaten. Grote schoonheid bewaart in kwetsbare klei. En dat is maar goed ook, anders zou je gaan geloven dat de verpakking iets waard is, maar dat is slechts verpakking. Kijk wat daar binnenin leeft,als je het kunt zien. En hij schrijft: ‘wij worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd maar niet in de steek gelaten, we worden geveld maar gaan niet te gronde.’

Dat is de hoop, geen zorgeloos leven, geen – als het mij maar goed gaat – maar twijfelen en niet vertwijfeld raken, vervolgd maar niet in de steek gelaten, geveld worden maar niet te gronde gaan. Omdat er binnenin iets leeft wat een grotere hoop en geloof is dan wat dan ook. Omdat de vraag is of een voorspoedig leven wel het echte leven kent. Het verhaal van geloven, zoals Jezus van Nazareth dat brengt, dat gaat het donker binnen en dat kost kleerscheuren, en fikse. En het wonder is niet dat men daar fluitend doorheen loopt of nooit twijfelt, maar dat de pijn niet het einde van de zaak is, dat er niet wordt opgegeven. Dat het belaagd voelt, dat geloof, maar niet werkelijk in het nauw gebracht.

Paulus en Jezus van Nazareth pleiten er niet voor om het leven te mijden, pijn te ontvluchten of te roepen dat je toch goed leeft, waarom moet dit dan gebeuren?

Paulus zegt: waarom, omdat in die shit het licht zichtbaar wordt. Dat je gedragen wordt, dat er iets in je leeft dat groter is dan jezelf. Daar zit de verrassing.

Maar is dat er echt? Zit daar echt iets? De angst om er wel aan kapot te gaan, om belaagd te worden en wel in het nauw terecht te komen, die angst is misschien wel benauwender dan de benauwdheid zelf. Dat we geveld worden en vrezen wél te gronde te gaan …

Paulus geeft zichzelf ten voorbeeld en vraagt anderen de gok te wagen. Er is maar één manier om te ontdekken dat je gedragen wordt, je laten vallen – of in elk geval jezelf niet meer overeind te houden – voorzichtig, niet gemakkelijk maar dat is de enige weg. Het niet mijden, maar erkennen dat je belaagd wordt, twijfelt, geveld, etc, dán ontstaat pas de mogelijkheid om te zien dat je tot je verrassing niet werkelijk in het nauw bent, vertwijfeld raakt of te gronde gaat.

Jezus is heel concreet in zijn opdrachten om zo te leven: ‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: een oog voor een oog en een tand voor een tand. (wat betekent: als iemand je een blauw oog slaat, mag je hem niet levenslang gevangen zetten. Eerlijk vergelding, ook als het je knecht is en jij een belangrijk man: niet meer dan een oog voor een oog en een tand voor een tand, vriend, ook al ben je diep beledigd.) Jezus gaat – vanzelfsprekend – weer een heel stuk verder: ‘maar ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet maar wie je op de rechterwang slaat ook de linkerwang toe te keren.’

De vergelding – oog om oog – is toch nog een vorm van angst. Als ik hier niet paal en perk aan stel, gaat alles te gronde. Ik moet wel opkomen voor mezelf anders ga ik kapot. Nee, zegt Jezus van Nazareth, je gaat niet meer kapot, je bent vrij en beschermd. Probeer het maar. ‘Als iemand je bovenkleed van je eist (als je werkelijk niets meer hebt, dat dan ook het laatste wat je hebt van je afgenomen wordt) geef hem dan ook je onderkleed mee.’ En daar sta je dan naakt. Zonder gene. We zien wel weer hoe dat loopt. Dat is de uitnodiging van Jezus van Nazareth. Om de gok te wagen en jezelf en de ander te verrassen met het werkelijk besef dat er meer is dan ik die mijzelf overeind houdt. Jezus, Paulus, ze proberen alles om de mens die de hoop heeft dat er een God is, te verleiden om te gokken dat die God er voor hen is. Er is geen krachtiger manier om te leren geloven, hopen en liefhebben – dan ervaren hebben dat je het niet zelf hebt bedacht, niet zelf hebt gedaan, maar dat het je gegeven is.

Ruth 3:1-18

2 Korintiërs 4:1-12

Matteüs 5:38-48