In tijden van conflict

In tijden van conflict

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

In tijden van conflict – PopUpGedachte dinsdag 22 februari

De wind jaagt om het huis, het is onrustig, druilerig en stormachtig. Ik ben weer terug op het honk na de afgelopen dagen van kraakpand naar vluchtelingenkamp, van kerkje naar Grieks café te zijn getrokken in Athene en Thessaloniki om vluchtelingen en helpers te spreken, NGO’s en Yezidi’s wachtend op een belletje dat een Europees land hen had geaccepteerd.

Nu ben ik thuis. En de storm buiten doet hetzelfde binnen. Nog geen twee weken en Let’s Bring Them Here rijdt door Brussel, er zijn zovelen die ik graag nog wil spreken, teveel, teveel. Het zou tot rust moeten komen in mijn hart nu, zo schrijvend en zoekend naar de geest van de Maker van deze wereld. Maar dat doet het nog niet. Of toch. Een beetje dan.

De onrust is natuurlijk veel groter dan mij. We hebben de individuele verhalen gehoord, maar in het grotere plaatje jaagt er onrust en conflict door ons land, door Europa. En dan?

Vanochtend lees ik Ruth, de Moabitische, de vreemdelinge die in Israel is komen wonen. Zij is een voorbeeld-vreemdeling. Zij vraagt vanochtend aan haar schoonmoeder: ‘Ik zou graag naar het veld willen gaan om aren te lezen (opgevallen aren oprapen achter de maaiers, bedoeld voor de armen) bij iemand die dat toestaat.’ Ze gaat en komt terecht bij boer Boaz die als hij op het land aankomt vraagt wie die nieuwe vrouw is die aren staat te rapen: ‘Ze is hier al de hele dag, vanaf de vroege ochtend, ze heeft maar even gezeten.’ En Boaz heet haar welkom, zegt tegen haar dat ze hier mag blijven, zorgt voor haar. Ze vraagt naar de reden, want ze is toch maar een vreemdeling. Hij antwoordt dat hij de verhalen heeft gehoord hoe ze voor Naomi heeft gezorgd.

Ik heb dit soort ‘vreemdelingen’ – excusez le mot – ontmoet. Mannen en vrouwen die geen moment stil zitten, Ahmed bijvoorbeeld die een Nederland-Arabische Bijbel kreeg – door de meesten van zijn vrienden weggekieperd, wat moesten ze er mee. Ze waren moslim en sowieso met een boek sjouwen. Hij gebruikte het om Engels te leren. En dat spreekt hij nu. Hij praat met NGO’s, biedt zijn hulp aan, wordt ontvangen en is geliefd. Dat gaat soepel. Ruth, Ahmed. Er zijn potentiele conflicten, want met Moab had Israel een verschrikkelijke geschiedenis, en ook in Athene wordt een Syrische vluchteling heus niet door iedereen met gejuich binnengehaald, maar zij, Ruth en Ahmed, om wie zij waren, hoe ze het deden, werden geliefd en ontvangen. Door goede mensen die de goedheid in hen herkenden.

Maar is dat genoeg? Wat met al die anderen? Die niet de tegenwoordigheid van geest hebben, die ziek zijn geworden, die eraan onderdoor gaan dat ze maar moeten wachten? Die schuw schuilen in een hoekje van de tent of enkel bezig zijn om te zorgen dat hun meegebrachte kinderen het overleven omdat dit werk genoeg is? Of zij die rotzooi schoppen?

De teksten van vanochtend vragen niet om de ideale mens als uitgangspunt te nemen. Er is onrust, er is conflict in Europa, er is angst en weerstand. En het schetsen van goede mensen als Ruth en Ahmed is goed en belangrijk maar niet genoeg. Er moet ook vergeven worden, en verzoend.

Dit zegt Jezus in Matteus tegen zijn luisteraars: ‘Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter: ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen.’

Actieve verzoening met wie dan ook. Niet omdat jij iets gedaan hebt, maar omdat een ánder iets tegen je heeft. Als iemand dit echt moet doen, dan kan het zijn dat hij voorlopig eventjes helemaal geen offers meer brengt.

En Paulus schrijft aan de gemeente van Korinthe vanochtend, waar blijkbaar iemand fikse rotzooi had geschopt: ‘de straf die hem door de meerderheid van u is opgelegd is zwaar genoeg geweest. U kunt hem nu maar beter bemoedigen en vergeven anders verliest hij nog alle hoop. Daarom roep ik u op hem weer in liefde te aanvaarden.’

Als taak, krijgen ze dit. Niet als het goed voelt, niet omdat de persoon in kwestie een goed mens zou zijn. De oorzaak van de vergeving en verzoening ligt niet in de ander, maar in de eigen wil en overtuiging.

Hoe leert een cultuur vergeven? In tijden van conflict? Ik heb geen idee. Zo gauw ik groter dan mijzelf en de PopUpKerk denkt wordt het vaag. En voel ik me machteloos. Misschien moet het dan daar maar bij blijven. Verzoenend leven, niet om de ander maar om je eigen wil en hopen en geloven. Omdat het moet als deze wereld anders zou moeten zijn. Actief eropuit. En bij brute verhalen in nieuws en kranten over mensen die de ander het licht in de ogen niet gunnen, die keuzes maken die tegen alle waardigheid indruisen, bij dat soort verhalen enkel bedenken hoe het zou zijn om verzoening daar te zien en vergeving. In tijden van conflict is het aan ons om te spelen met verzoening en vergeving. Het uit te proberen, het ons in te denken en het te doen. Opdat er kleine plekken van rust ontstaan in de stormen die hier en daar flink razen.

Ruth 2:1-13

2 Korintiërs 1:23 – 2:17

Matteüs 5:21-26