Is er hoop in tijden van populisme? Ja, want dit is het antigif

Is er hoop in tijden van populisme? Ja, want dit is het antigif

Het populisme viert vandaag de dag hoogtij. Waar komt het vandaan en wat is het linkse antwoord hierop? Reinier analyseert, becommentarieert en komt met een verrassend alternatief.

Marine le Pen in Frankrijk, Geert Wilders in Nederland, Christoph Blocher in Zwitserland, Viktor Orbán in Hongarije, Donald Trump in Amerika. De lijst is lang en kun je met gemak nog veel langer maken. Zelf komen ze uit de elite, maar ze spreken ‘de gewone man’ aan en zetten zich af tegen de elite. Vaak hebben ze zelf ‘vreemde’ roots, maar veel van hun voorstellen zijn nationalistisch, protectionistisch of ronduit xenofoob.

De laatste jaren heb ik veel over deze beweging nagedacht – wie niet? Mijn voorlopige conclusie is dat het populisme nog minstens een generatie zal blijven. Om het wat dramatisch te zeggen (en onder het Jakobitische voorbehoud): de meeste lezers van dit stukje zullen overlijden in een wereld waarin de politiek nog steeds beheerst wordt door populistische leiders.

Hoe we ongelijkheid ervaren

Waar komt populisme vandaan? De opkomst hangt samen met een aantal onomkeerbare en veelomvattende tendensen. Dat is niet zozeer de groeiende ongelijkheid, waar vaak op gewezen wordt. Het klopt dat meer dan 50 procent van de welvaartsgroei de afgelopen generatie naar de rijkste 5 procent is gegaan. De allerarmsten zijn in dezelfde misère blijven hangen, de lagere middenklasse is er nauwelijks op vooruit gegaan.

Je kunt je voorstellen dat dit grote woede oproept, maar een afdoende verklaring voor de opkomst van het populisme is het niet. Er stemden meer hoogopgeleiden op Trump dan op Clinton en ook bij Wilders is die groep in opkomst. In de geschiedenis zijn bovendien diverse periodes geweest van veel grotere inkomensverschillen (lagere-schoolvoorbeeld: de Middeleeuwen) zonder deze elite-haat.

Het gaat blijkbaar niet alleen over groeiende ongelijkheid op zich, maar vooral over de perceptie van die ongelijkheid. Grote groepen merken dit en interpreteren dit als onrechtvaardig.

Globalisering maakt mensen diep onzeker

Daarvoor is wel wat nodig. In bijvoorbeeld een cultuur waar de rijken nauwelijks pronken, zal minder onrust zijn. Als er weinig mobiliteit is en je zelden rijkeren tegenkomt, idem. Als het een standenmaatschappij is en je maatschappelijke positie een soort noodlot of desnoods goddelijk mandaat is, idem.

Maar precies die situaties zijn onherroepelijk aan het verdwijnen. Door de globalisering zien we dag in dag uit mensen die het beter hebben dan wijzelf en die ergens in excelleren. Facebook is een voortdurende ervaring van verliezer zijn. Een standenmaatschappij zou de jaloezie, woede en vernedering die dit oproept nog kunnen temperen. Maar het idee dat we allemaal gelijk zijn, is niet meer te keren. Als dat zich eenmaal heeft genesteld, krijg je het niet meer weg.

Globalisering levert je over aan een ongekend complexe wereld. Je verliest de oriëntaties waarvoor je genetisch bent aangelegd: een tribe van min of meer gelijkgestemden en verwanten. Mensen aan de top van ongekend lange hiërarchieën, die je nooit zult spreken en die je naam niet kennen, beslissen of je ontslagen wordt of niet. En op elk gebied waarin je zou kunnen uitblinken, is iemand die meer uitblinkt.

Intuïtief voelen veel mensen dat het de globalisering is die hen ongelukkig maakt. Daardoor worden ze steeds meer geconfronteerd met meningen waartegen ze geen weerwoord hebben, miljonairs die zich onbeschaamd verrijken, toppers die je op elk gebied verslaan. Globalisering maakt mensen diep onzeker. Natuurlijk gaan veel mensen als reactie hierop ‘cocoonen’ en trekken ze zich terug in hun filterbubbel.

Populisten voelen dit haarfijn aan en weten dat ze een goudmijn hebben gevonden als ze nationalistisch, protectionistisch of zelfs xenofoob blijven hameren.

Oplossingen die niet werken

Mocht deze analyse kloppen, dan kun je een groot deel van de oplossingen die worden aangedragen, helaas ook afschrijven.

De lagere klassen meer laten verdienen, het klassieke linkse antwoord, gaat niet helpen. Mensen als Trump en Wilders zijn niet opgekomen, omdat mensen het in die landen objectief slecht hebben. Ook de onderklasse heeft het beter dan de middenklasse een eeuw geleden. Maar simpel gezegd, omdat ze het slechter hebben dan enkele Facebook-vrienden. Er is geen beleidsmaatregel die dat gaat voorkomen.

De progressieve elite verkeert vaak nog in de (ietwat arrogante) waan dat het helpt om het beter uit te leggen. Dat we toch allemaal baat hebben bij Europa. Dat vrijhandel nuttig is. Dat immigratie verrijkt. Voor alle duidelijkheid, ik onderschrijf deze standpunten. Maar uitleg helpt nauwelijks. Je gaat die dagelijkse ervaring van ‘loserschap’ niet compenseren met een paar toffe slogans voor Europa. Zeker niet omdat je dan juist verdedigt wat de meeste mensen zo terneerdrukt.

Links is een eigen kosmopolitische tribe geworden

En dan zijn er natuurlijk nog de linkse messiassen: Jesse Klaver van GroenLinks is het Nederlandse voorbeeld, Benoît Hamon in Frankrijk, Justin Trudeau in Canada, Sadiq Khan in Engeland, Bernie Sanders in Amerika – en zo heeft elk land met een populist wel zijn linkse messias. De volkomen hysterische ontvangst van deze figuren laat al zien hoe opgelucht het linkse deel der natie is. Eindelijk hebben wij ook een populaire leider! Er is leven na Obama!

Het gaat niet werken. Kijk naar Klaver in Nederland. Prima kerel hoor, maar er is geen PVV-stemmer die overweegt naar hem over te stappen. Klaver functioneert in het grotere plaatje vooral als tijdelijk verdovingsmiddel voor de linksen – waar ook ik mijzelf toe reken, en waar het gros van de lezers van Lazarus vermoedelijk bij zal horen. De Klavers van de wereld mobiliseren vooral hun eigen achterban en het netto effect is dat de kloof in de samenleving alleen maar groter wordt.

Links heeft de laatste tien jaar weinig anders gedaan dan preken. Het antwoord op elke flater van Wilders zijn morele veroordelingen. Elke scheet roept gewijs op. Hij heeft het gedaan! Hij is slecht! Links was ooit bedoeld als verbindend. Iets waar hoog- en laagopgeleiden samen optrokken. Maar het is een eigen tribe geworden van kosmopolieten die het heel gezellig hebben met elkaar.

Alleen voorzichtige hoop is duurzaam

Genoeg gemopperd. Want er is wel degelijk hoop. Niet het soort hoop dat stelt dat alle nationalisten en populisten binnenkort spoorloos zijn verdwenen, opgelost in een toespraak van Jesse Klaver of doodgeknuffeld in zijn lieve armen. Zo groot is hoop ook zelden in de geschiedenis geweest.

Hoop was – tot de komst van het communisme in elk geval – altijd veel kleiner. Hoop is in de geschiedenis altijd wat geweest van ietsje en beetje. Van niet het eindstadium zien, maar in elk geval de goede richting op gaan. En desnoods was het de hoop van de terdoodveroordeelde: uitstel van executie.

Ik bedoel dit op geen enkele manier cynisch. Het is juist de hysterische hoop die uiteindelijk moedeloos maakt. Als hoop alleen kan zijn: de populisten zijn morgen weg, dan ben je overmorgen wanhopig. Alleen een voorzichtige hoop is duurzaam.

De smeermiddelen van een gezonde democratie

Ik stel mijn hoop niet op demonstraties, vlammende opiniestukken, of de linkse messiassen. Waar ik wel op hoop? De weigerambtenaar. In Nederland staat het woord voor de enige tientallen ambtenaren-van-burgerlijke stand die weigerden homostellen te trouwen.

Ik schrok er enorm van toen de Tweede Kamer en zelfs de Eerste Kamer een paar jaar geleden besloten dat dit voortaan niet meer kon. Niet vanwege de inhoud (als progressief denk ik dat trouwe relaties passen bij Gods bedoeling voor mensen, ook voor ‘anders georiënteerden’). Maar ik voelde aan dat hier een meerderheid zijn wil doordrukte aan een minderheid, zeker omdat in de praktijk het nooit een probleem was geweest. Elk stel werd gewoon door een andere ambtenaar getrouwd. De flexibiliteit en wellevendheid, de smeermiddelen van elke gezonde democratie, waren opeens verdwenen.

Lang leve de weigerambtenaar

Toen ik de afgelopen maand Trump zag functioneren, werd ik in deze intuïtie bevestigd. De belangrijkste macht tegen Trump, de enigen die een vuist kunnen maken tegen zijn dictatoriale neigingen, zijn de weigerambtenaren.

Ik denk aan de deskundigen die toch de waarheid blijven zeggen. De rechters die zijn decreten terugdraaien. De spionnen die zijn medewerkers verraden. Het is de ‘vierde macht’, het immense ambtenarenapparaat, dat een vertragende werking heeft op elke besluitvorming en dat onrecht kan dempen.

In die grote ministeries en al die kleinere overheidsinstellingen is de ervaring en wijsheid van generaties opgeborgen. Ik doe er niet romantisch over. Er is ook daar zat knulligheid, luiheid en zelfs kwaadaardigheid. Maar ambtenaren zijn ook deel van het volk. En werken dus vertragend als dat volk wordt tegengewerkt.

Het is geen permanente stop. Het is Hitler uiteindelijk gelukt om ook de ambtenaren mee te krijgen. Erdogan is momenteel hard bezig alle overheidsmedewerkers te ‘zuiveren’. Maar in redelijk gezonde democratieën, zonder al te veel sociale onrust – zijn zij de buffer.

Het zijn de weigerambtenaren die ervoor zullen zorgen dat Trump nauwelijks iets voor elkaar krijgt en – wedje leggen? – dit jaar nog moet aftreden. Het zijn de weigerambtenaren die dat ook – mocht het zover komen – bij Wilders zullen doen. Want de weigerambtenaren, zij zijn ook het volk.

Een loyaliteit hoger dan ‘wereldse machten’

Er is nog een groep op wie ik hoop: de opstandige gewone burgers. Je ziet dat de ‘verzetsgroepjes’ momenteel in Amerika als paddenstoelen uit de grond schieten. Een deel bestaat uit praatgroepjes om de frustratie af te reageren, als een forum op internet, maar dan live. Anderen beseffen dat het niet bij gepraat kan blijven en zetten geheime netwerken op om bijvoorbeeld opvang voor illegalen te organiseren.

Burgerlijke ongehoorzaamheid kent een lange traditie en is juist in het ‘brave’ calvinisme het meest uitvoerig doordacht. Inderdaad bevat het christendom vuurwerk voor elke natiestaat. De oerbekentenis, dat Jezus Heer is: Jezus, en niet de keizer, is een tijdbom. Het zet potentieel alles op scherp. Christenen hebben, als ze hun bronnen serieus nemen, altijd een loyaliteit die hoger is dan de ‘wereldse machten’.

Het paradoxale is dat deze Heer zelf niet kruisigde, maar zich liet kruisigen door die andere heer. Jezus was nogal van de fluwelen handschoen, zeg maar. Bij zijn overredingstactieken vloeide er geen bloed, eerder tranen.

Dus ja, er is hoop in tijden van populisme. Lang leve de weigerambtenaren en de ongehoorzame burgers!