Daarom ga ik morgen demonstreren tegen racisme

Daarom ga ik morgen demonstreren tegen racisme

Eleonora gaat zaterdag in Amsterdam demonstreren tegen racisme. Want ze vindt het tijd om haar plek in te nemen in het publieke domein. Om zich ook op straat te laten horen tegen onrechtvaardigheid.  

De Women’s March van afgelopen zaterdag was geweldig: Ruim 15.000 vrouwen (én mannen én kinderen) die samen opkwamen voor hun rechten. Mét de meest originele en grappige one-liners. Een van de borden die me het meest bijbleef (naast natuurlijk: te veel worst is voor niemand goed en het klassieke maar ó zo nodige A women’s place is in the résistance) was een bord met de vraag of iedereen die nu op de bres stond voor vrouwenrechten, er de volgende week ook zou zijn bij de antiracisme demonstratie.

En helaas is dat nog zeer de vraag, of de enorme groep van 15.000 mensen ook gemobiliseerd kan worden om een krachtig geluid te laten horen tegen racisme. Dit past in een patroon dat we vaker zien, dat de feministische beweging er moeite mee heeft om daadwerkelijk intersectioneel te zijn. Vrouwenrechten zijn rechten voor álle vrouwen, niet alleen voor de blanke, hoogopgeleide Opzij-vrouw.

Profetische dimensie van het geloof

Mijns inziens heeft de strijd tegen racisme, uitsluiting en haat een aantal verschillende fronten. Enerzijds de strijd tegen islamofobie, die met deze verkiezingsuitslag hard nodig blijft. Anderzijds wijst bijvoorbeeld publicist Kiza Magendane er terecht op dat de voortgaande emancipatie van Nederlanders met een Marokkaanse of Turkse achtergrond geen vrijbrief vormt om het gebrek aan representatie van Afro-Nederlanders te negeren. Zoals het er nu naar uit ziet, komt er geen Afro-Nederlander in de kamer.

Het bestrijden van racisme heeft ook alles te maken met het loskomen uit je eigen bubbel. Op dit moment merk ik dat ik daar te veel in zit. Ik heb een Syrische vriendengroep, maar verder hebben al die jaren dat ik aan mijn dissertatie gewerkt heb, mij stevig in mijn academische én blanke bubbel gedreven.

Ironisch genoeg schreef ik over postkoloniale theologie, die mij hielp om woorden te vinden voor het Nederlandse koloniale verleden, maar mij geen diverse sociale leefwereld opleverde. Het is nu tijd om de resultaten van mijn onderzoek ook in de praktijk te brengen. Ik betoogde dat het nodig was om in de theologie ons breder te laten inspireren dan theologie die impliciet het Westen nog steeds als centrum van de (theologische) wereld ziet. Theologie is niet neutraal; wie je bent, bepaalt voor een deel je theologische accenten en voorkeuren.

Juist door een diverse groep auteurs te betrekken bij mijn onderzoek, kwam ik steeds meer achter de noodzaak om ook de profetische dimensie van het christelijk geloof centraal te stellen. Profetisch betekent hier niet zozeer het voorspellen van de toekomst, maar juist in het hier en nu opkomen tegen onrecht. Zoals de profeten zich ook roerden in het publieke domein, zo kunnen wij nu ook in hun traditie ons publiekelijk uitspreken tegen onrechtvaardigheid.

Witte bubbel waarin we leven

Tijdens mijn promotie-onderzoek heb ik ook mijn partner leren kennen, op een academische conferentie waar we alle twee ons onderzoek presenteerden. Het feit dat wij elkaar kónden ontmoeten, laat ook alweer iets zien van de toch vrij witte bubbel waarin we leven. Hij komt uit de Verenigde Staten, was toen een arme student, maar zijn ouders hebben zijn vliegticket betaald. De relatieve rijkdom van zijn ouders is weer vrij direct terug te leiden op de historische omstandigheden van Mississippi: waar zij als blanken geprofiteerd hebben van de toenmalige onrechtvaardige status quo.
Met andere woorden: als hij een African-American uit Mississippi was geweest, dan was de kans een stuk kleiner geweest dat hij ouders gehad had die genoeg besteedbaar inkomen hadden om zijn vliegticket te betalen.

Mijn eigen biografie is daarom nauw verbonden met het feit dat ik zaterdag de straat op ga. Demonstreren heeft voor mij niet alleen een ‘objectieve’ waarde, het doet ook wat met mijn zelfbeeld. Voor mij staat het voor het definitieve afscheid van het droombeeld van het rechtvaardige Nederland dat zich altijd aan de grondwet / universele verklaring van de rechten van de mens houdt. Sinds Amnesty International in 2013 campagne voerde gericht op de Néderlandse mensenrechtenschendingen, is het tijd om te zien dat de rechten van ongedocumenteerde migranten (ook wel bekend onder het welbewust denigrerende ‘illegalen’) niet voldoende gewaarborgd zijn. En niet toevallig zijn de meeste van die ongedocumenteerde migranten níet lelieblank.

Groepen waarbij ik me niet zo op m’n gemak voel

Het demonstreren heeft me nog iets gebracht: ik kwam in aanraking met een groep van de Nederlandse maatschappij waar ik normaal gesproken niet bekend mee ben. Bij de tegendemonstratie tegen Pegida vorig jaar februari waren er onder andere communisten, anti-fascisten en anarchisten aanwezig. Groepen die al langer aan de randen van de samenleving bezig zijn om racisme aan te pakken. Maar ook groepen waarbij ik me niet direct op m’n gemak voel. Daarom is demonstreren ook een manier om uit mijn comfort zone te komen en mezelf de vraag te stellen: kan ik coalities vormen in de strijd tegen racisme met groepen die een andere geschiedenis en een ander uitgangspunt hebben?

Tijdens de Women’s March waren er veel borden te zien met: A Women’s Place is in the Resistance / Revolution. Die borden laten zien dat het tijd is om je plek in te nemen in het publieke domein, op de straat. Mijn domein is niet alleen mijn facebookpagina, mijn academische wereld, mijn geloofsgemeenschap, mijn vrienden. Hoewel ik hier nog niet zo vertrouwd mee ben (de demonstratie van zaterdag is pas m’n vierde) helpt demonstreren je om een andere plek in de samenleving in te nemen. Niet achter de computer, maar op straat. Niet alleen je ideeën in de strijd gooien, maar ook je lijf.

De demonstratie tegen racisme en islamofobie vindt morgenmiddag plaats in Amsterdam. Meer info vind je hier