Dat ik niet de baas ben

Dat ik niet de baas ben

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Dat ik niet de baas ben – PopUpGedachte donderdag 23 maart

Plannen. Dat je vooruit kijkt en bedenkt hoe de dag eruit ziet, de week, de maand en de komende jaren. De een doet dat minutieus, de ander ziet wel even. Ik krijg soms een aanvraag voor een lezing in 2018 en vraag me dan verwonderd af hoe een hoofd werkt dat zo ver vooruit meent te kunnen kijken. Ik zeg dat soms wel toe, maar altijd met de grootste slag om de arm. Ik ben totaal afhankelijk van hoe de wereld er dan bij ligt, dus kom er twee maanden voor de datum maar even op terug. Dan kijken we of het nog steeds kan.

‘Ik erken o heer’, schrijft Jeremia vandaag, ‘dat het niet aan de mens is zijn weg te bepalen, zijn pad uit te zetten, te kiezen waar hij heen zal gaan.’ Een pareltje van een tekst van deze oude profeet zo tussen de oordeelsaankondigingen, de klachten en het huiveringwekkende gejeremieer. ‘Ik erken, o heer, dat het niet aan de mens is zijn weg te bepalen, zijn pad uit te zetten.’

Dit weekend begint er een crowdfundingsactie voor mijn werk in en rondom de PopUpKerken, acties, kunst, schrijven en meditaties. Zodat ik een jaar weer de ruimte heb om van alles te initiëren. Maar wat weet ik van dat jaar? Ik herinner me dat ik vorig jaar bang was dat er – nu er mensen fiks aan hadden bijgedragen – er niets meer zou komen. Dat de bron zou zijn opgedroogd. Nou, dat bleek zéker niet het geval. Die bron doet van alles, ik ga er alleen niet over. Ik kan het niet plannen. Het is niet aan mij om te kiezen waar ik heen zal gaan.

Wel in het moment hè, wel verantwoordelijkheid, maar op de lange duur?

Aan de muur hier hangt een schilderijtje van een ezel. Een zwart-grauwe achtergrond, een ochtendnevel of zoiets en zijn of haar bruine vacht. Twee alerte oren en lodderige ogen. Oren gespitst op opdrachten of gevaar, ogen naar binnen gekeerd en afwachtend. Is zo de mens? Ben ik dat?

Misschien was de mens ooit bedoeld als wilde ezel, die haarfijn de wetten van de natuur aanvoelde en de groep, die in kuddes door de bergen zwierf en zijn eigen leven bepaalde. Nu lijkt het meer op de ezel die in dienst is, maar niet wil. Die ronddoolt in de stallen van zijn meester, af en toe wordt ingespannen en de ploeg trekt, zich verzet, het dan maar opgeeft, het soms leuk vind, soms niet. De roep van de natuur klinkt nog, maar die van de baas eveneens en ergens weten dat overleven in de wilde natuur geen optie meer is. Maar de baas dan? Dat juk. Dat werk?

Paulus schrijft: ‘zoals de overtreding van één enkel mens ertoe heeft geleid dat allen werden veroordeeld …’ Een verwijzing naar Adam. Uit zijn vrijheid. In dienst. Werken voor je brood en beseffen dat je bedoeld was om vrij te zijn. Maar de totale vrijheid ook vrezen. De gedomesticeerde ezel. Hij gaat verder: ‘zo zal ook de rechtvaardigheid van één enkel mens ertoe leiden dat allen worden vrijgesproken en daardoor zullen leven’

Terug naar totale zelfbepaling, naar één zijn met de natuur, dat ik het weet – dat gaat niet meer. Ik weet niet wat het goede is om te doen, veel te vaak niet. Ik ken de toekomst niet en zelfs het verleden maar deels. Instinct is niet te vertrouwen, maar wat wel?

Ik ben maar gaan volgen. En niet zomaar een chef, een agenda of een bepaalde cultuur. Ik ben eindeloos gefascineerd door die Jezus van Nazareth. Hij zegt: u bent van beneden, ik van boven, u hoort bij deze wereld, ik niet.’ Hij heeft een manier van bestaan gevonden midden in deze wereld die niet meer gebonden is aan die eeuwige strijd van de mens die vrij wil zijn maar het niet durft of kan zijn. Ertoe willen doen, maar je niet willen binden. Relaties aangaan maar niet de verplichtingen. Eigen baas maar niet de angst ervan. Hij zit niet vast in dat web. Hij heeft iets gevonden en biedt dat aan. Aan wie gelooft.

En geloven is dan niet de serie dogma’s. Maar geloven heeft dat te maken met weten dat je niet de chef zelf bent, niet van het leven, niet eens van je eigen leven – want wat kun je nu helemaal overzien? Ik erken, dat het niet aan de mens is zijn weg te bepalen, zijn pad uit te zetten’. Dat aan de ene kant. ´Aan de andere kant het niet opgeven. Niet gewoon maar de platgetreden paden volgen met gebogen hoofd. Dat verlangen naar vrijheid en verantwoordelijkheid erkennen als iets wat onvervreemdbaar van ons is.

Mijn ezel aan de wand is nog besluiteloos. Hij heeft nog geen meester gekozen. En de vrijheid lonkt en bedreigt. De gewone paden van de kudde eveneens. Zal hij die stem opvangen? Met dat ene alerte grote oor? Of richting de vrijheid galopperen en daar doodgaan van eenzaamheid. Of de nek buigen en zich overgeven aan de sleur der dingen. God verhoede. Ik wil die stem, die ene serie woorden die vrijheid en verantwoordelijkheid is, erkenning van alles wat ik niet weet en weten dat wat ik wel weet essentieel is voor de keuzes van de dag. Dat ik niet de baas ben, van mijn leven, van een ander, van wat dan ook – maar wel verantwoordelijkheid krijg omdat ik vertrouwd wordt. Vreemde paradox of balans, ik weet niet eens wat het is. Maar voor vandaag voldoende. Morgen weer verder.

Jeremia 10:11-24

Romeinen 5:12-21

Johannes 8:21-32