Mij kennen

Mij kennen

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Mij kennen – PopUpGedachte donderdag 30 maart

De nacht verdwijnt langzaam, de kinderen slapen, de wereld is rustig. Nog even. Al liggen er in allerlei bedden mensen te woelen en te zuchten. Straks worden de eersten wakker met een schok, met angst in het hart of met gepieker. De stilte lijkt vredig, maar er ligt zoveel verborgen. De rust is zo vaak een dunne laag.

Mijn opgestapelde mail, de uitgestelde betalingen, de niet verstuurde factuur, de verwaarlozing van zoveel contacten, de crowdfunding – zou het wel lukken? Ach nee joh, dat moet je niet zeggen, je moet vertrouwen uitstralen. Ik heb ook vertrouwen, maar ik vraag het me soms gewoon af. En niet als groot ding, maar samen met al die andere kleine dingen die ik me af kan vragen, wordt het wel een groot ding. En dat kan soms de kop opsteken en de vermeende rust van de ochtendschemer met vogeltjes en stilte verstoren. Ik zit nog steeds stil. Uiterlijk is er niets, maar er hoeft maar weinig te gebeuren of angst, gepieker en onrust nemen het over. Hier in mijn huis, bij de buren of de overburen.

U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn.

Heb ik de geest gekregen? Als een schrijver opeens weet wat hem te doen staat en de volgende hoofdstukken achter elkaar tikt, dan heeft hij ‘de geest gekregen’. Of een spreker die na een aarzelend begin op stoom komt en iemand in het publiek fluistert: ‘Nou heeft hij de geest gekregen hoor, zie hem gaan.’ De angst is dan weggevallen. De vrees om te falen. Het weifelen is weg. Daar wil Paulus zijn luisteraars krijgen. Jullie hebben de Geest gekregen. Niet langer slaven in angst.

Het is een nare angst waar Paulus op doelt. De angst van de slaaf is tweeledig: angst voor de slavendrijver, het werk, de klappen en de andere dingen die de meester hem of haar kan aandoen. En de angst dat er buiten het slavenbestaan geen leven is. Blijven is pijn en geen autonomie. Weggaan is autonomie, maar de vraag of er wel een leven is. Want hoe overleef je dan?

En zo kunnen we ook omgaan met banen, huwelijken, kerk of wat dan ook. Maar doorgaan, want het voelt misschien niet oké, maar zonder zou ook niet oké voelen. Slaven. In angst. Voor wat er is, en hoe dat gaat en voor wat er niet is, maar zou kunnen gebeuren.

Jeremia zegt vanochtend tegen een koningszoon: ‘Je vader had aan niets gebrek. Recht en gerechtigheid handhaafde hij en hij leefde in voorspoed. Hij beschermde het recht van armen en behoeftigen en hij leefde in voorspoed. Is dat niet: mij kennen? Spreekt de heer.’

Dus God kennen, de geest gekregen hebben, weten wat te doen is: recht doen aan armen en behoeftigen en leven in voorspoed. Ik gok dat deze dingen onderling verbonden zijn. Doe maar, ga maar zorgen en recht doen – dan komt dat leven in voorspoed wel. Ik denk aan Thierry Baudet en al die andere rechtse rakkers die vinden dat mensen in nood die niet ‘ van ons’ zijn voor zichzelf moeten zorgen en je vooral geen mensen moet beschermen. Je zou het ze toch als huiswerk geven; deze tekst en dan 20.000 keer? Dit zou een Kamervoorzitter gewoon op moeten geven als iemand weer meent dat Trump een goed idee is, dat goede zorg links is, dat klimaat links is. Dat is niet links, dat is onze taak.

In de laatste tekst noemt Jezus van Nazareth zich het levende brood. Waar niemand van de omstanders iets van begrijpt. Maar het idee van de onafhankelijkheid zit daar diep in. Ik hoef me niet uit te leveren aan een broodheer. Ik hoef niet meer te piekeren of er morgen wel brood op de plank ligt. Niet omdat ik weet dat het er zal liggen, maar omdat ik niet meer afhankelijk ben of het er wel zal liggen.

Zal een royaal vluchtelingenbeleid ons land goed doen? Zal tijd investeren in zorg, in mijn vrienden, in vrijwilligerswerk voor mensen in nood niet te veel vragen? ‘Doe het goede en het zal je goed gaan’, zegt Jezus van Nazareth.

Angst wordt gevoed door wat we hebben. Hoe meer ik wil behouden wat ik heb, hoe harder de angst groeit. En hoe behoudzuchtiger ik word. Ik wil die geest wel. Die overtuiging dat wat gedaan moet worden, gedaan moet worden. En dat dit genoeg is. We weten niet wat morgen brengt, maar recht doen aan degene op mijn weg – de baas, de collega, degenen met wie ik onderhandel, mijn kinderen, hen recht doen en het zal u goed gaan. Niet op de oppervlakkige manier en niet dat het van een leien dakje gaat. Maar diep van binnen weten dat wat je nodig hebt je gegeven wordt, zodat jij kunt doen wat een ander van jou nodig heeft.

Jeremia noemt het God kennen: recht doen en voorspoed ervaren. Bij Jezus wordt duidelijk hoe beroerd die voorspoed kan aflopen en toch is het voorspoed. De vrijheid om je leven te geven. Ik weet niet wie ik vandaag ga ontmoeten. Maar als deze tekst me helpt om iets meer recht te doen aan die ander, in plaats van mijn eigen aandeel veilig te stellen, heb ik een hoop gewonnen. Goeds.

Jeremia 22:13-23

Romeinen 8:12-27

Johannes 6:41-51