Schepping èn evolutie, je kunt het kinderen uitleggen. Lees maar hoe #lazarustour

Schepping èn evolutie, je kunt het kinderen uitleggen. Lees maar hoe #lazarustour

Hoe praat je met kinderen over God, schepping en evolutie? Kort voordat hij zelf vader werd, schreef Reinier zijn ‘catechismusje’ waarin hij in directe en begrijpelijke taal antwoord geeft op vragen die niet alleen kinderen bezighouden.

Waar komen we vandaan? Hoe is alles begonnen?

God is er altijd geweest. God is vol liefde. Liefde wil je delen. Je ouders hadden ook liefde over en daarom kregen ze jou. Ze wilden zo graag praten met je, dingen vertellen, je vragen stellen, met je mee op avontuur gaan: ze wilden dolgraag dat jij er was. God wilde dat ook. Daarom maakte hij het heelal, zodat daar ontzettend veel planten en dieren en mensen in zouden ontstaan waar hij van kon genieten en die van hem konden genieten.

Ongeveer 14 miljard jaar geleden liet God daarom het heelal ontstaan. Er was eerst niets. Toen opeens iets superkleins en dat werd steeds groter. Dat eerste begin noemen we de oerknal. God begon daarmee en bleef al die tijd bezig met het heelal. Net zoals ouders ook niet alleen hun kind geboren laten worden en het daarna ergens dumpen. God zorgt voor het heelal. Hij is er voortdurend mee aan de slag om er het beste van te maken.

Ongeveer 4 miljard jaar geleden vormde zich onze zon en de aarde en daarop ontstond leven. Ook dat begon heel klein, met een enkel minicelletje, maar langzamerhand werd het steeds groter en ingewikkelder. Dat noemen we evolutie. Daar is God mee bezig geweest. En uiteindelijk, na heel lang wachten, werden jij en ik geboren.

Stammen mensen af van de apen?

Mensen en apen stammen allebei af van ‘oerapen’, miljoenen jaren terug. Er zijn heel veel verschillen tussen apen, oerapen en mensen. We kunnen bijvoorbeeld allemaal spelen, klieren en windjes laten. Maar mensen kunnen veel meer. Wij mensen kunnen bijvoorbeeld ook nog touwtjespringen, moppen tappen en computerspelletjes maken. Mensen zijn de enige wezens op aarde die kunnen lachen. Mensen kunnen ook hele goede vragen stellen.

God zorgt voor het heelal. Hij is er voortdurend mee aan de slag om er het beste van te maken.

Hoe werkt evolutie?

Evolutie werkt ook ongeveer zo. Er is een diertje en die krijgt kindjes, maar die zijn allemaal net weer een beetje anders. Sommige zijn net wat slimmer en sterker. Die krijgen dan wat meer kindjes. Zo komen er langzamerhand steeds meer van hun familie en worden in de loop van miljoenen jaren de dieren steeds wat slimmer en sterker.

Denk maar aan een giraffe. Er was ooit een dier met een korte nek. Die kreeg een paar kindjes, waarvan de meeste net zo’n korte nek hadden, sommige zelfs nog korter. Maar een van hen had een nek die nét wat langer was. Die kon meer blaadjes van de boom eten, was gezonder en kreeg daarom meer kindjes – die meestal óók een wat langere nek hadden. Zo werd de nek steeds langer en daarom heeft de giraffe nu zo’n ontzettende sliert van een nek.

Weet je dat helemaal zeker?

Nee, want niets is helemaal zeker. We geloven dat God bestaat, dat er een oerknal was en evolutie nog steeds gebeurt. Maar niet iedereen is daarvan overtuigd. Dat is ook niet erg. Er is geen enkel onderwerp waar we het als mensen allemaal over eens zijn. Iedereen vergist zich wel eens. Vergissen is menselijk. We zijn God niet!

Maar waarom zou je dan geloven in God, in de oerknal en in evolutie?

Omdat daar goede redenen voor zijn. Veel mensen hebben God ervaren. Ze zagen een wonder gebeuren of hoorden iets van hem. Het is ook heel fijn om te geloven dat God bestaat. Het is toch fantastisch als je weet dat er altijd iemand van je houdt en dat uiteindelijk alles goed komt.

Er zijn ook goede redenen om te denken dat er een oerknal was. Zo merken we bijvoorbeeld dat de sterren heel snel van elkaar vandaan vliegen. Als je dat terugdraait in de tijd, komen ze natuurlijk steeds dichterbij elkaar, tot ze uiteindelijk allemaal op een kluitje zitten. Dat was de oerknal. Daar is ons heelal begonnen.

En er zijn goede redenen om te denken dat er evolutie is. In de grond graven is eigenlijk een beetje in de tijd terugreizen. Hoe dieper je graaft, hoe verder je teruggaat in de tijd en hoe ouder de fossielen zijn die je daar vindt. We zien dat die fossielen ook steeds eenvoudiger worden. De alleroudste resten die we vinden zijn van superkleine celletjes. Daar moet het leven dus begonnen zijn en later is het steeds groter en ingewikkelder en mooier geworden.

God laat de natuur dus gewoon zijn werk gaan, maar is er ook mee bezig.

Hoe is God dan bezig met de evolutie?

Hetzelfde hoe hij nu in jouw leven bezig is: onzichtbaar, maar toch echt. Er zijn heel veel dingen onzichtbaar, maar toch echt. Jij ziet op dit moment het grootste gedeelte van de aarde niet. Toch bestaat die. Zo zien we als mensen ook bijna niets van wat God doet, en toch is hij bezig.

God werkt in jouw hoofd en geeft je mooie gedachtes, dromen en plannen. God werkt ook bij andere mensen. Op deze manier maakt God de wereld een beetje mooier. We noemen die kant van God: de heilige Geest. Zo heeft hij ook in de evolutie gewerkt. De dieren ontwikkelen zich en God stuurt dat bij.

God laat de natuur dus gewoon zijn werk gaan, maar is er ook mee bezig. Dat lijkt een beetje op als jij een glas water drinkt. Dat water doet gewoon wat het doet. Dat klotst en spettert en lest je dorst. Maar jij zet het ook in beweging en doet er wat mee. Iets heel belangrijks. Zonder dat jij iets gedaan had, was dat water niet in die beker gekomen, in je mond, in je buik… Een beetje op die manier stuurt God de evolutie.

Wat betekent het voor mij dat alles geschapen is?

Nou, bijvoorbeeld dat je heel zuinig wordt op de natuur. God werkt erin door. God heeft het gemaakt. Het is niet van jou. Dan ga je er natuurlijk heel voorzichtig mee om. Ook met andere mensen, want God houdt ook van hen. En natuurlijk ook met jezelf: God heeft ook jou gemaakt en speciaal bedoeld! Als je dat weet, daar heb je superveel aan.

Waarom doet God niet meer? Er gaat toch heel veel mis?

Dat is een heel moeilijke vraag en eigenlijk weten we het antwoord niet helemaal. Gelovige mensen worstelen al heel lang hiermee, er zijn al veel oplossingen bedacht, maar we komen er gewoon niet helemaal uit.

Misschien zit het zo. Je ouders vinden het mooi als jij steeds wat zelfstandiger wordt. In het begin zit je bij hen op de fiets, dan fiets je naast ze, en uiteindelijk fiets je helemaal zelf naar school. Je ouders zijn dan heel trots op je, maar ze vinden het ook doodeng, want het kan natuurlijk ook misgaan. Toch vinden ze dat het risico waard. Het is zo bijzonder als iemand zich vrij voelt en steeds meer op eigen benen kan staan.

Misschien is dat ook wel bij de aarde zo. God helpt ons en begeleidt ons, maar wil ook graag dat we zelfstandig en vrij zijn. Waarom zou hij ons anders gemaakt hebben? Als we precies deden wat hij wilde, waren we een soort kopie van hem en niets nieuws. Dan zou hij ons steeds op de vingers kijken en ons eigenlijk dwingen te gehoorzamen. Je weet zelf van je ouders hoe irritant het is als ze je niet vrij laten en steeds controleren…

Maar als God ons zo zelfstandig en vrij wil laten, dan heeft dat grote risico’s natuurlijk. Dan kan het ook vaak misgaan. Dat vindt God verschrikkelijk en hij voorkomt het zo veel mogelijk, maar hij wil ons niet steeds dwingen. Daarom gebeuren er nog steeds vaak ongelukken.

Waarom gaan dieren en mensen dood?

Dat weten we niet helemaal, maar een mogelijk antwoord gaf ik hiervoor: God wil ons helpen, maar nergens toe dwingen, en daarom gaat het vaak mis.

Misschien kun je het ook op deze manier bekijken. God is onbeperkt. Hij kan alles wat hij wil. Als hij iets nieuws maakt, moet dat wel beperkter zijn dan hij. Er is geen ruimte voor twee echte Goden. Er kan er maar een de grootste zijn.

Maar als God iets maakt dat beperkt is, dan zal dat vroeg of laat eens kapot gaan. Het is niet sterk genoeg om altijd maar door te gaan en zichzelf in stand te houden. Op een dag komt er een probleem dat te groot is. Dus als God iets maakt, zal dat ooit doodgaan. Daarom sterven alle planten, dieren en ook mensen. Zelfs planeten en sterren vergaan ooit.

Waarom zijn er dan ook gemene dieren, zoals muggen die je bijten, en vervelende planten, zoals brandnetels?

Een mogelijke oplossing lijkt op wat hier boven staat. Alle levende wezens zijn beperkt. Daarom moeten ze eten. Zo krijgen ze meer energie. Alleen God bestaat altijd en hoeft niet te eten. Planten en dieren moeten zich ook beschermen. Alleen God is zo supersterk dat hij zichzelf niet hoeft te verdedigen.

In de evolutie hebben planten en dieren hier ontzettend veel creatieve manieren voor bedacht. Muggen zorgen voor hun kindjes met het bloed dat ze opzuigen. Brandnetels beschermen zichzelf zodat ze kunnen voortbestaan. Dat is inderdaad vervelend. Maar tegelijk is het ook heel mooi. Want muggen en brandnetels en al die andere planten en dieren zijn ook prachtig. En bovendien, het kan niet anders. Ze moeten toch eten en zichzelf beschermen.

Is God dan niet gemeen? Het is toch niet eerlijk dat alles maar kapot gaat?

Ook alweer zo’n goede vraag! Misschien kun je het zo bekijken: ook dieren en planten en mensen die doodgaan, hebben toch maar wel mooi geleefd. Dat is al ontzettend bijzonder. Inderdaad is verdriet en pijn en sterven heel naar, maar de andere optie is misschien wel: helemaal niet leven. Dan vind ik het wel geweldig dat God ons toch laat leven, hoewel dat zwaar kan zijn.

Niet alle dood is trouwens slecht en verdrietig. Dat dieren en planten doodgaan, is meestal gewoon natuurlijk. Dat hoort erbij. Het is ook nuttig: zo komt er ruimte voor nieuwe dieren en planten. Stel je voor dat er alleen maar kindjes bij kwamen? Dan zat de aarde in een mum van tijd propvol. Dat kan helemaal niet.

Ook bij mensen hebben we er soms vrede mee als ze sterven. Een hele oude opa of oma vindt het soms zelf ook genoeg. Hij of zij is tevreden over de jaren die er waren. Maar zeker als jonge mensen sterven en soms ook bij dieren en zelfs planten, kunnen we heel verdrietig zijn. Dan zijn we ontzettend boos op de dood en soms ook op God. En dat is oké, want God vindt het zelf ook verschrikkelijk.

Maar mensen gaan toch naar de hemel?

Precies! God woont in de hemel: een heel andere wereld die heel dichtbij is, maar onzichtbaar. Als iemand sterft, bewaart God diegene bij zich. God heeft namelijk een prachtig plan met ze: over een tijdje zullen ze allemaal weer terug naar de aarde komen!

God zal namelijk deze aarde helemaal nieuw maken. Dan is er geen verdriet meer, niemand wordt ziek, niemand wordt gepest of is eenzaam. En ook gaat niemand meer dood. Toch is er nog heel veel hetzelfde, want God heeft dit leven mooi gemaakt, dus heel veel kan gewoon zo blijven. Er zijn dan vast ook de planten en dieren bij. Die horen er nu bij en God vindt ze prachtig, dus waarom straks dan ook niet?

Dat geeft veel troost. Misschien is ons leven nu ellendig, maar uiteindelijk zullen we veel langer gelukkig zijn, voor altijd zelfs. Ons leven nu is dus maar een heel kort lastig beginnetje. Het echte leven begint straks pas, op de nieuwe aarde.

Misschien hebben wij het nodig om een tijdje een spannende tijd door te maken. Daar leren we veel van. We groeien erdoor.

Waarom maakt God niet meteen een nieuwe aarde?

Ook zo’n lastige vraag, die wel een beetje lijkt op een paar eerdere vragen. Want God wil natuurlijk het allerliefst dat we allemaal gelukkig zijn, dat niemand dood gaat en alles mooi en goed is. Maar hiervoor zagen we dat dit misschien wel niet kán. God is onbeperkt, maar alles wat niet zelf God is, is beperkt en gaat dus ooit kapot.

Toch kun je je voorstellen dat God dat voortdurend voorkomt. Dat is de nieuwe aarde. God is dan zó dichtbij ons, dat alles perfect gaat. Maar de vraag wordt dan natuurlijk: waarom doet God dat niet eerder? Waarom moet er eerst een tijdje zoveel ellende zijn en kan het daarna pas helemaal goed gaan?

Misschien kun je het leven hier vergelijken met een spannende vakantie. Straks ben je weer thuis en is alles veilig. Maar nu ben je nog ver van huis en maak je avonturen mee. Er kunnen gevaarlijke dingen gebeuren, verdrietige dingen, enge dingen. Soms zou je liever thuis willen zijn. Toch is zo’n spannende vakantie ook heel mooi. Je leert er ook heel veel. Je groeit erdoor. Je wordt er sterker van.

Misschien is dat ook de reden dat God ons eerst een tijdje heel vrij laat en pas later alles helemaal veilig maakt. Het leven is nu al prachtig, maar er is ook veel verdriet. Ook God vindt pijn verschrikkelijk. Hij wil het allerliefste ons heel dicht bij zich hebben. Maar misschien hebben wij het nodig om een tijdje een spannende tijd door te maken. Daar leren we veel van. We groeien erdoor. We worden er sterker van.

Uiteindelijk weten we het niet precies. En dat is ook niet erg. God is supervol liefde. Hij heeft een bedoeling met je leven. Ook al begrijp je het niet altijd, je kunt er daarom vanuit gaan dat hij er altijd bij is, dat hij je leven nu zo mooi mogelijk maakt, en het uiteindelijk goed komt.

In de Bijbel staat toch een heel ander verhaal over de schepping? Daar staat dat God alles in 6 dagen maakte, helemaal niet in 14 miljard jaar.

God moet altijd zijn boodschap vertalen. Als God met een Engelsman praat, moet hij Engels praten, anders begrijpt die er niets van. Als God met Nederlanders praat, moet hij Nederlands praten. Dat geldt ook voor allerlei ideeën. Stel dat God jou iets wil vertellen over flatgebouwen, maar jij bent ver weg in de Amazone opgegroeid, dat wordt toch lastig. God zal dan misschien vertellen over hoge bomen waar mensen in wonen – want dát ken je wel, bomen en hutten voor mensen.

Zo is het ook gegaan met de schepping. God wilde vroeger aan de Joden uitleggen dat hij alles begonnen is, dat alles daarom fantastisch mooi is en hij van alles houdt. Niemand had toen nog ooit gehoord van de oerknal of de evolutie. Wij vinden dat al moeilijk te begrijpen, maar de mensen toen zouden er natuurlijk helemaal niets van begrepen hebben. Daarom heeft God het uitgelegd in de taal van die tijd.

De Bijbel is in een heel andere taal geschreven en een heel andere cultuur. Dus je moet de woorden vertalen, maar soms ook de beelden.

Tegenwoordig moeten we dat naar onze taal vertalen. Dat geldt voor de woorden. De Bijbel is in het Hebreeuws en Grieks geschreven. Dat moeten we vertalen naar het Nederlands. Maar ook sommige ideeën moeten we vertalen. Als er staat dat God alles heeft gemaakt in 6 dagen, kun je daarbij denken: ja, zo zeiden ze dat doen in die tijd, maar tegenwoordig lezen we dan: 14 miljard jaar. Uiteindelijk zeg je dan precies hetzelfde: God heeft alles gemaakt en God houdt van alles. Je zegt het alleen in net wat andere woorden.

Waar houdt dat dan op? Moet je opeens de hele Bijbel dan anders gaan lezen?

Je moet de héle Bijbel vertalen. Dat kan niet anders. De Bijbel is in een heel andere taal geschreven en een heel andere cultuur. Dus je moet de woorden vertalen, maar soms ook de beelden. Voorbeeldje: er staat ook in de Bijbel dat de aarde op pilaren staat en dat mosterdzaad het kleinste zaadje is. Maar jij weet zelf vast wel dat de aarde gewoon rondzweeft en maanzaad (die kleine pitjes op een bolletje) veel kleiner is. Dat dachten ze alleen toen gewoon in die cultuur. Dus dat moet je vertalen naar onze tijd.

Het meeste blijft trouwens gewoon hetzelfde. Denk aan de wonderen van Jezus. Als je in God gelooft, geloof je ook dat wonderen kunnen, dus dat is helemaal geen probleem. Bovendien zegt de wetenschap helemaal niet dat wonderen niet kunnen. Sommige wetenschappers geloven niet in God en dáárom geloven ze niet in wonderen – maar de wetenschap zelf zegt niets over wonderen. Veel van wat er in de Bijbel staat hoef je dus maar een beetje te vertalen. Het meeste is best wel duidelijk.

Waar ligt de grens? Hoe weet je nu wanneer iets wel of niet letterlijk is bedoeld?

Dat is lastig, maar meestal kom je er wel uit. Het belangrijkste is om erop te letten hoe het bedoeld is. Je merkt meestal al wel aan de woorden of iets bijvoorbeeld een verslag is of een gedicht. Een gedicht maakt gebruikt van herhalingen en vergelijking. Een verslag is wat saaier en preciezer. Zo weet je dat de teksten over Jezus bijvoorbeeld heel precies en letterlijk bedoeld zijn. Maar andere teksten niet, dat zijn eerder een soort gedichten, zoals het gedicht over de schepping.

Een ander signaal is of er ooggetuigen bij waren. De verhalen over Jezus zijn geschreven door mensen die er zelf bij waren of ze hebben mensen gesproken die er zelf bij waren. Zij kunnen het wel weten hoe het zat! Maar bij de schepping, daar waren natuurlijk geen mensen bij – die moesten nog worden gemaakt. Daarom weet je dat dit later door God is verteld om iets duidelijk te maken. Maar hij moest toen beelden gebruiken om iets heel mysterieus uit te leggen.

Een heel belangrijke scheiding ligt tussen Genesis 11 en 12. Daarvoor konden mensen niet lezen en schrijven. Die verhalen zijn superlang geleden gebeurt. Toen ze werden opgeschreven, waren de mensen die het zelf hadden meegemaakt al duizenden jaren dood. Vanaf Genesis 12 begint het verhaal over Abraham. Toen konden de mensen al wel lezen en schrijven. Dat verhaal staat dus veel dichterbij.

Moet je alles wat wetenschappers zeggen geloven?

Wetenschappers zijn mensen, dus ze vergissen zich heel vaak. Je moet daarom absoluut niet alles maar aannemen wat zij beweren. Van niemand trouwens niet. Maar ja, als heel veel wetenschappers iets zeggen… Dan is het best nuttig dat serieus te nemen.

Dat doen we daarom ook meestal. Als je je telefoontje gebruikt, vertrouw je erop dat die niet opeens per ongeluk de president belt. Als je in een auto rijdt, verwacht je dat die niet opeens ontploft. Als je op je stoelt zit, ga je ervanuit dat je er niet doorzakt. Ook als je naar de dokter gaat, vertrouw je erop dat die verstand van je lichaam heeft. Maar al die dingen zijn gebouwd op basis van wetenschap. Wetenschap is iets wat God gegeven heeft om mensen iets te leren over de wereld en zichzelf.

De wetenschap kan intussen niet alles ontdekken. Er zijn heel veel zaken waar de wetenschap geen verstand van heeft. Over God bijvoorbeeld, daar heeft de wetenschap weinig over te zeggen. Over wonderen ook niet. Over wie het leukste vriendje of vriendinnetje is zeker niet. En al helemaal niet over waarom jij jij bent.

De Bijbel en de wetenschap kunnen elkaar niet bijten: ze gaan over heel andere dingen.

Wat is wetenschap eigenlijk?

Wetenschap is een bepaalde manier om dingen te weten te komen. Er zijn heel veel manieren om iets te weten te komen. Je kunt iemand iets vragen. Je kunt een boek lezen. Je kunt in je geheugen graven. Je kunt sommetjes oplossen.

Wetenschap doet het op een andere manier, bijvoorbeeld met experimenten. Dan bouw je iets na dat een beetje op de werkelijkheid lijkt en kijk je hoe dat werkt. Als je bijvoorbeeld wilt weten of mensen agressief worden van bepaalde kleuren, dan zet je een paar mensen in een blauwe kamer, een paar in een groene en een paar in een rode. En dan ga je heel irritant doen en kijk je wie het chagrijnigste reageert. Als je dat een paar keer herhaalt en elke keer schelden de mensen in de rode kamer het hardste, dan weet je dat mensen boos worden van de kleur rood.

Zeggen de Bijbel en de wetenschap tegenstrijdige dingen?

Nee. De Bijbel gaat over God. Daar heeft de wetenschap geen verstand van, omdat de wetenschap gaat over patronen en regelmatige dingen in onze werkelijkheid. Maar God woont in de hemel. Je kunt geen model van hem maken of een formule. De wetenschap gaat over dit heelal. Daarom kunnen de Bijbel en de wetenschap elkaar niet bijten: ze gaan over heel andere dingen.

Hebben Adam en Eva nu bestaan of niet?

Het zou kunnen, maar waarschijnlijk niet. Als we ons DNA bestuderen (DNA is een code in je cellen die opdrachten geven hoe je moet groeien) blijkt dat we niet van een enkel stel afstammen, maar van een grote groep mensen en daarvoor mensachtige apen. Wat wel zou kunnen is dat God deze groep mensen heeft afgezonderd en een speciale kans heeft gegeven. Misschien heeft hij deze mensen wel in een soort paradijs geplaatst, net zoals in het Bijbelverhaal.

Heel belangrijk is het niet. De Bijbel gaat er niet over of Adam en Eva bestaan hebben of niet. Dat is niet de bedoeling van die tekst. De Bijbel wil daar iets vertellen over God: dat God alles gemaakt heeft, dat hij van alles houdt en dat alles prachtig is.

Dat je het niet zo letterlijk moet nemen, blijkt hier ook uit: Adam betekent mens en Eva moeder. Als je een verhaal leest over meneer Mens en mevrouw Moeder die samen alles meemaken, denk je toch ook: dat verhaal is symbolisch bedoeld? Dat gaat eigenlijk over mensen, vaders en moeders, in het algemeen…


Evolutie & schepping tijdens de Lazarus 7keer7 tour

Wil je hier meer over weten? Tijdens de Lazarus 7keer7 tour besteden we een avond aan dit onderwerp en gaan we er met deskundige sprekers op door. Blijf op de hoogte en meld je hier aan.


Meer lezen over dit onderwerp?

In gesprek met (je) kinderen over deze thema’s? Lees dan ook eens het boek Het geheime logboek van topnerd Tycho door wetenschapper Cees Dekker en Corien Oranje. Dit vrolijke kinderboek gaat over Tycho die alles wil weten over het ontstaan van de aarde.