Zo onzichtbaar is het niet

Zo onzichtbaar is het niet

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Zo onzichtbaar is het niet – PopUpGedachte dinsdag 14 maart

Achter de grijze wattige flarden van wolken ligt de diepte van een lichtblauwe hemel. Hoe diep dat precies dan is, hoe ver dat strekt en wat daarachter huist en haar oneindigheid. Het kleine vlekje aardbol in dat heelal, dat barst van leven dat maar niet kan ophouden met leven en leven voortbrengen. Dat is ons huis hier, ons thuis.

Dat hele idee God is voor mij steeds minder vanzelfsprekend geworden. Het is mysterie gaan heten en kracht-achter-de-werkelijkheid, zonder overigens de persoonlijke trekken te verliezen waarmee het zich laat kennen, de woede, de liefde, de jaloezie, de verbetenheid en de zorg. Maar het is wel onzichtbaar, onaanraakbaar, het trilt in en rondom de werkelijkheid. Onzichtbaar. Maar niet zo onzichtbaar. Althans, dat beweert Paulus in zijn brief aan de Romeinen vanochtend.

De mens heeft geen excuus om God niet te kennen. Het is niet cultureel bepaald. Het is geen toeval omdat je nu eenmaal opgegroeid bent in een gezin waar toevallig men gehoord had van die onzichtbare en dat verhaal levend hield. Hij is zichtbaar. Hij, de mannelijke en vrouwelijke, de maker, de heelmaker. ‘want wat een mens over God kan weten is hun bekend omdat God het aan hem kenbaar heeft gemaakt’ – oh, hoe dan? Bijbel zeker, Jezus van Nazareth, verhalen, kerk? Nee – ‘Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping zichtbaar in zijn werken, zijn kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar. Er is niet waardoor zij – de niet-wetende, zelfzuchtige, nihilistisch mens – te verontschuldigen zijn …’

Voor het verstand waarneembaar, onzichtbaar maar zichtbaar in zijn werken. Het doet mij denken aan al die geleerden die onze wetenschap hebben gevormd, wiens boeken nog steeds worden verslonden als basis van ons denken, Thomas van Aquino, Augustinus en zo vele anderen, literatoren en denkers als C.S. Lewis, het is niet zo onzichtbaar dat mysterie. Blijkbaar.

De wetenschap leert ons vertrouwen op de feiten, in elk geval de pseudo-wetenschap die zegt dat als je iets niet kunt aanraken dat het niet bestaat. Terwijl wetenschap juist op zoek is naar de verklaring van de feiten. De onzichtbaarheid van de zichtbare dingen. God is niet onherleidbaar, hij is alleen niet aanraakbaar. Zoals de liefde. Maar dat laat wel sporen na, het verandert, het leeft en het is. Onzichtbare eigenschappen zichtbaar in zijn werken.

Het probleem is, staat er vervolgens, dat velen het geschapene vereren en aanbidden in plaats van de schepper. Dat we geld waarderen of status of eten en drinken. Terwijl dat gevolgen zijn van het bestaan van de maker, zichtbare vertalingen van de onzichtbare. Ik kan de seks vereren terwijl de liefde in al haar vormen seks leven geeft. Zonder die bron loop je leeg, al zijn er die het lang volhouden. Met eten, drinken, seks, geld, status – want wat je hebt is makkelijker vast te houden dan wat je niet zelf vast kunt houden, het is fijner om iets vast te houden dan om eraan te moeten dat je vastgehouden wordt. Terwijl dat waar is. Niet enkel spiritueel, maar fysiek menselijk, zoals wij geboren zijn, zoals wij leven, no man is an island.

De profeet Jeremia zegt vanochtend: ‘twee wandaden heeft mijn volk begaan, het heeft mij verlaten, de bron van levend water en het heeft waterkelders uitgehouwen, kelders vol scheuren, waarin het water niet blijft staan.’

De bron losgelaten, dat onnoembare, omdat het zo religieus is, omdat het zo bezoedeld is met moralisme en lelijke institutionele godsdienst die zo kinderachtig kan voelen. Toch zat daar een onuitputtelijkheid. Neem de moraal. Zondag aan zondag gepreekt door een pastoor die het zelf ook niet leefde maar die het wel uitdeelde, en mensen kans gaf te participeren in brood, wijn en dat onnoembare. En nu roepen politici iets over moraal, en joods-christelijke waarden, het klinkt schril en ziet er lelijk uit omdat het slechts gemetselde betonnen bakken zijn waar het residu van toen in bewaard moet worden. Het sijpelt weg door de scheuren en wordt troebel en ondrinkbaar, want de bron is nergens te bekennen.

‘Ze roepen niet: Waar is de heer,’ schrijft Jeremia. Terwijl dat toch de vraag moet zijn. De astronaut die terugkeert en altijd spiritueler is geworden. De bijna-doodervaring die van mensen gelovigen maakt. Niet in religieuze zin, vaak. Maar zij weten dat het zichtbare een verhaal vertelt en willen niet blijven staan bij wat zichtbaar is.

Dat mysterie is niet onvindbaar. Maar wil en durf ik het te verkennen, als een wetenschapper zijn verklaringen zoekt. En C.S. Lewis uitroept: it fits. Niet de man op de wolk, maar de bron van leven. Het onzichtbare is zo onzichtbaar nog niet. Gek eigenlijk, dat we in een cultuur leven die rotsvast in de liefde gelooft, maar het moeilijk vind om in God te geloven omdat die zo onzichtbaar zou zijn. Gek.

Jeremia 2:1-13

Romeinen 1:16-25

Johannes 4:43-54