Zo erg? Kom nou

Zo erg? Kom nou

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Zo erg? Kom zeg! – PopUpGedachte vrijdag 17 maart

‘Waarom moet je altijd zo je best doen? Ik krijg het idee dat als ik je bezig zie dat je een soort wedstrijd rent en je uiteindelijk uitgeput en met je tong op de schoenen de hemelpoort over struikelt.’ Dat vroeg ze in het interview gisteren. En ik kon me er niets bij voorstellen. Wat een ellendig leven, zo hard je best doen dat je uiteindelijk totaal uitgeput bij de eindstreep aankomt. Het leven als een strijdperk, kijken wie wint? Man, man. Het leek haar wat op te luchten, ze kon er zelf klaarblijkelijk ook al niet zoveel mee. Dat geknok. Als je de strijd aangaat met de shit van de hele wereld ga je onherroepelijk ten onder. Het is te veel, te groot, te veelzijdig en teveel onderdeel van wie je bent. Je wilt het goed doen, koopt dan maar avocado’s, blijken daar ook weer nare omstandigheden aan te kleven, wil je een eerlijke telefoon blijkt die ook niet fair en Tony Chocolonely is ook niet meer wat het geweest is, ze doen alleen nog hun best om de wereld wat slaafvrijer te krijgen in plaats van slaafvrije chocola te verkopen. Je zou er toch cynisch van worden. Alles is ijdelheid, zei ze. Lucht en leegte.

Voor degene die meende dat je moest knokken een heel belangrijke openbaring. Alles is fucked up. Maar, ho wacht, zegt de optimist, niet zo donker. Jawel. Even wel. Zolang je nog probeert om het goed te doen zodat je uiteindelijk kunt zeggen: maar ík heb het goed gedaan, ik heb het niet opgegeven, ik heb steeds de zo zuiver mogelijke weg gevolgd etc? Voor die moet het even donker worden, voor die neiging in mezelf is het heel gezond dat het even donker wordt.

‘Zwerf door de straten van Jeruzalem’ is de opdracht aan de profeet Jeremia vanochtend ‘vraag na, kijk om je heen, zoek op de pleinen of er iemand is die rechtvaardig handelt, die naar eerlijkheid streeft, dan zal ik Jeruzalem vergeven.’ Eentje maar. Hij kan het niet vinden, onze Jeremia, en Jeruzalem wordt verwoest en nooit meer helemaal hersteld. ‘Er is geen mens rechtvaardig,’ zegt Paulus, ‘zelfs niet één. Er is geen mens verstandig, er is geen mens die God zoekt. Allen hebben zich afgewend, heel de mensheid is verdorven.’ Zwarte kleren aan, zwart oogpotlood om de ogen, een puntenketting om de nek en rocken maar. Kan het nog donkerder? En overdrevener? Als je om je heen kijkt is dit toch gewoon onzin. Ik hoef maar één blokje om te lopen en ik vind iemand die rechtvaardig handelt. Wat is er mis met je ogen Jeremia?

We zouden het eens moeten vragen aan degenen die het meest rechtvaardig lijken te leven. Aan de Paus, aan monniken, aan toegewijden. Vraag eens hoe zuiver ze zijn en zie hoe ze vechten tegen hun eigen aanvechtingen. De bekeerde Augustinus, zo toegewijd en zo in strijd met zichzelf. Zijn het enkel de oppervlakkigen die denken dat ze goed leven? Denken we vooral dat we goed leven als we ons vergelijken met anderen die het nog veel slechter doen? We doen allemaal goede dingen uit het verlangen om goede mensen te zijn, maar dat betekent toch juist dat we verlangen iets te zijn wat niet zomaar zijn.

En hoe pessimistisch is dat? Het is niet pessimistisch. Het is niet tragisch. Omdat dit niet het einde van het verhaal is. Ik weet überhaupt niet of je het tot hiertoe trekt, dit stukje tekst, maar het is niet bedoeld om het op te geven, juist niet. Het is alleen bedoeld om een manier van leven te vinden waarbij je niet met je tong op je schoenen bij een hemelpoort wilt proberen aan te komen, vechtend om een goed mens gevonden te worden. Het is de acceptatie van ons als fuck-ups, niet als einde van het verhaal maar als begin.

Jezus van Nazareth zegt vanochtend: ‘Wat ik doe getuigt ervan dat de Vader mij heeft gezonden. Maar gij hebt zijn stem nooit gehoord en zijn gestalte nooit gezien, u hebt zijn woord niet blijvend in u opgenomen.’ De godsdienstige tijdgenoten zagen het niet, maar hier is de ene die Jeremia zocht. Die ene die rechtvaardig handelt en naar eerlijk streeft en dan zou Jeruzalem vergeven worden. Die ene. Wiens leven zich voortzet in al die figuren die ook proberen om te erkennen hoe rottig we als mensheid opereren zonder het bijltje erbij neer te gooien, zonder dat te bestrijden maar juist te leven als mensen aan wie de shit vergeven is zodat ze elke opnieuw iets nieuws kunnen uitproberen, iets moois, een verrassing, iets wat dwars staat op dat wat we zo vaak zijn als we gewoon maar doorleven.

Ik vind het nog steeds pessimistisch, maar ik kan de vrouw die me interviewde niet ongelijk geven. Als je vecht tegen het onrecht om het op te lossen vecht je tegen de bierkaai. Dat is eerlijk en fair gezien. En je gaat er aan onderdoor. Dat is dan ook niet onze taak. Maar uitstappen uit de patronen van het onrecht zelf, door ons te verzetten, ons los te knippen, er steeds minder onderdeel van te zijn, dat maakt dat we weten dat we vergeven zijn, daarmee tonen dat we het niet opgegeven hebben. Het begint met optimisme over de mogelijkheden van ons, dat dondert in elkaar door realistisch pessimisme en daarna begint de volwassen daadkrachtige en kwetsbare hoop.

Jeremia 5:1-9

Romeinen 2:25 – 3:18

Johannes 5:30-47