‘Hoewel het eigenlijk niet kon …’

‘Hoewel het eigenlijk niet kon …’

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

‘Hoewel het eigenlijk niet kon …’ – PopUpGedachte dinsdag 21 maart

‘Iedereen wist dat het niet kon, totdat er iemand langskwam die dat niet wist’, dat is de beroemde zin van de stoïsche filosoof Epictetus, tegenwoordig te vinden in bladen als Happinez, op de etalage van een winkeltje in de Jordaan en in vijf verschillende lettertypes gekrijt op een bordje in een doorzonwoning in Bloemendaal. Verzonnen in de eerste eeuw na Christus, maar het had Christus zelf kunnen zijn. Of een beschrijving van hem. Hij weet het niet, die Jezus van Nazareth. Dat het allemaal niet kan en niet gaat en niet hoort zoals hij het doet of van plan is, maar hij weet het niet en doet dus de dingen die niet kunnen, die niet gaan en niet horen alsof ze de gewoonste zaak van de wereld zijn en iedereen toch kan zien waarom ze gebeuren en dat er een nieuwe tijd is aangebroken: een tijd waarin deze dingen wel kunnen en horen en mogen.

Tijdens een uitgebreide waterceremonie waar met een gouden kruik water wordt gehaald uit een bron ver weg, onder klappen en zingen en dansen en vereren, een stoet met toeters en bellen, vooraan de priester die het water dan uitgiet over het altaar, symboliek van verwachting, dat het ooit een keer gaat gebeuren dat de Heer terugkeert en het weer goed is op aarde – en Jezus van Nazareth staat te kijken, verheft dan zijn stem als een Damschreeuwer op 4 mei en roept: ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken. Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft.’ Ik zie de priester voor me die bijna de gouden kruik laat vallen, het volk dat van de waterstraal uit kruik omkijkt naar de man met dat gezag in zijn stem. ‘Nooit heeft een mens zo gesproken’ zeggen ze. Maar doe even normaal, alsof hij daar deze hele ceremonie kan vervangen, dit doen we al jaren. Wie is hij nu helemaal? En zo uit het niets.

Het is moeilijk om het goede te zien als we ons er niet op hebben voorbereid. Dat er een feest langskomt en we gewoon aan het werk zijn en dus constateren dat het feest niet voor ons is. Anders hadden we het wel geweten. We verwachten dat het goede komt als we ons weer toegewijd hebben aan spiritualiteit en liefde en zorg. En dat we dan rust vinden. Jezus van Nazareth verschijnt gewoon en men zegt: dit is niet voor ons. Dit kan niet goed zijn. Dit kan niet en mag niet. Ga weg. Dan kunnen we door met de dingen die we deden. Ze rekenden er niet op dat het ook in hun tijd goed zou kunnen komen, dat ook in hun tijd de wereld zou kunnen veranderen. Wel dingen verwachten in liedjes en in gebruiken, wel over de liefde zingen in kroegen en in kerken, maar dat het echt voor jou nog kan? Als het voor je staat het nog niet herkennen omdat een soort vastigheid is. En ‘het is niet voor mij’ is vastigheid. Dan kun je er fijn over zingen, treurige liedjes over schrijven, en hoef je niet elke keer als het mogelijk voor jou bedoeld is, weer te hopen, mogelijk teleurgesteld raken en weer opnieuw gaan zitten hopen.

In Romeinen schrijft Paulus: ‘Hoewel het eigenlijk niet kon, bleef Abraham hopen en geloven dat hij de vader van vele volken zou worden, zoals hem was beloofd.’ Hij wel. Echt hopen. Terwijl het zoveel rustiger is om vrede te sluiten met de harde werkelijkheid. Met lijden en pijn en loslaten. Moeilijk, maar toch. Maar Abraham geloofde iets, voor hem persoonlijk. En hij vertrouwde. Dat was zijn hele geloof.

De wereld kan er behoorlijk fucked-up aan toe zijn. Wat moet een Peruaan in een krotje tussen modderstromen links en rechts en met een weersvoorspelling van harde regen, 150 liter per vierkante meter, nog dagenlang, waar moet die op vertrouwen met zijn kinderen? Als je met je vrienden aan het snowboarden was, na een lawine ben jij gebutst en gedeukt maar je vriend is overleden. Wat moet je dan nog vertrouwen, hopen, geloven?

Jeremia schrijft vanochtend dat de vreugdezangen zullen verstommen en het land een woestenij zal worden. Hopeloos. Dat moet hij zeggen tegen zijn volksgenoten. Hopeloos. Totaal. Want je hebt het verkloot met elkaar en dit is het gevolg. Omdat we als mensen het niet kunnen en willen, het goed doen.

Maar Abraham bleef vertrouwen, hoewel het niet kon. Jezus van Nazareth wist niet dat het niet kon en veranderde de wereld. Stukje voor stukje. ‘Laat wie dorst heeft, komen.’ Iedereen die een droge keel heeft van verlangen, die niet goed meer weet hoe te huilen of de neiging heeft om de hoop maar op te geven. Omdat het fijn kan zijn om het op te geven. Dan weet je waar je aan toe bent. Maar je wilt het nog niet. Iedereen die dorst heeft, kom en drink bij mij. Geloof dat dit verhaal van het leven niet geëindigd is maar pas begonnen. En je zult zien dat er rivieren van levend water uit jezelf zullen stromen. Dat je naar jezelf kijkt en denkt: verrek, ik breng vreugde voort terwijl ik dacht dat aan mij de vreugde nooit meer besteed zou zijn. Jezus van Nazareth’s verhaal begint in en door de pijn en het donker, na de dood. Niet per se jouw of mijn dood, maar de ervaring van de dood in het leven. Het donker, het eindige, waar het eigenlijk niet meer kan. Lechajim en proost, op dat leven.

Jeremia 7:21-34

Romeinen 4:13-25

Johannes 7:37-53