Wordt het nacht of dag?

Wordt het nacht of dag?

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Wordt het nacht of dag? – PopUpGedachte donderdag 16 maart

Er zijn maar weinig dagen dat de letterlijke nieuwsgierigheid het wint van de stilte, de meditatie en de rust. De uitslagen van de verkiezingen in Amerika en vandaag van die in Nederland gaan voor op het lezen van de teksten vanochtend. Het is de nieuwe context waarin de teksten spreken of zwijgen of andere wegen wijzen.

En er zitten vanochtend een hoop V’tjes in de twee grootste partijen, ‘Voor de Vrijheid’ en Volkspartij voor Vrijheid.’ Dat zijn de V’s uit PVV en VVD, de grote winnaars van de verkiezingen. Vrijheid, denk ik dan? Vrijheid? Vrijheid om wat te doen? Wat houdt hen niet langer tegen? Waar zijn ze vrij van? De V’tjes hebben gewonnen en ik weet niet wat er vrij komt vanaf vandaag.

Je mag toch hopen dat deze tekst toeval is

De teksten dan maar. Jeremia, daar begint het mee. ‘Op die dag’ staat er – ik begin maar gewoon blind te lezen hè – ‘ontzinkt de koning en de leiders alle moed. De priesters zijn ontzet, de profeten verbijsterd.’ Oké … en verder ‘O bonzend hart! O razend hart! Ik krimp ineen van pijn. Ik kan niet zwijgen, tot in mijn ziel voel ik het hoorngeschal, hoor ik het krijgsgeschreeuw, ramp op ramp wordt gemeld, heel het land gaat te gronde. De Heer zegt: ‘Dwaas is mijn volk, het is met mij niet vertrouwd. Het zijn kinderen zonder verstand, inzicht hebben ze niet. Zij zijn wel wijs, maar in het kwaad, tot het goede zijn ze niet in staat.’

Je mag toch hopen dat het totaal toeval is, zo’n tekst op de dag van de uitslag. ‘Ik zag de aarde, ze was woest en doods. Ik keek op naar de hemel er was geen licht.’ Doe even rustig Jeremia. Zo erg is het niet. Er is enkel een verkiezing geweest. Dit gaat niet over ons. Zeker niet. Dit gaat over Israel, lang geleden, rustig maar. Stil maar. Ontspan. Adem in, adem uit.

Ik weet niet waarom het er staat. En toch lees ik het. En vraag me af, wat nu?

Maar wat men echt gaat doen, wordt gedreven door wat leeft in het verborgene van de mens

Paulus schrijft vanochtend over de mensen die de Joodse wet kennen en erbij zweren, maar er niet naar leven. En dat dit toch frappant is. Dat er ook mensen zijn die de Joodse wet niet kennen, maar bij wie het in het hart geschreven lijkt te zijn. Omdat hun geweten hen aanklaagt als ze iets doen wat niet in lijn is. Zij zijn vrij, het goede is verinnerlijkt. En dan staat er: ‘dat alles zal blijken op de dag waarop Christus Jezus oordeelt over wat er in de mens verborgen is.’

Men heeft gestemd voor verborgen redenen. Men gaat regeren met verborgen redenen. Men roept dat men iets gaat doen. Publiek, met programma’s en in een kabinet. Maar wat men echt gaat doen, wordt gedreven door wat leeft in het verborgene van de mens. Door wat er leeft, of wat er dood is, in dat verborgene. Niemand weet dat werkelijk van een ander. Niet eens van onszelf. Er regeert niet een VVD, er stemt niet een PVV-er, er leeft een mens. Met hartstocht, angst, hoop, liefde en weerzin. Ik ben daar één van, net als ieder ander.

En de Maker van de wereld heeft als werk om dode mensen tot leven te wekken. Geestelijk dode mensen, overlevers, wanhopigen, zij die het niet zien. Waar ik er één van ben. ‘Want zoals de Vader doden opwekt,’ zegt Jezus van Nazareth over zichzelf, ‘zo maakt ook de Zoon levend wie hij wil. De vader zelf velt over niemand een oordeel, maar hij heeft het oordeel geheel aan de zoon toevertrouwd. Wie luistert naar wat ik zeg ís van de dood overgegaan naar het leven.’

Wat er werkelijk toe doet, speelt op hartsniveau, in het verborgene. En ik vrees het ergste voor harten die genadeloos de vreemden kunnen weren uit het land en uit het zicht, maar ik weet het niet. Als zelfs de Vader niet oordeelt, wie ben ik dan?

Ik wil zelf levend worden, ten volle. En ik wil beseffen dat het werk van de Maker van de wereld is om leven te scheppen op onverwachte plekken. In bepaalde hoeken van de Tweede Kamer, in achterkamer en torentjes. Bij mensen thuis in wijken waar ze het gevoel hebben niet gehoord en gezien te worden of juist met argwaan gehoord en bezien te worden. Dat daar leven ontstaat.

Als leven een andere categorie wordt…

Gisteren is er een jonge man overleden. Hij is nog niet dood, maar de dokters hebben het opgegeven. Een goede vriendin liet het ons – in de PopUpKerk – weten. Eerst vroeg ze nog om te duimen, om kaarsjes te branden, om te bidden. Gister liet ze weten dat de kaarsjes nog steeds belangrijk zijn, maar nu voor zijn vriendin, voor zijn ouders, familie en vrienden. Het was een ongeluk. En nu moet het landen.

Dat er een heel mooi mens weg is gerukt uit dit leven. Een levende ziel. Zou Jezus van Nazareth van hem zeggen: hij is niet dood, hij leeft? En zou dat een troost kunnen zijn ondanks het waanzinnige gemis? Als ik dat zou kunnen geloven, dan is wat voor ogen is zo weinig relevant. Wat men stemt, wat voor beleid men steunt of uitvoert, zelfs of men fysiek leeft. Dan is leven een andere categorie geworden.

Werkelijk tot leven komen. Dat het dag is in de ziel en in het hoofd. God, wat gun ik dat die familie. Maar ook de mensen die straks leiding moeten geven aan ons land. En iedereen die wanhopig is over de manier waarop er leiding gegeven gaat worden. Dat het dag wordt, dat we opstaan en leven. Vandaag. En morgen opnieuw.

Jeremia 4:9-10, 19-28

Romeinen 2:12-24

Johannes 5:19-29