Hoop heb je niet zomaar

Hoop heb je niet zomaar

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Hoop heb je niet zomaar – PopUpGedachte woensdag 22 maart

‘Ja, ik hoop het wel hoor. Oh wacht, nee gaat toch niet door. Nou ja. Het zij zo.’ Dat is hopen, toch? Gokje? Misschien? Wie weet! Staatsloterij hopen, je weet nooit waar die prijs op valt. Je kunt maar net geluk hebben.

Deze ochtenden in stilte als het huis nog slaapt en de stad langzaamaan wakker wordt – altijd laat die Amsterdammers – zijn zoektochten naar verdieping en verbinding. De snelle duiding van de dag in kranten en in ons gewone taalgebruik valt even weg. Ik lees de oude teksten zoals die op dat oude rooster staan, ze zijn door de eeuwen heen bewaard gebleven. Omdat het geen eendagsvliegen zijn, geen gokje op de toekomst of leuk voor erbij. Het waren levenslijnen voor mensen en gemeenschappen, waar hun leven van afhing. Hun ziel en zaligheid in alle zinnen van die uitdrukking. En vandaag schrijft Paulus in Romeinen iets over de hoop.

‘Wij prijzen ons zelfs gelukkig’ zegt hij ‘onder alle ellende omdat we weten dat ellende tot volharding leidt, volharding tot betrouwbaarheid en betrouwbaarheid tot hoop. Deze hoop zal niet worden beschaamd … ‘

Ik dacht dat alles begon met de hoop. Dat hopen is wat gewoon gebeurt, maar wat een weg daarheen voor Paulus. Hopen is een vak, een ambacht, een leerweg. In elk geval geen gokje in de loterij, blijkbaar. Het begint met de shit in je leven, met niet vinden wat je zoekt, niet krijgen wat je verlangt, oneerlijk behandeld worden door de ander, het universum of wie dan ook, die ellende. Dat het verrotte pijn doet. Of in elk geval een beetje. En dan zegt Paulus dat die ellende tot volharding leidt, tot volhouden, het stelt je voor de keus om het uitzicht, het licht wat je zou willen zien weg te kieperen of te blijven graven. De vrouw van de beroemde Bijbelse Job die zegt: ach man, zeg God vaarwel en sterf.’ Maar Job niet, die grijpt God bij de revers en schudt hem door elkaar. Voorzover dat in zijn macht ligt. Dat is volharding. Niet geloven dat het cynisme een begaanbare weg is en zo de ellende volhouden. Er moet iets zijn. Die volharding leidt tot betrouwbaarheid. Blijvende volharding maakt dat je merkt dat je het kunt volhouden. De hardloper die zijn lijf gaat vertrouwen omdat het lijf het niet bij het eerste pijntje opgeeft, dat de geest tegen het lichaam zegt: we kunnen dit, we hebben dit vaker gedaan, stug doorlopen. Het is allemaal nog geen hoop, zegt Paulus, gek genoeg. Het is ellende, het is volhouden, het is vertrouwen ontwikkelen en dat leidt tot hoop. De hoop dat we ergens gaan komen.

Waar gaat deze hoop dan over? In de lezing uit het Evangelie, de biografie of het nieuws over Jezus van Nazareth wordt een vrouw die betrapt is op overspel door een groep religieuze mannen naar Jezus gesleept. Out in the open wordt ze aan zijn voeten neergezet: kijk! En met deze tekst: ‘Mozes draagt ons op om zulke vrouwen te stenigen. Wat vindt u daarvan …’ De zuigerigheid. Weten dat die JC de vergevingsgezindheid zelve is en hier een poging doen om van hem te horen dat we de wet van Mozes toch niet zo serieus moeten nemen. Dat is waar ze op uit zijn. Wat hem alle credibility zal doen verliezen. Als hij die wet relativeert.

Pas na lang aandringen zegt Jezus iets: Laat wie zonder zonde is maar de eerste steen gooien. Hij geeft toestemming om haar te stenigen. Hij neemt de wet van Mozes, 100%. Maar wie mag dat doen is dan zijn vraag. Flipping the question. Hij kan dat als geen ander. En normaal moet de oudste aanwezige als eerste gooien, omdat jonge honden te gretig zijn en er dan zomaar onschuldigen sterven. En de oudste denkt, weet, twijfelt en loopt weg. Wie durft dan nog te zeggen dat hij zondeloos is. Als JC weer opkijkt is er alleen nog de vrouw: heeft niemand u veroordeelt? Ook ik veroordeel u niet, ga heen zondig niet weer.

En hij zegt daarover: ‘u oordeelt met menselijke maatstaven maar ik oordeel over niemand en doe ik dat toch dan is het oordeel betrouwbaar.’ Hij oordeelt niet in dit verhaal, maar laat het oordeel aan de mens, het oordeel over zichzelf. En kiest dan vervolgens tegenover de vrouw om niet te oordelen.

Dit is de hoop. In ellende. Dat er niet meer geoordeeld wordt. Dat het klaar is met oordelen, dat het laatste oordeel is geweest. En ik weet nog niet precies wat het betekent, maar er zit hier iets in.

Neem die ellende waar Paulus het over heeft: We zien de shit in de wereld en denken eigen schuld. Ofwel oordeel. We denken: jouw schuld. Of Gods schuld. Maar ten diepste toch heel vaak: ‘eigen schuld’. Bewust of onbewust. En in die ellende niet je begraven in schuld van jezelf of van de ander, maar ellende volhouden als ellende. Dit is het, maar het is niet iemands schuld meer. Dat leidt tot betrouwbaarheid. En dat leidt tot hoop. De hoop dat we het niet iemand kwalijk hoeven nemen, dat het oordelen voorbij is. Dat het ons is gevraagd om licht te zijn, in welke omstandigheden dan ook omdat we met licht bezien worden. Uit het donker in het licht en daar zien dat niemand meer oordeelt. Ga heen, doe iets goeds. Je bent vrij.

Jeremia 8:18 – 9:6

Romeinen 5:1-11

Johannes 7:53-8:20