Met Goede Vrijdag vier ik de dood van God

Met Goede Vrijdag vier ik de dood van God

Waarom noemen christenen de sterfdag van hun oprichter een Goede Vrijdag? Voor Alain ligt hier het kruispunt van zijn geloof: op deze dag komt alles samen. Hij probeert het onder woorden te brengen.

Goede Vrijdag, de dag van Jezus’ marteldood, is de crux van mijn theologie. En daarmee de spil van mijn leven. Het gaat vandaag ten diepste om de dood van God. Niet zo’n vrolijk leidmotief voor je geloof misschien. Maar Gods sterven was noodzakelijk. In deze special doe ik mijn jaarlijkse poging om enigszins begrijpelijk over het onbevattelijke te stamelen.

Wat gebeurt daar nou aan dat kruis?

De dood van goden is geen slecht nieuws

Om met de deur in huis te vallen: ik vind het een prima idee wanneer de goden sterven. Goden maken ons vaak hysterisch, vijandig, angstig, moralistisch of ze vormen alleen maar een ondersteuning van onze dubieuze machtsambities. Wat dat betreft koester ik net als de meest felle atheïsten een diep wantrouwen jegens alle goden die er zijn.

In tegenstelling tot die atheïsten denk ik echter dat het sluiten van kerken en andere heiligdommen de religie niet zal doden, maar juist zal verspreiden over honderden nieuwe, seculiere totempalen. Zonder goden ga je wel achter een politieke messias, een rassenmythe of een geldgod aan (of je verheft je ego tot god).

Wat dat betreft ben ik niet zo optimistisch als militante secularisten: de goden moeten wel ontmaskerd worden, maar die strijd is een gebed zonder einde.

Levenloze totempalen van angst en obsessie

Zo is mijn religie ontstaan. De eerste christenen werden door hun polytheïstische landgenoten wel van atheïsme beschuldigd vanwege hun obstinate weigering om een of andere god of keizer te aanbidden. Die christenen kwamen weer voort uit het jodendom dat het monotheïsme groot heeft gemaakt. De grondleggers daarvan waren de zogenoemde profeten. In de Hebreeuwse bijbel kun je hun verhalen en betogen lezen.

Hun belangrijkste speerpunt was dit: alle goden die jullie aanbidden, volksgenoten, zijn levenloze totempalen van angst en obsessie. Je wordt er niet beter van om schapen te offeren aan godsbeelden van goud, hout en steen die jullie zelf in elkaar hebben geflanst! Soms hadden die profeten succes en gaf het volk het heidendom op, maar vroeg of laat keerden de onsterfelijke afgoden toch weer terug.

Dat leest wat vermoeiend weg, en een van die profeten, Jeremia, gaf zijn naam aan ons werkwoord jeremiëren: weeklagend jammeren. Uiteindelijk wonnen ze toch, de monotheïsten, al kostte het menig afvallige profeet z’n leven.

Concentreren op één God die alles omvat

Ik denk dat de overwinning van het monotheïsme een heel praktische en rationele reden heeft. Als we onze onzekerheid voor de oogst, onze obsessie met vruchtbaarheid en ons verlangen naar welzijn niet hoeven te verspreiden over tientallen goden, maar kunnen concentreren op één God die dat alles omvat, hebben we maar één tempel, één type priester en één adres voor ons gebed nodig.

Politiek is dat ook heel efficiënt. Het Romeinse rijk kon alle goden van al zijn volken handig samensmelten tot de ene christelijke God. Tot de tijd van de Verlichting kon heel Europa tevreden zijn met een stabiel monotheïsme dat alle religieuze neuzen dezelfde kant op stuurde. Eén Westen, één Christenheid, één God.

God is vaak niet anders dan een verzameling goden

In veel opzichten is dat de grote bijdrage van het monotheïsme: dat het onze aloude religieuze neigingen op een handige manier heeft samengebald. Zodat we precies hetzelfde konden doen als we altijd deden, maar dan wat meer geconcentreerd.

Hier eindigt het verhaal voor veel van mijn medegelovigen, en soms ben ik jaloers op hen. Ze voeden hun kinderen op met het idee dat God de herder is die hen beschermt tegen onheil. Sommigen van hen voeren hele gesprekken met God en halen hun zekerheid uit het idee dat ze precies weten wat deze God wel en niet van plan is met hun leven en de wereld.

Helaas is deze God helemaal niet immuun voor stevige religiekritiek. Is hij anders dan onze vorige veelvoud aan zelfgemaakte goden? Levert geloof in hem niet net zoveel geweld op? Is hij niet gewoon een stuk opium voor het volk? In de meeste gevallen is monotheïsme niets dan een verzamelbak voor de oude polytheïstische religiositeit. Heidendom in een nieuw jasje.

Dit is mijn pijnlijke confessie van afvalligheid:

De ene God die mijn medegelovigen en ik hebben gevormd uit een veelvoud van goden, is nog steeds vaak een banale projectie van onze verwondering. Een vlucht weg van onze verbijstering, een bezwering om grip te krijgen op onze verrukking.

Nietzsche met de hamer

Met deze God heeft Friedrich Nietzsche, ‘de filosoof met de hamer’, genadeloos afgerekend. God is dood, zei Nietzsche. We hebben het nu nog niet door (Nietzsche schreef eind 19e eeuw), maar wij hebben God vermoord, God, die wij ooit zelf hebben gemaakt. God houdt geen stand in het Verlichte tijdperk.

Maar niemand is veilig bij Nietzsche, want ook het alternatief van zijn tijd, optimistisch rationalisme, schreef hij af. Uiteindelijk is er helemaal geen grond onder onze voeten. Geen grond voor ethiek, geen grond voor hoop en geen grond voor enige rationele zekerheid.

Vallen wij niet aan één stuk door? En wel achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, naar alle kanten? Is er nog wel een boven en beneden? Dolen wij niet als door een oneindig niets? Ademt ons niet de ledige ruimte in het gezicht? Is het niet kouder geworden? Is niet voortdurend nacht en steeds meer nacht in aantocht?
(Friedrich Nietzsche, 1882, De Vrolijke Wetenschap, het bekende fragment van de Dolle Mens)

Ja, dat is de wanhoop van totaal nihilisme.

Sommigen koppelen Nietzsches troosteloosheid op een romantisch tragische manier aan zijn droevige levenseinde als opgesloten krankzinnige. Anderen zien in Nietzsches werk een onheilsprofetie die waarheid werd in de vorm van de twee wereldoorlogen die zijn leven direct opvolgden. Hoe dan ook ontkomt niemand die serieus over het leven nadenkt nog aan zijn erfenis.

We blijven stuurloos achter

Het oprecht en tot op de wortel uitroeien van alle goden in ons hoofd laat ons enigszins stuurloos achter. Ook al waren de goden projecties van onszelf, zonder hen moeten we onze vertwijfeling en verrukking zien voor wat ze zijn. Alles wat ons écht van ons voetstuk brengt, is ongrijpbaar en niet te bezweren. Alles wat ons leven écht van waarde gaat, is een radicaal vluchtig gegeven waar we op geen enkele manier beschikking over hebben.

Wie zijn goden afzweert en er geen andersoortige goden voor in de plaats brengt, blijft in een Nietzscheaanse wanhoop achter. Oog in oog met de afgrond waar de mooiste kunst zo intens van getuigt, en je kunt de duistere voorbeelden misschien zelf verzinnen, maar zelf denk ik aan het schilderij de schreeuw van Edvard Munch en muziek van the Doors:

Can you picture what will be
So limitless and free
Desperately in need of some stranger’s hand
in our desperate land
(Jim Morrison, 1967, uit het lied The End

Ik hoop voor jou dat je de strijd van Nietzsche met de werkelijkheid niet net zo hevig voert als hijzelf. Ik geloof wel dat die wanhoop ons allen weleens ten deel valt, al is het maar een handvol keren in een mensenleven.

De schreeuw om een messias

Bevind ik mijzelf godloos aan de afgrond van de grenzen van onze existentie, en het zal beroepsdeformatie zijn, maar in mijn gedachten (godzijdank niet in hart en ziel, want dat overleeft een mens niet) bevind ik me daar misschien wel dagelijks, dan schreeuw ik om een messias. Iemand die me uit het moeras optilt, zo niet naar de hemel, dan tenminste naar een plek met vaste grond onder mijn voeten.

Desperately in need of some stranger’s hand.

Voor het christendom is Jezus die messias. Voor wie nu denkt: ha, daar sleep je je grote halfgod weer met de haren erbij om de boel allemaal op te lossen… Zelf zou ik niet met Jezus kunnen leven als ik hem als een goedkope stoplap zou ervaren, maar het is uiteindelijk aan jou om te bepalen of mijn Jezus de plank misslaat of een passend antwoord is.

Een antwoord zonder meer is hij sowieso niet. Jezus is degene van wie christenen zeggen: bij hem kwam alles samen van al die samengevoegde goden, die we concentreerden in de Ene. Jezus was, zogezegd, het gezicht van God op aarde.

En hij ging dood.

Zonder dat was dit hele geloof voor mij ook maar een van de zovele goedkope totempalen geweest. Dat Jezus, de ultieme vertegenwoordiger van dat waar we de naam god aan hebben gegeven, een kansloze dood stierf, geeft hem voor mij de geloofwaardigheid die maakt dat ik mijn leven wijdde aan het christendom.

Godverlatenheid

Toen ik net de wanhoop van Nietzsche beschreef, de Schreeuw, de afgrond die ontstaat als we ontdekken dat we onze kosmische verbijstering verlaten en godloos in de ogen moeten kijken, toen klonk één van de laatste zinnen van Jezus aan het kruis in mijn hoofd.

Mijn God, mijn God, waarom heeft u mij verlaten?

Jezus stierf een zinloze, goddeloze dood.

De enige religie waaraan ik mij ooit zal kunnen verbinden, is de religie waarvan de grootste Godsgezant onze uiteindelijke eenzaamheid en machteloosheid erkent. Niet oplost met een goedkoop heldenverhaal, maar ondergaat. Eraan ten onder gaat, samen met God en de mens kopje onder.

Die eerlijke onderkenning van het feit dat de verwondering en verbijstering waar onze religie uit voortkomt ten diepste door niets of niemand beantwoord kan worden, is voor mij de noodzakelijke voorwaarde voor een eerlijk geloof.

Dat is waarom we Goede Vrijdag een goede vrijdag noemen. Vandaag wint God zijn eigen geloofwaardigheid terug.

Een rondzingend gerucht

Aan Goede Vrijdag hangt Pasen vast. Pasen, straks op zondag, is het verschil tussen Nietzsche en Jezus. Zonder Pasen was ik een goedbedoelende nihilist geweest, maar met Pasen is mijn leven mooier. Pasen betekent dat er onder de volgelingen van Jezus een hardnekkig gerucht is ontstaan dat Jezus’ dood niet het laatste woord had. Opstanding, noemen christenen dat.

Opstanding vertelt mij dat er op die laatste vraag van Jezus (waarom heeft u mij verlaten?) wel degelijk een antwoord is gekomen. Hoe, wat en waar, dat weten we niet. Zoals alle dingen die ertoe doen, glipt het ons door de vingers – als onuitroeibaar verhaal van nieuw leven door de dood heen.

We zijn nu bij de kern van mijn geloofsleven gekomen. Voor mij hangt Jezus nog steeds aan dat kruis en symboliseert hij met zijn voortijdige dood de kwetsbaarheid die wij allemaal zonder opium onder ogen moeten zien, willen we volledig leven.

Voor mij zingt ook nog steeds dat verhaal van Jezus’ opstanding rond. Niet als vervanger van of antwoord op de vraag ‘Waarom hebt u mij verlaten?’. Die vraag blijft mijn leven lang openstaan. Maar de christelijke religie is erop ingericht om die vraag hardop te blijven stellen en tegelijkertijd te leven met een voorzichtig vrolijk ‘en toch…’.

Tot slot

Ik kan me voorstellen dat je inmiddels al bent afgehaakt. Misschien was ik te ongenadig voor religie in het algemeen, of voor wat ik de seculiere vorm van totempalen noemde. Misschien ben je veel te gelukkig om je te herkennen in die afgrond van Nietzsche en Jezus.

Ik zou het begrijpen, maar ik had deze inleiding nodig om voor mijzelf uit te kunnen leggen waarom wij christenen dopen, brood met elkaar breken, elkaar eeuwenoude verhalen vertellen en onze zondagochtenden besteden op ongemakkelijke houten bankjes.

Zo diep als die godloze afgrond is, zo diep is ook de hoop van de traditie waarin we ons wentelen. En dat is een traditie die een veel en veel krachtigere boodschap voor deze wereld heeft dan seculieren én kerkmensen zoal denken.

Er kunnen wonderen gebeuren wanneer we in de diepte van Gods dood durven duiken met het woord ‘opstanding’ op de lippen.