‘Waar gaat u naartoe, Heer?’

‘Waar gaat u naartoe, Heer?’

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

‘Waar gaat u naar toe, Heer?’ – PopUpGedachte vrijdag 14 april

Simon Petrus vroeg: ‘Waar gaat u naar toe, Heer?’ Jezus antwoordde: ‘Ik ga ergens naartoe waar jij niet kunt komen, later zul je mij volgen.’  Het is Goede Vrijdag, het einde van een weg, het hart van een strijd, een dag die velen tot navolging opriep. Zo ook de oude Priester in het verhaal van Peter Rollins over de ‘redding voor een demon’. Een voor-de-vuist-weg-vertaling:

In het centrum van een ooit zo grootse stad stond een magnifieke kathedraal, die werd verzorgd door een vriendelijke oude priester die daar zijn dagen biddend doorbracht in de sacristie en zorgde voor de armen. Als resultaat van het onvermoeibare werk van de priester stond de kathedraal in heel het land bekend als een waarlijk heiligdom. De priester verwelkomde iedereen die aan zijn deur kwam en gaf zonder aanzien des persoons of terughoudendheid. Elke vreemdeling was voor de priester enen naaste in nood – en daarmee een verschijning van Christus. Zijn gastvrijheid was beroemd en iedereen wist dat zijn hart zuiver was. Niemand kon van de oude man stelen, want hij beschouwde zijn bezit niet als zijn bezit en hoewel dieven soms vertrokken met allerlei heilige voorwerpen, kon dat de priester niet bezwaren: hij wist dat hij alles van God gekregen had en deze mensen hadden dit soort zaken meer nodig dan de kerk.

Op een avond, het was nog vroeg en hartje winter, terwijl de priester lag te bidden voor het kruis, klonk er een luide en onheilspellende klop op de deur van de kathedraal. De Priester kwam snel overeind en spoedde zich naar de ingang, want hij wist dat het een verschrikkelijke avond was en redeneerde dat de bezoeker waarschijnlijk onderdak zocht.

Toen hij de deur opende stond daar tot zijn verrassing een angstaanjagende demon, die boven hem uit torende met grote dode ogen en rottend vlees aan zijn lijf.

‘Oude man’ siste de demon ‘Ik kom van ver om jouw onderdak te vinden. Mag ik binnenkomen?’

Zonder ook maar een moment van twijfel verwelkomde de priester de afzichtelijke demon in zijn kerk. De kwade demon bukte en stapte over de drempel, druppels giftig speeksel achterlatend op de stenen vloeren terwijl hij door de hal stapte. Voor de ogen van de priester begon hij de diverse iconen die de muren versierden neer te halen en het fijne linnendoek dat rond het heiligdom hing eveneens, vloekend en tierend.

Ondertussen knielde de priester op de vloer en ging door met zijn gebeden tot het tijd was om zich terug te trekken voor de nacht.

‘Oude man’ schreeuwde de demon, ‘waar ga je nu heen?’ ‘Ik ga naar huis om te rusten, want het is een lange dag geweest,’ antwoordde de vriendelijke priester. ‘Mag ik met je mee?’ zei de demon om zich heen spugend ‘Ik ben ook moe en heb een plek nodig om mijn hoofd neer te leggen.’ ‘Natuurlijk,’ antwoordde de priester. ‘Kom, ik zal een maaltijd voor de maken.’

Thuis maakte de priester wat eten, terwijl de demon hem bespotte en diverse religieuze voorwerpen in zijn huis kapotmaakte. De demon at vervolgens het eten dat hem was voorgezet en richtte toen zijn aandacht op de priester.’

‘Oude man, je hebt me welkom geheten in je kerk, nu ook in je huis. Ik heb nog maar één vraag voor je: mag ik ook in je hart komen.’

‘Maar natuurlijk’ zei de priester, ‘al het mijne is het uwe, wat ik heb en wat ik ben.’

Dit hartelijke antwoord zette de demon stil, want doordat de priester alles gaf wat hij had, behield hij wat de demon hem probeerde af te nemen. Want de demon was niet in staat om hem te beroven van zijn vriendelijkheid en zijn gastvrijheid, zijn liefde en compassie. En dus vertrok de grote demon verslagen, om nooit weer terug te keren.

Wat er gebeurt is met de demon na zijn ontmoeting met de oude priester weet niemand. Sommigen zeggen dat hij de plaats weliswaar met lege handen verliet, maar toch meer had gekregen dan hij ooit had kunnen denken.

En de priester? Hij ging eenvoudigweg de trap naar bed en doezelde in slaap, zich ondertussen afvragend in wat voor vermomming Christus de volgende keer tot hem zou komen.

Wijsheid 1:16 – 2:1,12-22

1 Petrus 1:10-20

Johannes 13:36-38