Geloof dan wat ik doe

Geloof dan wat ik doe

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

‘Geloof dan wat ik doe!’ – PopUpGedachte donderdag 6 april

Opeens staat hij zo’n beetje naast mij op het perron in de zon. Utrecht Centraal, het station waar je altijd wel een bekende ergens vandaan tegen het lijf loopt. We zijn meteen in gesprek over politiek, religie, PopUpKerk, Islam. Hij is moslim en altijd op zoek naar verbinding. Geen lijnen tussen de religies, interreligieuze ontmoeting is niet meer het woord: religie moet weer broederschap zijn. De woorden zijn groot, hij doceert bijna. En dan is er de trein. Hij stelt me voor aan zijn verloofde, ze was even broodjes halen, en vertelt dat ik van de PopUpKerk ben en wat we doen. Ik vul aan: brunchen, brood breken, wijn drinken, niet gezamenlijk gelovend maar wel gezamenlijk verlangend dat de wereld anders kan in het besef dat het bij ons begint.

Hij pakt de broodjes, geeft er een aan haar en breekt de zijne in tweeën. Hier. ‘En hij brak het brood’ zei ik dankbaar. Hij: ja, als we het toch over brood breken hebben, waar is de wijn? Ook de gekochte sapjes moeten worden gedeeld. En ondertussen maken we plannen voor Pasen. Wist je dat Mohamaed de Nestoriaanse gemeenschap, hele vroege christenen, uit heeft genodigd om in de oudste moskee van de Islam Pasen te vieren? Dat wist ik niet nee. Maar wel te gek. De vroege christenen zochten een Paasplek, hij bood het huis van God aan. Dagenlang waren ze daar bij elkaar.

Hoe mooi is dat. Dat moeten we weer doen, zeg ik meteen. En na het breken van de brood en het delen van de beker gaat het meteen voort met voorbereiding voor het Paasmaal in hun ‘Huis van Vrede’, een plek van ontmoeting, islam en verbinding in Almere.

Jezus zegt vanochtend tegen landgenoten die hem willen stenigen voor godslastering, omdat hij zegt van God te komen, impliceert Gods zoon te zijn: ‘als wat ik doe niet van mijn Vader komt, geloof me dan niet. Maar als dat wel het geval is en u gelooft me toch niet, geloof dan tenminste wat ik doe.’ Geloof dan tenminste wat ik doe. Hoe hij geneest, vrede brengt, het verhaal leeft. Als je het lastig vind om in die tijdgenoot, die rondwandelende rabbi zonder opleiding, die dwarse lastige geest, de Zoon van God te zien omdat je nu eenmaal een ander beeld had van de Redder van de Wereld of van God zelf; geloof dan tenminste wat ik doe.

Ik geloofde hem. Mijn moslimvriend. Het totale gebrek aan aarzeling of show bij het dwars doorbreken van zijn pas gekochte broodje. De overhandiging die geen ruimte liet voor twijfel of valse, dan wel echte, bescheidenheid. Hij was dit gebaar. Dat breken en delen. De grote woorden, de docententoon, de filosofische discussie over politiek, religies en onze tijdgeest kwamen voort uit die handeling en keerden daarheen terug; de reflexmatige handeling van het breken van dat brood.

Als wat hij doet van de vader komt, en u hem niet gelooft – omdat hij mohamed erbij roept en de Koran – geloof dan tenminste wat hij doet. Als het Jezus tijdgenoten gelukt was hadden ze geen onschuldige vermoord, het goede niet kapotgestampt, het licht niet zelf uitgedaan.

‘Hun overtreding’ schrijft Paulus aan de PopUpkerk van Rome; ‘hun overtreding is een rijke gave voor de wereld, hun falen een rijke gave voor de heidenen.’ Jezus tijdgenoten, diep religieus, vroom en bevlogen om van hun land een werkende samenleving te maken, zij hebben het niet gezien. Omdat ze niet konden geloven, vanwege de beelden die ze voor ogen hadden, vanwege de verwachting die ze hadden hoe de dingen gaan, hoe god zich openbaart. En in een poging om god te beschermen vermoordden ze hem, of zijn zoon in elk geval. Dat is Goede Vrijdag. Dat moet ons de ogen openen. Dat is in zijn gruwelijkheid de gave. Nie Wieder. Nie Wieder. Nooit meer niet geloven in dat wat zo goed en mooi is, maar niet in ons straatje past of tegen het zere been is.

Als wat ik doe niet van mijn vader komt, geloof me dan niet, zegt Jezus van Nazareth. Oordeel zelf, maar oordeel helder. En niet op basis van mij maar van wat ik doe. Kun je er niet om heen, en u gelooft me toch niet, geloof dan tenminste wat ik doe.

Het geeft de vrijheid om voorbij de facade, het gezicht en de verwachting te kijken. En dat is niet zomaar een losse uitnodiging waar je wel of geen gehoor aan kunt geven, het is bittere noodzaak als wij niet weer opnieuw kruisen willen oprichten voor degenen waarvan we vermoeden dat ze ons bedreigen. Op de vrede, het brood, de beker en Pasen. Opdat we leren zien.

Jeremia 26:1-15

Romeinen 11:1-12

Johannes 10:31-42