Jezus voor onze zonde gestorven? Dat is geen schuld-toorn-boete-en-verlossingverhaal

Jezus voor onze zonde gestorven? Dat is geen schuld-toorn-boete-en-verlossingverhaal

Hoe zagen de woestijnvaders het begrip zonde? Mattias Rouw vertelt het in zijn nieuwste boek Zonderschuld. Hieronder kun je het alvast lezen in een exclusief leesfragment. (PS we mogen drie boeken weggeven.) 

(Dit antwoord is een reactie op deze brief)

Ha Peter. Wow, jij bent snel met je reactie, dezelfde dag nog. Heet van de naald. Ten eerste: Gefeliciteerd! Ons boek Woestijnvaders is verkozen tot de Theologische Publicatie van 2015. Die had ik niet zien aankomen. Vandaag the day after. Zullen we maar gewoon weer verder gaan? Terug naar je brief.

Ten tweede: Mij een beetje vergelijken met een dominee. En dan ook nog eentje van het slechtste soort. Gemenerik. Maar je tactiek werkt. Mijn aandacht heb je. Daar gaan we.

Je punten zijn helder:
• Punt 1: … als de eerste volgelingen van Jezus, en degenen die daarna kwamen het niet over zonde hebben als ‘schuld’ of iets ‘waardoor je naar de hel gaat’, wie heeft dat dan wel de wereld in geholpen?

• Punt 2: … ik zou erg graag willen dat de Bijbel niet over zonde spreekt in juridische termen. Toch zijn er zat teksten te vinden waarin het wel degelijk gaat over vergeving van zonden, en over het feit dat je gestraft wordt vanwege je zonden, maar dat Jezus die prijs heeft betaald.

Ik begin met je kernpunt (punt 2). Daar gebruik je drie juridische termen: ‘vergeving’, ‘straf ’ en ‘prijs betalen’. Maar zijn dit per definitie juridische termen? Laat ik ze een voor een langsgaan.

Vergeving

Als je mij door een stommiteit laat struikelen en ik breek mijn arm, dan zal je je schuldig voelen, toch? Kermend lig ik op de grond en het eerst wat je zou zeggen is: ‘Aaah, sorry man, het spijt me echt verschrikkelijk.’ Zijn we dan juridisch bezig? Nee. Boos of toornig ben ik ook niet. Met alle wil van de wereld zou ik een soort van glimlach op mijn gezicht toveren en zeggen: ‘Het maakt niet uit, joh, het is OK, voel je niet schuldig.’ Want ik zie dat je ervan baalt. Dat je spijt hebt van je stommiteit. Dat je machteloos bent en niets kan doen om het goed te maken. Mijn arm is gebroken en jij schaamt je. Dit willen we allebei niet. Langzaam steek ik mijn andere niet-gebroken arm uit: ‘Help me ff opstaan’, vraag ik dan.

Straf

Als ik mijn zoon straf omdat hij achter de computer zit, terwijl we hadden afgesproken dat het genoeg was geweest voor vandaag, is dat redelijk. Toch? Omdat hij na een waarschuwing nóg niet luistert, zeg ik: ‘Morgen twintig minuten minder computertijd.’ Benader ik hem dan strikt legalistisch? Nee. De straf die ik geef, staat in een context van opvoedkundig handelen. Want soms voed ik op door positief gedrag te stimuleren en soms door slecht gedrag te ontmoedigen.

Nergens speelt in mijn hoofd het idee van genoegdoening of iets dergelijks, een idee dat je in de theologie nogal eens tegenkomt. Door de straf leer ik mijn zoon over oorzaak-gevolgrelaties. En natuurlijk leg ik uit waarom ik het belangrijk vind dat hij niet zo lang achter de computer zit. ‘Straks krijg je nog vierkante ogen en van die 3D-spelletjes krijg je hoofdpijn, weet je nog?’ zeg ik met een glimlach, terwijl ik mijn arm om hem heensla.

Vrijkopen

Je kent ze wel. Van die schattige dwergkonijntjes in de dierenwinkel, met z’n allen op een kluitje. Zielige, kapot gefokte beestjes die, droevig genoeg, meestal een kort leven beschoren zijn. Als ik nu de prijs betaal voor een beestje, hebben we het dan over een actie in de context van aanklager, vrijpleiter en rechter? Nee. Want mijn dochter is stiekem verliefd geworden op een van de dwergkonijntjes. Ze weet me zelfs te vertellen dat het beestje Fluffy zal gaan heten zodra we het in ons bezit hebben.

Daarom gaan we op een zaterdagochtend, gewapend met een pinpas, naar de dierenwinkel. Om dat arme beestje vrij te kopen. Uit de gevangenis waar negen andere konijntjes zullen achterblijven. Maar Fluffy zal een beter leven krijgen. In een groot hok met veel liefde, knuffels, wortels en vers hooi. ‘En met een drinkflesje,’ zegt mijn dochter. ‘Al moeten konijntjes soms nog wel uit zo’n flesje leren drinken. Sommige hebben alleen geleerd om uit een bakje te drinken,’ zegt ze wijs. ‘Dat heb ik gelezen op internet.’

Ik bedoel maar. Je hoeft de begrippen ‘vergeving’, ‘straf ’ en ‘prijs betalen’ niet per se strikt juridisch te interpreteren. Waarom zou je dat dan wel doen met elke bijbeltekst die hierover gaat? Capiche?

Een juridische transactie?

Op het gevaar af weer als dominee te worden weggezet, toch een paar bijbelteksten. Je schreef over het idee dat Jezus de prijs heeft betaald voor onze zonden. Daar is een bijbeltekst voor:

… want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen. (Marcus 10:45)

Nu ben je misschien geneigd dit als een juridische transactie te zien. Waarschijnlijk zie je nu iemand voor je die door een rechter is veroordeeld en uit de gevangenis wordt vrijgekocht. Het is een plaatje dat goed past binnen het juridische schuld-toorn-boete- en-verlossingsverhaal. Maar dat hoeft niet. Denk eens terug aan het dwergkonijntje. Zo gaat de tekst uit Marcus 10 in eerste instantie ook over de prijs van het vrijkopen, niet over het betalen van schuld. Heeft een dwergkonijn schuld? Nog een tekst:

Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven. (Galaten 5:1)

Oh, het schiet me nu ineens te binnen dat ik nog wil zeggen dat het niet slim is om metaforen tot in alle details in te vullen. Het gaat namelijk om de kern, de moraal van het verhaal. Zo gaat de vrijkoping- metafoor bijvoorbeeld niet zover dat het aangeeft aan wie de betaling is gedaan. De Bijbel zegt daar trouwens ook niets over. Je mag van mij overigens best wel speculeren hoor, ik hou zelf wel van gedachte-experimenten. Maar dan kunnen we er alleen niet te stellig over zijn. Afgesproken? En nu snel weer terug naar de vrijkoping-metafoor.

Slaaf van de zonde

In de tijd dat deze losgeld-bijbelteksten geschreven worden, zijn slaven gewoon onderdeel van de Romeinse samenleving. De meeste slaven werken in de huishouding, de scheepvaart of op het land. Ze hebben het meestal slecht getroffen en worden slecht behandeld. Maar er zijn ook slaven die als statussymbool functioneren voor de rijken. Zij hebben niet veel meer te doen dan er alleen maar te zijn. Sommigen van hen hebben zelfs respectabele banen, waarmee zij de mogelijkheid hebben zich vrij te kopen met het verdiende geld. Maar of ze nu voor hun meester geld verdienen of niet, rechten hebben ze niet. Slaven worden als bezit beschouwd.

De schattingen over het aantal slaven lopen uiteen, maar ik las dat onder keizer Augustus er ongeveer 2 miljoen slaven waren op een populatie van 7,5 miljoen. Nu, de Bijbel spreek over de mens als ‘slaaf van de zonde’ (Johannes 8:33, 34, Romeinen 6:16, 17, 20).

Het is immers duidelijk dat men díé meester als slaaf moet gehoorzamen in wiens dienst men zich stelt: ofwel u dient de zonde – en dit loopt uit op de dood – ofwel de gehoorzaamheid – en die leidt tot gerechtigheid. Maar u bent, God zij dank, geen slaven meer van de zonde: u hebt zich van harte onderworpen aan de beginselen van de leer die u is overgeleverd. U bent bevrijd van de zonde en dienaren geworden van de gerechtigheid. – Sprekend tot zwakke mensen, druk ik mij erg menselijk uit. – Zoals u eertijds uw ledematen in dienst hebt gesteld van onreinheid en steeds grotere bandeloosheid, zo moet u ze nu in dienst stellen van de gerechtigheid, tot uw heiliging. (Romeinen 6:16-19)

Het uitgangspunt van de vrijkoping-metafoor is dat de mens slaaf van een meester is (de zonde, de dood, de duivel). Hoe mooi dat Christus de mens vrijkoopt. Nu kan de mens zich in alle vrijheid ‘van harte onderwerpen’ aan een goede meester, voor de goede zaak: het dienen van gerechtigheid. Dit is ultieme vrijheid door onderwerping. Ik vind het een meesterlijke paradox; je eigen vrije wil vieren door deze in overeenstemming te brengen met die van God.

Want de slaaf die door de Heer geroepen wordt, is een vrijgelatene van de Heer; en omgekeerd is hij die als vrij man geroepen werd, een slaaf van Christus. (1 Korintiërs 7:22)

Dienstbare gehoorzaamheid

Slaaf klinkt misschien een beetje negatief. Paulus noemt zichzelf ook wel ‘dienstknecht van Christus’ (Filippenzen 1:1), dat klinkt ietsje vriendelijker. Maar de bedoeling is helder. Het slaaf/dienstknecht-zijn staat voor dienstbare gehoorzaamheid. Het unieke aan het slaaf-zijn van Christus is dat dit in absolute vrijheid gebeurt. Hoe bijzonder dat de vrije wil het best tot uiting komt als deze zich in alle vrijheid in dienst stelt van een ander! Want zonder doel bezwijkt de menselijke vrije wil onder het gewicht van zijn van God gekregen grootheid. Maar met doel ontstaat er richting en wordt kiezen een leven van ontwikkeling.

Zelfbeperking geeft aan vrijheid waarde. Dit heeft weinig met juridische zaken te maken. Dit is diep paradoxaal en existentialistisch. Zie je nu dat de kern van de prijsbetaling – niet alleen bij het voorbeeld van het dwergkonijntje maar ook in bijbelse context – geen schuld-toorn-boete-en-verlossingverhaal is, maar dat het gaat over de vreugde van losprijs-bevrijding? Probeer deze verhalen in je hoofd uit elkaar te trekken, broeder.

Tjonge, nú voel ik me pas een echte dominee.


ZolderschuldNieuwsgierig geworden? Vanaf 21 april 2017 is het boek verkrijgbaar, maar wij mogen er alvast 3 weggeven. Laat ons hieronder weten waarom jij Zonderschuld absoluut wilt lezen en wie weet ben je een van de gelukkigen die het boek gratis ontvangt!

Zolderschuld | Woestijnvaders over vernieuwd leven | Mattias Rouw | € 16,95

Meer hierover vind je bij uitgeverij Vuurbaak.


Theoloog Mattias Rouw schreef eerder ‘Woestijnvaders, inspiratie voor nu’ dat uitgeroepen werd tot beste theologische boek 2015.