Goden, godjes en de angst

Goden, godjes en de angst

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Godjes en goden en de angst – PopUpGedachte donderdag 11 mei 2017

Gisterochtend zwierf ik nog door de tuinen onder de Akropolis, langs de tempel van de god van het vuur Hephaiston, de kreupele die gehaat en geminacht werd en zich daaruit probeerde te vechten. Door de zuilengangen van de Stoa, waar wijze kop na wijze kop uit marmer gehouwen en door de tand des tijds aangevreten de bezoeker met lege ogen aankijkt. Het is een plaats van grandeur, maar ook een plaats van angst. Wellicht niet voor de filosofen in de zuilengangen, maar dan toch zeker voor degenen die de goden daar vereerden.

Onberekenbaar waren de goden, als de banken vandaag. Humeurig en grillig als de AEX en onvoorspelbaar en bedrieglijk als de begeerte naar een ander – de begeerte die zoveel belooft, maar zo vaak zo weinig uitbetaalt als het is verkregen. De goden van zilver en goud, van brons, ijzer, hout en steen, zoals Daniel dat vanochtend zegt tegen de machtige koning Belsassar van Babel, die u hebt vereerd, zegt hij.

‘Goden die niets zien of horen of weten.’ Een wijsgeer van allochtone komaf, want Joods, leest op een feest een almachtig heerser stevig de les. Als deze wijsgeer iets niet kent, is het angst. En tegenover hem siddert de almachtige vorst. Die goden hebt u gediend, die niets kunnen en zijn, ‘maar de God die beschikt over uw levensadem hebt u niet verheerlijkt’.

Hij voelt zich niet waardig

Dat zeg je niet tegen een almachtig koning, tenzij je suïcidaal bent óf de vrees bent verloren. Niet dat de God van de Joden niet net zo vreeswekkend is als de andere goden trouwens en wellicht net zo onberekenbaar kan voelen. Als vanochtend Jezus van Nazareth uit vaart met een vissersboot die hij gevraagd heeft om vanaf daar de mensen op het strand toe te kunnen spreken – als hij na afloop met hen uit vaart en hen zegt het net uit te werpen, vangen ze absurd veel vis in één keer dat Petrus hier grotere machten aan het werk vermoedt. ‘Hij viel op z’n knieën en zei: ‘Ga weg van mij want ik ben een zondig mens.’

Geen trots dat ze God aan boord hebben. Geen dank je wel. Maar de vraag om afstand, want ik ben een zondig mens. Ik vind dat fascinerend. Wat gaat er door z’n hoofd? Wat is die eerbied en dat zelfbesef dat Petrus overvalt. Waar vreest hij voor? Hij voelt zich niet waardig. Het is teveel, hij moet door de mand vallen als ook maar iemand die aanmoddert, net als zoveel andere mensen. Dat is het levensgevoel dat de verschijning van JHWH oproept bij de Joden: Ik ben het niet waard.

Spelen met vuur

Hier geen manipulatie van de goden. Geen inschatting van de onberekenbare natuur van een wispelturig goddelijk wezen, dat als je het goed inschat je zou kunnen geven wat je wilt en zo niet, mogelijk zich ook tegen je kan keren. Spelen met vuur. Hier is het besef dat je zelf de wispelturige bent, met de onberekenbare natuur die probeert te krijgen wat hij of zij hebben kan, op manieren die niet altijd het daglicht kunnen verdragen – en dat je dan opeens oog in oog staat met het daglicht en je afvraagt of je daar wel mag zijn.

Droegen de Griekse goden nog de projecties van menselijke ondeugden, uitvergroot en gevaarlijk en onberekenbaar. Bij de verschijning van Jezus, en Petrus besef dat hier JHWH zelf weleens aanwezig kon zijn, erkent de mens onmiddellijk zijn eigen ondeugden, uitvergroot en gevaarlijk en onberekenbaar. En je zou willen dat de godheid afstand neemt, omdat het licht zo onbarmhartig schijnt op dat wat je wilt verbergen. Misschien dat je het nog op orde kunt maken en dan opnieuw … Het is niet nodig. JC zegt tegen Petrus: ‘Wees niet bang, ik wil je graag in dienst.’

Bevrijd en voorbij de angst

Dat is Petrus’ eerste stap op weg naar de onbevreesdheid die Daniël heeft ten opzichte van de machtigen. Hij zal ook ontmaskeren, zoals hij zelf ontmaskerd werd. En wie zich verzet, het masker wil houden, de messenger wil doden, trekt aan het kortste eind, omdat het licht zeker zal overwinnen. Wie erkent, vindt op dat moment de vrijheid.

Goden en godjes, de seculiere varianten van vandaag of de mythologische van vroeger: ze beloven veel en leveren weinig. Ze lijken op het lelijke in ons en via hen manipuleren we naar ons toe wat we willen – omdat we hopen dat het ons gelukkig maakt. De machtige zelf, die levensadem geeft, maakt dat alles ons uit de handen valt en we ons realiseren hoe messed-up we kunnen zijn. En zegt dan: ‘vreest niet, ik heb je nodig, ga je mee op weg?’ Bevrijd en voorbij de angst, omdat er niets meer te vrezen is. Dat was het idee. Dat is het idee.

Daniel 5:13-30

1 Johannes 5:13-20

Lucas 5:1-11