‘Van jou? Je hemd is nog niet van jou!’

‘Van jou? Je hemd is nog niet van jou!’

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Van jou? Je hemd is nog niet van jou! – PopUpGedachte dinsdag 23 mei

De lucht is strakblauw, scherpe zonnestralen snijden al over het dak van de huizen recht tegenover dit balkon. Ik adem diep de lichte lucht in en word langzaam wakker. Wat een manier om de dag te beginnen, ik weet niet of ik heel de planning van vandaag helemaal zie zitten, maar dit moment is in elk geval fijn. Rustig en dankbaar.

Het hele verhaal bestaat uit mensen die vluchten

In een café in Leiden was ik gisteren in gesprek met politiek geïnteresseerde studenten over vluchtelingen en We Gaan Ze Halen en of vluchtelingen met open armen ontvangen nu een christelijke opdracht was of niet. In de voorbereiding viel het me weer even op hoe dat hele verhaal bestaat uit mensen die vluchten. De Exodus, het begin van een zwervend Joods volk dat wegvluchtte en werd bevrijd uit een slavenbestaan. Abraham, de zwerver/ Isaak, die moest vluchten vanwege een hongersnood, economische vluchteling dus. Jakob op de vlucht voor zijn broer. Steeds weer zijn het mensen die onderdak gegund moet worden.

In Deuteronomium staat: ‘Als straks u volop te eten hebt, mooie huizen bouwt, runderen en schapen krijgt, zilver en goud ophoopt, zodat uw bezittingen toenemen, laat dan uw hart niet hoogmoedig worden, zodat ge Jahweh vergeet die u uit Egypte, dat slavenhuis heeft geleid.’

De basis van geloven gaat over bevrijde mensen die moeten realiseren dat alles in het leven hen geschonken is. Ze leven in geleende tijd, ze hebben mazzel gehad, het is hun gegeven en dat mag nooit vergeten worden. ‘En mocht de gedachte bij u opkomen: “met mijn eigen kracht en met mijn sterke hand heb ik deze rijkdom verworven” bedenk dan, dat het Jahwe uw God is, die u kracht schenkt om rijkdom te verwerven, omdat Hij tot vandaag toe het verbond gestand doet.’

De eigen inspanning wordt niet ontkend, maar het feit dat je in staat bent om je in te spannen is al een cadeautje. Dat zou de basis moeten zijn voor elk handelen, elke ochtend, elke gedachte. Mensen die bijna dood waren, voelen het even: alles wat ze nu nog doen, is extra. Maar het is verrekte moeilijk om dat vol te houden.

Niets is van onszelf

‘Laat u niet misleiden, elke goede gave, elk volmaakt geschenk daalt neer van boven’, zegt Jakobus vanochtend. Die bijbelse teksten willen het er wel in rammen, omdat het blijkbaar iets is wat nogal makkelijk weer vergeten wordt. Niets is van onszelf. Als mijn broers en ik, als kinderen, vochten om een stuk speelgoed met de woorden: van mij, deze is van mij! Dan citeerde mijn vader altijd met groot genoegen mijn opa die vroeger in dat soort gevallen bulderde: ‘van jou? Van jou? Je hemd is nog niet van jou’.

En dat was natuurlijk waar. Dat hemd was gekocht door mijn ouders en om mijn schouders gehangen. Ook nu nog, nu ik zelf mijn hemden koop. Dat ik kan werken is geluk, dat ik ervoor betaald word, is een zegen en dat we dat vervolgens gewoon kunnen kopen in een winkel is ruime mazzel. We leven in geleende tijd en alles wat we hebben is ons gegeven.

En dát is de reden dat we niemand buiten kunnen laten staan, iemand die om hulp vraagt dat niet mogen weigeren en een rechtgeaarde Jood iedereen die om een ‘aalmoes’ vraagt zoals dat heet iets móet geven. Tenminste, dat vertelde een orthodoxe Jood mij.

Elke goede gave daalt neer van boven

Als Jezus vanochtend zijn discipelen leert bidden, leert hij hen na twee korte zinnetjes meteen vragen om het dagelijks brood. Vooraan, bovenaan. Vragen. En als hij het toelicht zegt hij: ‘vraag en u zal gegeven worden, want al wie vraagt verkrijgt, wie zoekt vindt, wie klopt, hem zal worden opengedaan.’ Dat roept altijd de vraag op of dat wel waar is, want heel vaak krijg je echt niet wat je vraagt. Maar het punt van deze passage is misschien wel anders. Het is niet de bedoeling om na deze passage te checken of we wel krijgen wat we vragen, maar om te vragen om wat we krijgen.

Een vragende levensstijl past bij iemand die weinig heeft en veel gegeven is. De reiziger in een ver land weet wat het is om de weg te moeten vragen en welke contacten dat oplevert, maaltijden bij mensen thuis, liefde en zegen. En hij prijst zich gelukkig. Tot hij thuis is en weer de weg weet, zijn eigen boontjes kan doppen en verleert wat het is om te vragen. Waardoor hij zomaar verleert wat het is om te delen. En wat het is om je te verwonderen over alles wat je toevalt.

Hoe zit met dat vluchtelingen en vreemdelingen? Zij kunnen ons leren wat onze basishouding in het leven moet zijn. Dat van de reiziger, de pelgrim, de dankbare en verwonderde. Die weet wat het is om te delen, omdat er met hem gedeeld wordt. Die weet wat het is om te vragen, omdat hij niet anders kon. ‘Laat u niet misleiden, elke goede gave daalt neer van boven – word niet hoogmoedig – je hemd is nog niet van jou’.

Dankbaarheid, vragen, vieren en delen in voortdurende afwisseling als grondhouding voor de mensheid.

Deuteronomium 8:11-20

Jakobus 1:16-27

Lucas 11:1-13