Zelf weten of je gehoorzaamt of niet

Zelf weten of je gehoorzaamt of niet

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Het is een rustige hostelkamer hier middenin Athene, die immens uitgestrekte stad waar ik twee dagen verblijf samen met de advocaten van We Gaan Ze Halen. Samen voeren we een zaak tegen de staat om het beloofde aantal vluchtelingen uit Griekenland nu ook daadwerkelijk te reloceren. Dat wil zeggen: een eerlijke asielprocedure bieden in Nederland. Er moest nog een groot interview komen en we zouden nog wat mensen bezoeken hier. Op stap met de advocaten en ’s ochtends in de kamer van het hostel een vroege wekker. Want lezen gaat door.

Een fascinerend gesprekje gisteren met een van hen over de wet. Ik vertelde dat we met een paar mensen mee hadden betaald aan de smokkel van een jonge vrouw uit Griekenland naar Nederland. Vals paspoort en alles. En dat is natuurlijk een vergrijp, een misdrijf noemde hij het geloof ik. Dat is best wel serieus. Maar het kon echt niet anders en hij zei, afkomstig uit een advocatenfamilie, gepokt en gemazeld in de wet; je moet altijd je eigen afweging maken. De regels volgen, is geen garantie dat je het goede doet, de regels breken evenmin.

Het klopt wel, maar het deugt niet

Toen Henry Keizer van de VVD beschuldigd werd van zelfverrijking over de rug van de leden van een crematievereniging, was zijn antwoord dat hij het keurig volgens de regels had gedaan. Waaruit je zou kunnen concluderen dat hij zichzelf volgens de regels heeft verrijkt. Of zoals Youp van’t Hek dat heeft gezegd: het klopt wel, maar het deugt niet. En dat kan dus ook andersom: het deugt wel, maar het klopt niet.

In Daniel lees ik vanochtend over de waanzinnig machtige vorst Nebukadnezar die op het toppunt van zijn roem opeens gestoord wordt in zijn hoofd en uitgestoten wordt vanwege tijdelijke gekte. Volgens Daniel toegebracht door de God van de wereld zelf, ‘tot dat u erkent dat de hoogste God boven het koningschap van de mensen staat en dat hij bepaalt aan wie hij het verleent’. Zoals Kant beweert: Het is diep menselijk om als God te willen zijn, net zoals het diep menselijk is dat dit ons vermogen ver te boven gaat. Mensenwetten zijn geen goddelijke wetten, tegelijk is het ondanks onze beperking noodzakelijk om elke wet af te wegen op het eigen geweten.

En waar moet dat aan getoetst? Waar is God dan te vinden in alle wet- en regelgeving, in publieke opinie en voors en tegens? In – hoe kan het ook anders – de liefde? Niet dat dit een veel duidelijker categorie is, maar het kan wel helpen. Elsa Eikema schreef het in de discussie over dodenherdenking; wie heeft er gelijk? Wie liefheeft, die heeft gelijk – en dat kan aan beide kanten van de discussie gebeuren.

‘Laten we elkaar liefhebben’ schrijft Johannes vanochtend, ‘want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God.’ Gisteren hadden we het nog over oefenen in het goede doen, oefenen in werkelijk liefhebben werkt net zo. We doen het niet alleen omdat het moet gebeuren (het goede) of omdat het opkomt of bij je hoort (liefhebben). Maar de handelingen van het goede doen en liefhebben brengen je op het spoor van iets hogers en groters. Iets zo oud als de wereld en levend als de toekomst, op het spoor van God zelf. En Johannes schrijft verder: ‘Wezenlijk is het niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad.’ Het leven begint met geliefd zijn, dan pas leer je anderen liefhebben.

Zuurstofmasker in het vliegtuig

We hebben het wel eens over zelfliefde die je eerst moet hebben voordat je een ander kunt liefhebben. En we verwijzen dan naar het zuurstofmasker in het vliegtuig: eerst je eigen, dan de ander. Maar dat beeld, daar klopt geen moer van. Als wij zelf ons zuurstofmasker in het leven zouden moeten opzetten, waren wij allang gestikt.

Ons zuurstofmasker wordt ons opgezet – eerst als baby, als we nergens toe in staat zijn. Later als opgroeiend ik, waarbij we ons afvragen of we wel mogen bestaan en ontdekken dat de plek in de wereld ons gegeven is – tenminste dat hoop ik dat we dat vinden. Dat is het gebaar van de maker die je een zuurstofmasker opdrukt, omdat je geliefd bent en hij je vraagt de ander te helpen die nog zit te worstelen met de touwtjes in een paniek of apathie die levensreddend bedoeld is, maar levensbedreigend is. Dat klinkt wat zwaar.

Punt is: liefhebben gaat boven de wet, bevestigt bij de advocaat die weet dat sommige dingen niet verdedigbaar zijn in de gewone rechtszaal, maar absoluut verdedigbaar in de menselijke rechtszaal waarvan Daniel zegt dat God daar de hamer hanteert. En de richtlijn is de liefde. Een prima voedingsbodem voor totale chaos en anarchie, zo’n bewering en toch kunnen we ook niet zonder. Want zonder geweten, zonder eigen afweging, houden we op mensen te zijn. Met teveel geweten en pretentie op onze afweging lijken we god te willen zijn – daar ligt het dus ergens tussenin.

Lekker helder, maar zo is het leven en de mens en het vertrouwen dat de Maker in ons stelt.