Het moet een beetje kunnen ademen

Het moet een beetje kunnen ademen

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Het moet een beetje kunnen ademen – PopUpGedachte 16 mei 2017

Een duif koert dat het een lieve lust is. Dat dier heeft niet door hoe dominant haar geluid de omgeving beheerst. Oh wacht, ze is stil. Nu hoor ik pas weer hoeveel andere vogels kwetteren en tetteren hier. Ik moet mijn best doen om als zij koert de anderen te horen. De duif is in Bijbelse verhalen altijd een fantastisch dier, beeld van vrede, nieuw leven, de geest. Hier in Amsterdam valt dat niet zo lekker. De Geest vergelijken met de vliegende patatkip, de gevleugelde stadsrat, is geen compliment. Én ze is aanwezig. Fijn als ze even stil is, dan hoor ik de rest weer.

Vanochtend vertelt Jezus van Nazareth een verhaal waarin hij vertelt hoe zijn verhaal landt in de wereld. Soms op keiharde rotsgrond, soms in goede aarde, soms ook tussen de distels. En als je hem vraagt wat dat betekent, dan zegt hij: ‘Het zaad dat tussen de distels valt dat zijn zij die geluisterd hebben, maar door zorgen en rijkdom en de genoegens van het leven worden ze gaandeweg verstikt’.

Joehoe iemand thuis?

Dat is een fascinerend rijtje, toch? Zorgen, rijkdom en de genoegens van het leven. Rijkdom en de genoegens van het leven passen nog wel bij elkaar, maar zorgen worden in één adem daarmee genoemd. Het is hetzelfde mechanisme. Als een koerende duif die alle andere geluiden uitbant: zorgen. Ze tetteren door je hoofd en je kunt even niets anders horen. Even? Was het maar even. Je kunt de hele tijd niets anders horen. In gesprekken luister je maar half. Tijdens het werk google je naar oplossingen – of dat nu gaat over ziekte, over de stand van je hypotheek, over de situatie van familie.

Zorgen kunnen zo dominant zijn dat je pas als degene tegenover je met een hand voor je ogen heen en weer zwaait en zegt: joehoe, iemand thuis? – dat je dan pas weer op de plek bent waar je zit. Sorry, sorry, ik was even helemaal weg. Precies. Het hier en nu verstikt door de zorgen. Het hier en nu, het hoopvolle geloven vandaag, moet een beetje kunnen ademen. En zorgen zijn verstikkend. Dat is nu eenmaal zo. Niemands’ schuld maar zo gaat het.

Rijkdom idem dito. Omdat het waarschijnlijk ook een zorg is. Ik weet dat niet zo goed, want geen oud geld in mijn familie. Nieuw geld ook niet trouwens. En de genoegens van het leven doen het ook. Daarvoor is zelfs een afkorting uitgevonden. FOMO, Fear Of Missing Out. Ik wil dat feestje toch niet missen? En hoe moet dat nu, drie festivals waar ik alle drie heen wil. En als ik nu thuis ga zitten vanavond en die vrienden hebben het echt heel erg leuk met elkaar… het zou voor mij misschien wel goed zijn, maar ik kan het me niet vergeven als ik het gemist heb door een beetje lafjes op de bank te willen hangen.

Een terugkerend hoofdpijnhoofdstuk

Geloof, wijsheid, keuzes maken die kloppen, hoop en liefhebben – het moet een beetje kunnen ademen. Het Woord van God, zoals Jezus zegt, moet een beetje kunnen ademen, rustig kunnen groeien. Zo’n uit de kluiten gewassen zorg ernaast haalt het licht weg. De wortels van de rijkdom zuigen het water uit de grond en de genoegens verdringen zich om de groeiruimte te bezetten.

Als ik wil groeien, in wijsheid, in hoop, in verbinding met de ziel van de wereld, met Gods Woord, dan moet ik onkruid wieden en ruimte scheppen. En dat is nog niet zo eenvoudig. Wij hebben een tuinhuis met ons gezinnetje aan de rand van Amsterdam. Met name de eerste jaren was het een terugkerend hoofdpijnhoofdstuk dat de heermoes of paardestaart, hoe je het ook wilt noemen, in de lente en de herfst werkelijk álles overnam.

Kniehoog tussen de tegels, overal in het gras, in de zandbak, you name it. En de wortels van dat spul zitten diep. De voorraden die het aanlegt op zoveel afstand onder de grond dat het kan overwinteren en de volgende zomer vrolijk weer opkomt. Het enige wat helpt, is voortdurend blijven uittrekken zo gauw het zich weer aandien. En hier en daar een wat andere indeling van de tuin, zodat het er niet meer kán opkomen. Afgraven, worteldoek, beplanken tot een nieuw terrasje.

Telkens weer wieden

Wil het leven, de wijsheid, de hoop en de verbinding met de ziel van de wereld kunnen ademen, dan moeten we bereid zijn om telkens weer te wieden en te erkennen dat we zo weer kniehoog in de zorgen staan. Of dat de genoegens van het leven weer wuiven om onze aandacht. En dan de tuin anders indelen en seizoen na seizoen blijven onkruid trekken. Soms ook even niet hè, dan zit je in de tuin en komt het morgen wel. Het hoeft niet vandaag af. Maar wel doen.

Geloven en liefhebben heeft ademruimte nodig. De duif moet af en toe zijn koerende mond houden dan weet ik dat er meer is. Zo ook de zorg, de rijkdom en het genoegen. Opdat we wijs worden. En het leven vinden.

Wijsheid 10:1-21

Romeinen 12:1-21

Lucas 8:1-15