Wie een zwak gelooft heeft, eet alleen groenten

Wie een zwak gelooft heeft, eet alleen groenten

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

‘Wie een zwak geloof heeft, eet alleen groenten’ – PopUpGedachte donderdag 18 mei 2017

Het druilt van de regen, alles glimt en koelt af. De lome warmte van de vorige dag is als bij toverslag verdwenen. Een lentebuitje zoals ze dat noemen, de warmte is er nog, maar de traagheid en het zweterige is er even vanaf. De teksten vanochtend lees ik door op wat er werkelijk uitspringt aan zinnetjes, woorden en gedachten en dan is er voor een vegetariër als ik – die overigens met liefde zondigt als het zo uitkomt – geen mooier zinnetje dan deze: Wie een zwak geloof heeft, eet alleen groenten. Mooi scherp toch.

‘De een gelooft dat hij alles mag eten,’ schrijft Paulus aan het kerkje van Rome, ‘maar iemand die een zwak geloof heeft eet alleen groenten.’ Vegetariërs, aller landen, dan weet u ook weer waar u staat. Het is de barbecueënde meerderheid die krachtig geloof, u durft dat allemaal niet aan en vreest er van alles bij. Dat is de context dan en daar natuurlijk. De vrees voor de afgoden. Niet de dierindustrie, de ecologische voetafdruk of andere hedendaagse gedachten, het is de angst voor de afgoden.

Naar mijn herinnering is dit de achtergrond van de vrees voor vlees in die tijd: dat alle vlees voordat het werd geslacht en verkoopklaar gemaakt eerst door de goden gezegend moest worden. Een beetje zoals een goede halalslager een gebed prevelt; bismillah allahoe akbar. God is groot of God is de grootste.

Paulus noemt het dus een nog wat zwak, instabiel geloof als je afziet van dergelijk vlees omdat je vreest dat je dan besmet raakt met die oude afgodendienst waar je niets meer mee hebt. En de christelijkheid had blijkbaar niet zoals de Islam een eigen gebed en eigen rituelen. Hoeft ook niet volgens Paulus, kun je gewoon eten. Tenminste, het ligt er een beetje aan hoe.

Hij is lekker praktisch vandaag en dan geldt het wel weer voor hedendaagse vegetariërs als ik, of mensen die zich andere dingen ontzeggen om idealistische redenen: wie alles eet mag niet neerzien op iemand die dat niet doet, wie niet alles eet mag geen oordeel vellen over iemand die dat wel doet. Vrij helder. De een vreest dat door vlees te eten hij zich afgeeft met de afgoden, de soort-van-verlichte gelovige die gewoon geen enkele waarde hecht aan dat soort spreuken en zijn eigen dankgebed voor zijn geitebiefstukje uitspreekt om het te heiligen voor zijn eigen heer en maker, die mag niet neerzien op degene met een kropje sla op zijn bord. En degene met zijn kropje sla mag niet oordelen over degene die dat heerlijke stukje vlees zit weg te knagen, niet uit afgunst, niet uit religieuze overwegingen, gewoon niet. Want, staat er: ‘ wie bent u dat u een oordeel velt over de dienaar van een ander. Of hij wel of niet volhardt in het geloof gaat alleen zijn eigen meester aan.’

Dit zou echt wel een relaxte levenshouding zijn binnen idealistische groepen als een kerk, of een scouting – misschien eigenlijk ook gewoon bij een voetbalclub. Ik ga niet over de ander, de ander dient het doel op zijn manier en of dat goed of fout is, dat is niet mijn beslissing. Dat is aan de trainer, of aan God, of wat dan ook.

Paulus roept: ‘de een beschouwt bepaalde dagen als een feestdag, voor de ander zijn alle dagen gelijk. Laat iedereen zijn eigen overtuiging volgen.’ Het is alsof de hele christenheid met zijn discussies over zondag en wat wel en niet mag en moet deze hele tekst nooit tegen gekomen is in de Bijbel. Hop, alle gedoe over ijsjes eten, zondagsrust en wat je al niet kunt verzinnen rond die dag, het raam uit. Lekker individualistisch, laat ieder zijn eigen overtuiging volgen.

Hij steekt het wel behoorlijk positief in, in die zin dat hij veronderstelt dat iedereen het zijne doet om de Heer te eren. ‘Wie alles eet doet dat om de Heer te eren, en hij dankt God. Wie iets niet wil eten, laat het staan om de Heer te eren en ook hij dankt God.’ Überhaupt die veronderstelling is natuurlijk al verfrissend: dat de ander gemotiveerd is om op zijn manier het leven of het geestelijke leven zo goed mogelijk vorm te geven. Daarvan uitgaan maakt het samen leven al een stuk relaxter. En dat is het niveau waarop het gesprek moet plaatsvinden. Motivatie, waarom en waartoe. En dan de ruimte van geest hebben om te beseffen dat je totaal verschillende handelwijzen hebt om datzelfde te doen: dankbaar, liefdevol, gemotiveerd en geëngageerd, gelovig misschien wel, te leven. Ik vind het verfrissend. Als een lentebui na een warme, plakkerige dag.

Wijsheid 14:27 – 15:3

Romeinen 14:1-12

Lucas 8:26-39