Willen weten dat het pijn doet

Willen weten dat het pijn doet

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Willen weten dat het pijn doet – PopUpGedachte vrijdag 26 mei 2017

De dag na Hemelvaart. De zon straalt over het groen, en Jezus van Nazareth is vertrokken. Nu voorgoed. Tijd om zelf vorm te gaan geven wat hij inzette. Dat vind ik het meest fascinerende aan die hemelvaart. De oudste broer die het gezin weer bij elkaar heeft gebracht, in elk geval deels, vertrekt nu en het is aan de achtergebleven gezinsleden om nu verantwoordelijkheid te nemen. ‘Deze is mijn zoon, die heb ik uitgekozen’ klinkt er vanochtend de stem uit de hemel in de LucasLezing. Jezus van Nazareth is het. Het stikt van kinderen van God op de planeet, maar er zijn er eigenlijk geen die zich daarnaar gedragen. Deze wel. De enige. De echte. En hij brengt de mensenfamilie weer bij elkaar. De familie die de Vader was kwijtgeraakt, voor zichzelf was begonnen en geen illusies meer koesterde over de vraag of er iemand zou zijn die hen beschermde. Dat moesten ze zelf doen. Dus sloegen ze een ander dood uit zelfbehoud en gebruikten sterken de zwakken om hun positie te verstevigen.

Met de terugkeer van de zoon, de enige, of de oudste krijgt een vast groepje weer gevoel voor wat het is om familie te zijn. That’s it. En het is geen makkelijke verbinding. De shit moet altijd op tafel, de hele bijbel door.

Vanochtend krijgt de profeet Ezechiel de droeve taak om zijn volksgenoten te waarschuwen dat ze bizar slecht bezig zijn. En hij krijgt erbij te horen dat ze niet zullen luisteren. En zich zullen verzetten. ‘Toen zag ik-  Ezechiel – ‘dat er een hand naar mij uitgestoken werd. In die hand lag een boek. Het boek ging open. Ik zag dat het helemaal volgeschreven was. Het stond vol met droevige liederen. God zei tegen mij: ‘Mensenkind, eet dit boek op. En ga dan naar de Israëlieten en spreek tegen hen. Ik deed mijn mond open en God legde het boek in mijn mond. Toen zei God: Mensenkind, eet dit boek op vul je buik ermee. ‘Ik at het boek op. Het smaakte zo zoet als honing.’

Dat vind ik mooi. Een boek vol droevige liederen en het smaakt zoet als honing. Peter Rollins maakte ooit eens een vergelijking tussen twee type kerken: De een is een Engelse Sportsbar, de ander een Ierse Pub. Hij zegt dit moet een Iers voorbeeld zijn want in beide vormen is er muziek en wordt er gedronken. In de Sportsbar is licht bier, klinken vrolijke liedjes, staan vrolijke mensen, kun je gokken en heb je misschien geluk. In de Ierse Pub is het bier zwaar en zijn de liederen treurig. Die is zijn vrouw verloren, de ander zijn kind is gestorven. Dat is mijn kerk, zegt Rollins. Daar kom ik geheeld vandaan. Maar wát doet dan pijn? Of moet er pijn doen?

Abel Herzberg schrijft in zijn dagboek aantekeningen in het kamp Bergen-Belsen, zoekend naar de verbinding tussen al die verschillende Joodse mensen die samengebracht zijn – en hij vindt het in het oermonotheïsme. Zij heeft altijd één God gehad. En die ene God staat voor een moraal. De polytheïst degene die veel goden heeft, die kent niet deze eenduidige moraal. Daar geldt het recht van de sterkte of de slimste. De polytheïst is volgens Herzberg de heiden. Hij schrijft: ‘De jood nu is in zijn historische verschijningsvorm de mens, die aan het monotheisme de overhand geeft en verlangt, dat de mens met zijn hele driftleven zich onderwerpe aan een altijd bestaand beginsel van recht en rechtvaardigheid, dat in zichzelf en op zichzelf bestaat en absoluut goed en daarmee onaantastbaar is.’ Dit schrijft hij met een potloodje op het bovenste bed van een barak waar je niet rechtop kunt zitten. ‘En de mensheid, tenminste Europa en Amerika, hebben het monotheïsme in de vorm van het christendom aanvaard. Zij is een monotheïstische mensheid geworden, maar zij heeft de heiden niet in zich gedood. Dat kan zij ook niet. De heiden kan alleen worden overwonnen en gebonden. En deze heiden, voortlevende in de kerker der menselijke ziel, haat deze binding en haat wie hem gebonden heeft. En wie heeft hem gebonden? De Jood. Weliswaar niet de jood, zoals hij oorspronkelijk was, Mozes, aartsvader, maar de jood, zoals hij zich ontwikkeld had om het heidendom te kunnen binden: Christus.’ En hij beschrijft dat dit de reden is dat de kerk het jodendom zo lang zo diep haatte, niet omdat zij Christus hadden vermoord, maar omdat zij Christus hadden voortgebracht. De man die het heidendom kwam binden met recht en gerechtigheid.

Ik vind het fascinerend. En het verklaart de innerlijke strijd, de worsteling en de pijn die we moeten aangaan, want het is een worsteling in onszelf. Een soepele overwinningstheologie is geen recept voor een houdbaar christendom. Het is de pijn en daarin de overwinning. Bewust van het eigen falen. En die bewustwording vieren. ‘Volgt hier uit dat Joden betere mensen zijn, vraagt Herzberg? Allerminst! De Joden zijn – dat mag men nooit vergeten – precies in gelijke mate heidenen als andere volken maar hun historische prestatie is geweest dat zij dit hebben geweten. Dit ‘weten’ is de openbaring. En als wij zeggen ‘zij’ hebben geweten, betekent dit alleen maar, dat een zeer geringe minderheid het geweten heeft. Maar deze minderheid heeft altijd bestaan.’

Als Christus vertrekt begint de vormgeving en verder voering van deze minderheid. Het universele toepassen van recht en gerechtigheid op de mensheid, die dat ten diepste niet wil. In de erkenning van dat niet-willen zit de openbaring en toekomst en hoop.

Ezechiël 2:1 – 3:3

Hebreeën 4:14 – 5:6

Lucas 9:28-36