Over de vijanden

Over de vijanden

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Over de vijanden – PopUpGedachte 3 mei 2017

Het is druilerig weer en het is stil om me heen. Zoals elke ochtend liggen de teksten weer op tafel, oude bijbelteksten waarin ik rust zoek en focus en wijsheid. Omdat ze niet de waan van de dag zijn en de wereld wat oprekken. Toch wil deze ochtend de haat, de weerzin en het totale onbegrip dat het ‘herdenken van vluchtelingen’ oproept – het beeld bedoeld als moreel appel op ons met Dit Nooit Weer – nog niet direct uit mijn hoofd. Tot ik deze zin lees: ‘Heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen.’ En omdat ik het eens ben met degenen die zeggen dat op vier mei de verhalen van toen verteld moeten worden (en rustig volhoudt dat dit ook tot zelfreflectie dwingt: wat doen wij momenteel als bevrijde mensen voor mensen op de vlucht voor oorlog), daarom dit verhaal. Het was Jan Terlouw die het vertelde en ik schrijf het uit mijn eigen herinnering.

Tante Greetje, heldin zonder haat

Een welvoorzien man loopt elke dag een rondje over zijn landgoed. Soms heeft hij gasten die hij meeneemt op zijn wandeling. Halverwege de wandeling staat een gedenkplaatje waar hij even bij stilstaat en naar knikt. Voor tante Greetje (ik weet niet of dat haar naam was, maar even maar Greetje, zodat ik het verhaal verder kan vertellen). Voor Tante Greetje, heldin zonder haat. De bezoeker die vraagt waar dat over gaat, krijgt dit verhaal te horen.

Toen de man nog een klein jongetje was en nazi’s ons land regeerden, riep zijn vader hem op een dag bij zich. ‘Jongen, we hebben hier drie Engelse piloten die naar tante Greetje moeten worden gebracht. Doe het snel en onopvallend.’ Vader betrok hem nooit in de verzetsactiviteiten, veel te gevaarlijk. Blijkbaar was hij wanhopig, maar de jongen kon het toch niet laten om te zeggen: ‘Tante Greetje? Die is hartstikke bang.’ ‘Als het er op aankomt is ze moedig,’ zei vader, ‘ga nu maar.’

En daar ging hij met de drie piloten. Tante Greetje liet hen binnen en ze waren nog niet koud boven of er werd op de deur gebonsd. Greetje verborg de piloten en de jongen achter een kamerscherm, hield een vinger voor haar lippen en liep naar beneden om de deur open te doen. De SS-er zei dat er drie manspersonen naar binnen zouden zijn gegaan. ‘Nou’ giechelde Greetje, ‘was dat maar waar. Ik heb al zo lang geen mannenbezoek gehad. Kom verder.’

En ze maakte koffie, vooroorlogse. Ze vroeg hem honderduit, over zijn vrouw en kinderen in Duitsland en hoe moeilijk het moest zijn om hen achter te laten. Of hij foto’s had. Natuurlijk! Samen keken ze naar de plaatjes. Hij vertelde over zijn moeder. En achter het kamerscherm hielden piloten en de jongen zich muisstil. De koffie was op, de man was ontspannen en zichtbaar geroerd. Hij zei weer eens te moeten gaan en beneden voor de deur draaide hij zich nog eens om naar Greetje en zei: ‘Dank u wel, u bent als een moeder voor mij geweest, mag ik u een kus geven ten afscheid?’ Hij kuste haar op de wang en vertrok.

Maanden na de bevrijding komt de landheer erachter dat ze zijn tante hadden opgesloten. Ze hadden haar kaalgeschoren en vastgezet, uitgescholden en beschimpt als moffenhoer en landverrader. Woedend was hij geweest en ging verhaal halen. De buren hadden gezien hoe een SS-er haar had gekust en zij hadden haar aangegeven. En de kasteelheer deelde bij alle instanties zijn verhaal, maar niemand geloofde er ook maar iets van. ‘Zo zijn SS-ers niet,’ zeiden ze. ‘Die worden niet week van wat moederlijke warmte.’

En als tante Greetje oud is geworden en hij aan haar sterfbed zit, kijkt hij bedroefd en klaagt over de oneerlijkheid. ‘Ach, jongen,’ zegt ze, ‘laat nu maar.’ ‘Maar tante, u was zo goed. Hoe u toen toneel speelde, u had er een Oscar voor moeten krijgen.’ ‘Toneel speelde?’ zei ze. ‘Ja, uw medeleven en alles, zo knap gedaan.’ ‘Ach jongen’ zei ze, terwijl ze hem aankeek, ‘ik speelde geen toneel. Ik was echt begaan met hem die voor deze vervloekte oorlog zijn familie moest verlaten. Het is één ding om voor een rechtvaardige zaak te strijden, maar het is nog veel ellendiger als je voor een onrechtvaardige zaak moet strijden. Ik had echt met hem te doen.’

Tante Greetje, heldin zonder haat. Heb uw vijanden lief, zegt Jezus van Nazareth en wees goed voor wie jullie haten. Voor iedereen betekent dit iets anders. Iets begrijpen van de strijd van de ander en toch vasthouden aan je eigen overtuiging. Het was toch echt een onrechtvaardige zaak waar hij voor streed. Maar dan met diepe bewogenheid. En dan door een dankbare kus alles verliezen wat je hebt aan naam en eer en leven, nadat de langverwacht bevrijding is begonnen.

Dat is onze wereld en het vraagt rotsvaste overtuiging en diepgeworteld mededogen zonder aanzien des persoons. Richting vluchteling, moslim, hater, tafelgast, twitteraar en wat niet al. Er is nog een hoop te leren.

 

Daniël 5:1-12

1 Johannes 5:1-12