Wie het ziet, ziet het

Wie het ziet, ziet het

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Als je het ziet, zie je het – PopUpGedachte woensdag 17 mei

Een wat Cruijffiaanse uitspraak, van toepassing op de bijbelfragmenten van vanochtend. Een zomerochtend, het is bijzonder prettig om in het licht en de zomerkoelte van deze ochtend langzaam wakker te worden, me ondertussen afvragend wat de lezingen van deze ochtend te zeggen hebben. De balkondeuren staan wagenwijd open, de binnentuin heeft bomen, vogels, een stuk van de lucht bedekt met wattige wolken, waarvan de kieren de naderende opkomst van de zon al aankondigen.

En het is niet alleen de natuur. De vakkundigheid waarmee de mens z’n huizen heeft gebouwd, houdbaar voor generaties, efficiënt, elke steen en elk stuk plastic of glas heeft zo’n reis achter de rug van grondstof naar toepassing, eigenlijk zijn dat ook wondertjes. Het staal van de balkons, uit welke ertsgesteente is dat gedolven? Ik zoek altijd langs huizen en steen naar licht en natuur en vogels, maar het huis en het steen is ook natuur, zegt ook iets over de natuur, met name van die van de mensen, maar ook van mogelijkheden die de grondstoffen bieden.

Beste wetenschapper, zie je het dan niet?

Elke ochtend krijg ik drie fragmenten voorgeschoteld in het zogenaamde getijdenrooster, oud en voor dagelijks gebruik door vromen en nieuwsgierigen of beide. Ik ben ze gaan lezen om ritme aan te brengen in mijn leven, om niet enkel de agenda en de mail te volgen, maar zelf te besluiten om voordat de kinderen wakker worden, voordat de wereld hier wakker wordt eerst te spelen met die oude gedachtes van christendom en mijn dag erdoor te laten bepalen. Of dat laatste lukt, weet ik niet zo goed, maar het maken op zichzelf is een geestverruimende bezigheid.

Dit zegt het boek Wijsheid vanochtend: ‘Uit de grootheid en de schoonheid van de schepping is immers af te leiden wie de Schepper is.’ Dat zou je zeggen, maar daar zal niet elke natuurkundige het mee eens zijn. De schepper is wel een bruggetje of vijftien te ver voor de meesten, maar de verwondering voor de natuur is zeker onderdeel van de bestudering ervan. En staat er, je moet ook niet te hard oordelen als ze dat niet zien, want het is uit fascinatie en liefde voor de wereld dat ze dwalen. ‘Ze zijn zo verdiept in het bestuderen van wat hij gemaakt heeft dat ze zich helemaal door het uiterlijk ervan laten meeslepen.’

Het is altijd wat hautain om als eenvoudige bijbellezer dan te zeggen: ‘Beste wetenschaper, zie je het dan niet?’ Sterker nog, ik snap wel dat je het niet ziet. Het is nogal een sprong. Aan de andere kant: als ik de stenen, het glas en de vormgeving zie van de appartementen tegenover mij, word ik ook verrast door de techniek die we hebben ontwikkeld. En dan is het niet gek om een stapje verder af te dalen en verwonderd te raken over wat en hoe daarachter het mogelijk heeft gemaakt dat we die techniek ontwikkelden. Mijn huis als onderdeel van het huis van een maker.

Weten dat je het niet weet, is toch al het begin van de zaak

‘Als ze bij machte zijn om zoveel kennis op te doen, dan zouden ze hem die heerst over alle dingen toch allang moeten vinden?’ Het is een mooie, wat naïeve vraag. Nee natuurlijk niet. Onze wetenschap is superspecialistisch geworden, algemene vragen naar de aard der dingen zijn voor de filosofie. We bestuderen het hoe. Wat wel prettig is, een beetje wetenschapper weet dat hij het niet weet. Omdat door het onderzoek ook aan het licht komt, dat je als onderzoeker slechts een beperkte hoeveelheid kennis kunt opdoen van de werking van een klein fragment van alles wat er is. Weten dat je het niet weet, niet ziet – is toch al het begin van de zaak.

In dat licht is het fascinerend om de twee fragmenten van Jezus van Nazareth vanochtend te lezen. Zijn moeder en zijn broers willen naar binnen in de plek waar hij mensen toespreekt maar het is zo volle bak dat ze er niet bij kunnen. Dan laten ze doorgeven dat ze buiten staan en ze hem willen spreken. En hij antwoordt: ‘mijn moeder en mijn broers zijn degenen die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen’. Een ziek grove manier van handelen voor elke oosterse sterveling. Met je moeder en je broers zo omgaan? Hij koppelt zich los van menselijke verbanden en gaat nieuwe verbanden aan die niet meer tijd en plaats gebonden zijn maar inhoudelijk gedreven.

En meteen volgt het verhaal van de storm op zee die hij stillegt. Generaties uitleggers zeggen iets over het feit dat Jezus de storm in je hartje kan stillen, maar de leerlingen vragen zich af: ‘Wie is hij toch dat zelfs de wind en het water hem gehoorzamen?’ Dát is de vraag. Wie is die man in godsnaam. Zou het echt? Zou hier in dat lijf iets rondlopen wat deel is van de Maker van het alles? Zo in verbinding? Wie het ziet, ziet het. En vraagt zich nog steeds af, zou het echt?

De verwondering van een immense sterrenhemel, van een baby, van dit wolkendekje kunnen neerleggen bij een maker van wie gezegd wordt dat je er contact mee kunt onderhouden, vind ik een fantastisch idee. En als Jezus van Nazareth de spitting image is van die maker, deel van de ontwerper zelf, dan zou je werkelijk die natuur ook nog gaan vertrouwen. Wie het ziet, ziet het. Wie het gelooft, waagt het erop.

Wijsheid 13:1-9

Romeinen 13:1-14