Waarom zijn we op aarde? Wetenschapper Ard Louis probeert het antwoord te vinden

Natuurkundige Ard Louis vindt dat de wetenschap naar God wijst.

Waarom zijn we op aarde? Wetenschapper Ard Louis probeert het antwoord te vinden

‘Ik ben in Nederland geboren, maar op 2-jarige leeftijd verhuisde ik met mijn ouders en mijn pasgeboren zusje naar Gabon. Ik heb er tot mijn 16e gewoond,’ vertelt de rap formulerende Ard. Zijn lichte accent verraadt dat hij al jarenlang in Groot-Brittannië woont, en soms moet hij even in zijn geheugen graven om het juiste Nederlandse woord te vinden.

Omdat hij net uit een ingelaste vergadering komt en nog niet heeft geluncht, stelt hij voor om in de faculteitskantine neer te strijken. Met twee warme tosti’s en een bekertje water binnen handbereik, blikt hij allereerst terug op zijn onalledaagse levensloop. Via Nederland, Gabon en de Verenigde Staten kwam hij in Engeland terecht, waar hij zijn Engels-Amerikaanse vrouw leerde kennen en twee dochters kreeg.

Waarom gingen je ouders naar Gabon, in Centraal-Afrika?
Ard glimlacht en zegt: ‘Dat is een bijzonder verhaal. Mijn ouders, allebei bioloog, komen uit een volstrekt onchristelijk milieu. Mijn moeder was de Nietzsche-specialist van haar filosofendispuut. Al voor mijn geboorte zijn mijn vader en moeder radicaal tot geloof gekomen. Vervolgens wilden ze ergens gaan dienen in Gods Koninkrijk. Toen ze via de kerk les konden geven aan een school in het Gabonese dorpje Bongolo, grepen ze die mogelijkheid met beide handen aan. Tot verbijstering van hun families, die het maar niet konden bevatten dat ze christen waren geworden en ook nog eens naar het binnenland van Gabon emigreerden…’

Gabon voelt nog altijd als thuis

Zodra het over Gabon gaat, proef je dat Ard Louis over ‘thuis’ praat: er komt een sprankeling en zijn ogen, en extra enthousiasme in zijn stem. ‘Ik heb er een geweldige jeugd gehad en Gabon voelt voor mij nog altijd als thuis. Mijn ouders wonen er trouwens nog steeds: ze zijn nooit weggegaan.’
Hij legt zijn tosti weg en klapt zijn notebook open. Met een paar muisklikken tovert hij beelden uit zijn Afrikaanse kindertijd tevoorschijn. Hij wijst naar een zwart-witfoto van een helblond ventje op blote voeten, in een innige omhelzing met een chimpanseejong. ‘Dat ben ik, samen met Bertje. En op de volgende foto zie je Bertje en mij samen op het strand, bij de zee.’

Hoe kom je in vredesnaam aan een ááp als huisdier?
‘Toen hij nog maar een week of vijf oud was, werd zijn moeder op een dag door plaatselijke jagers doodgeschoten, om haar vlees te kunnen verkopen. Zij hadden niet gezien dat hij zich op dat moment aan haar buik vastklampte, anders zouden ze dat dodelijke schot niet hebben gelost. Die jagers kwamen dezelfde dag naar ons toe met de vraag of wij hem wilden adopteren. Tot mijn grote vreugde zeiden mijn ouders ja. We hebben hem gekocht voor zijn gewicht in sardines. Ik was toen tussen de 2,5 en de 3 jaar oud, denk ik. Eerst gaven we hem flesjes, en later at hij met ons aan tafel, met een lepel.” Ard schiet in de lach en vervolgt: “Maar als wij even niet keken – of als hij dacht dat we het niet zagen – at hij snel weer met zijn handen; daar hebben we hem meer dan eens op betrapt!’

Gestorven aan een gebroken hart

Toen de familie Louis enkele jaren later naar de hoofdstad Libreville verhuisden, lieten ze de inmiddels 5-jarige Bertje achter in een natuurreservaat. Daar stierf hij, zoals duidelijk wordt in de derde aflevering van Waarom zijn wij op aarde?

Als je met primatologe Jane Goodall over Bertje spreekt, staan de tranen in je ogen.
‘Zij bevestigde dat Bertje, die als een broer voor me was, hoogstwaarschijnlijk is gestorven aan een gebroken hart, nadat wij hem hadden achtergelaten. Alle herinneringen kwamen in dat gesprek weer boven. Ik hield echt van hem als van een broer.’

Wanneer heb jij voor het eerst in je leven iets van God ervaren?
‘Ik denk als kind al, maar dan op een meer intuïtieve manier. Ik had een sterk Godsbesef. Wat in Gabon een onuitwisbare indruk op mij heeft gemaakt, is dat ik daar met eigen ogen zag hoe het evangelie een kracht is die de levens van mensen kan veranderen. En toen ik een jaar of 15 was, heb ik een soort charismatische ervaringen gehad, die heel bepalend voor me zijn geweest.’

Waar kom jij vandaan?

Op zijn 17e ging Ard, helemaal alleen, terug naar Nederland om te studeren. Na veertien jaar Afrika betekende deze overgang een grote cultuurshock. ‘Ik herinner me nog goed dat ik het doodeng vond om voor het eerst met de trein te gaan. Hoe wist je nou waar je moest instappen, waar je moest zitten en waar je weer moest uitstappen? En als ik een Nederlandse zin net niet helemaal goed uitsprak, keken mensen me raar aan en vroegen dan: ‘Waar kom jij vandaan?’ Met vallen en opstaan leerde ik mijn weg te vinden in die voor mij ingewikkelde Nederlandse samenleving.’

Na zijn eindexamen studeerde Ard natuurkunde in Utrecht. Die studie smaakte naar meer. ‘Na Utrecht ben ik in Amerika aan de Cornwell University gepromoveerd op de kwantumfysica. Vervolgens kreeg ik de kans om een aantal jaren in Cambridge te werken. En nu zit ik al tien jaar in Oxford, met ongelofelijk veel plezier. Het is enorm leuk om met zulke gemotiveerde en talentvolle studenten te werken; mijn onderzoeksgroep bestaat momenteel uit elf verschillende nationaliteiten.’

Kippenvel van verwondering

Ard houdt zich tegenwoordig bezig met biofysica: een interdisciplinaire wetenschap die theorieën en methoden uit de natuurkunde toepast op biologische systemen. ‘Via een omweg, namelijk de kwantumfysica, ben ik dus tóch bij de biologie terechtgekomen, tot groot plezier van mijn ouders. Simpel gezegd: ik gebruik concepten en technieken uit de natuurkunde om de biologie beter te begrijpen.’

Krijg je weleens kippenvel van je werk?
‘Absoluut! Dat heeft te maken met verwondering, wat een heel belangrijke drijfveer voor me is. Het gevoel dat je de eerste persoon ter wereld bent die iets ontdekt of begrijpt, is heel moeilijk te omschrijven. Dat heb ik zelf ook meegemaakt, zij het niet zo spectaculair en niet zo vaak als ik wil. Dan krijg ik echt kippenvel.’

Het beeld bestaat dat er maar weinig gelovige wetenschappers zijn. Hoe is dat in Oxford?
Ard schudt zijn hoofd. ‘Ik kan er meer dan honderd in Oxford opnoemen die net als ik ervoor uitkomen dat ze geloven, zoals scheikundige en theoloog Alistair McGrath en de wiskundige John Lennox. Dus als christenwetenschapper voel ik me hier beslist geen witte raaf. Maar dat beeld bestaat inderdaad, en het is niet terecht. Er zijn grote internationale studies naar gedaan en de aantallen verschillen per land, maar er zijn echt veel gelovigen actief in de wetenschap. Gelukkig maar.’

Zelf nadenken

Hoewel hij al jarenlang actief is in de wetenschap en het onderzoekslaboratorium, gelooft Ard voluit in wonderen. ‘Het ouderwetse woordje ‘schragen’ is voor mij heel belangrijk,’ zegt hij na de laatste hap van zijn tosti. ‘De natuurwetten beschrijven in wezen hoe God de schepping doorgaans schraagt. Maar als Hij het heelal schraagt, dan is het niet moeilijk om dat – soms – anders te doen, en dan spreken we van een wonder. In de Bijbel doet Hij trouwens nooit wonderen om te verbazen, maar om een teken te geven, of om Zijn macht te laten zien. Voor mij is het, ook als wetenschapper, helemaal niet zo moeilijk om te geloven dat Jezus werkelijk over het water liep, en zelfs uit de dood is opgestaan. In de wetenschap bestuderen we de ‘gewone’ manier waarop God de wereld schraagt. Maar de wetenschap vertelt niet het héle verhaal.’

Dat laatste is een van de punten die de tv-serie Why are we here onderstreept. Wat hoop je dat dit programma zal uitwerken bij de kijkers?
‘Ik hoop dat zij, als ze eenmaal inzien dat de wetenschap per definitie geen antwoord kan geven op de grote levensvragen, daar zélf over gaan nadenken. Wij geven bewust geen kant-en-klare antwoorden.’

Voor mij wijst schoonheid naar God

‘Of je nu gelooft of niet,’ vervolgt Ard, ‘ik denk dat ieder mens weleens met verwondering naar de schepping kijkt. Bijvoorbeeld als je in een oceaan duikt of een berglandschap ziet. De aarde, het heelal en ook de natuurwetten hebben een bepaalde elegantie. Als je geen christen bent, kun je zeggen: “Het is gewoon mooi.” Maar voor mij wijst schoonheid – zelfs in zoiets ‘simpels’ als een boomblad, maar bijvoorbeeld ook in wiskundige formules – naar Gods grootheid en goedheid. Als gelovigen zien we een diepere dimensie in deze fascinerende werkelijkheid.’

Jullie hebben ook de nihilistische filosoof Alex Rosenburg geïnterviewd. Die zegt ronduit dat God “natuurlijk” niet bestaat; de Bijbel en alle verhalen over God doet hij af als “zondagsschoolverhaaltjes”…
‘Wat ik in Alex Rosenburg waardeer, is dat hij in ieder geval consequent is in zijn denken. Als je, zoals hij, gelooft dat er inderdaad niet méér bestaat dan atomen, moleculen en natuurwetten, dan kom je vanzelf uit op een vorm van nihilisme. Schoonheid, moraal, waarden, geloof, het onderscheid tussen goed en kwaad? Allemaal menselijke verzinsels. Heel interessant vond ik dat trouwens David Malone, die niet in God gelooft, toch intuïtief beseft dat het leven wel degelijk betekenis heeft. Maar de zin van het bestaan kun je niet afleiden uit de moleculen waaruit we zijn opgebouwd. Het geheel lijkt dus meer dan de som der delen.’

De sprookjes van Narnia

Wat valt er voor jou straks te doen op de nieuwe aarde, als gepromoveerd natuurkundige en expert in de wondere wereld van de kwantummechanica?
Glimlachend: ‘Dat is een goede vraag. Een van de vele mooie aspecten van mijn vakgebied is dat we steeds weer nieuwe dingen ontdekken. Misschien… Mag ik straks wel een compleet nieuw heelal gaan ontdekken. Bij dit onderwerp moet ik vaak denken aan het slotdeel van de Narnia-reeks van C.S. Lewis, Het laatste gevecht. In een soort hemelscène beschrijft Lewis een eindeloze bergketen, de ene bergtop nóg mooier dan de andere, met prachtige valleien, bossen en watervallen ertussen. Dit lijkt me een schitterend beeld voor wat we mogen verwachten. Iets wat enigszins lijkt op wat we nu al kennen en toch heel anders en oneindig veel mooier is.’ Maar, verontschuldigt de wetenschapper zich snel, ‘hier speculeer ik natuurlijk!’

Meer Ard Louis? Kijk naar zijn bijdrage aan onze serie Tegen beter weten in? Of ga naar de site van Why are we here, de serie die Ard maakte met filmmaker David Malone. De afleveringen vind je ook intergraal op Youtube.


Dit is een ingekorte versie van een verhaal dat eerder verscheen in EO-Visie en is met toestemming overgenomen. De tekst is van Gert-Jan Schaap, en het beeld van Ruben Timman.