Raar, hoe je het ook wendt of keert, dat verhaal van Jezus’ verwekking

Raar, hoe je het ook wendt of keert, dat verhaal van Jezus’ verwekking

Jezus, geboren uit de maagd Maria… Dat is geen biologische uitspraak, zegt Dries als hij het eerste hoofdstuk van Matteüs leest. Janneke vindt het verhaal vooral te raar voor woorden.

We gingen in zevenmijlslaarzen door Genesis (lees hier de eerste aflevering). Nu beginnen de theologen uit ons panel aan de lezing van Matteüs. Janneke Burger en jezuïet Dries van den Akker lezen Matteüs 1 vers 18 tot 25:

De afkomst van Jezus Christus was als volgt.

Janneke:

Maria ontdekte dat ze zwanger was.

En dan gaat het verhaal verder over Jozef. Jozef de man die zo goed en edel is. Jozef die een engel droomt, met Maria trouwt en het kind zijn naam geeft.

In het evangelie dat Lukas schreef (blader maar even verder, dan kom je er vanzelf) is meer aandacht voor Maria. Voor de engel die zij ontmoette. Niet zoals Jozef in een droom, maar gewoon in haar huis. Er is aandacht voor haar uitspraak vol toewijding: ‘Mij geschiedde naar Uw woord’ (ik blijf het maar onthouden in de ouderwetse vertaling die ik als kind las). En voor dat prachtige lied dat zij zong, over God die alles omkeert. Ik ben altijd weer onder de indruk van de dapperheid van deze gezegende maagd, deze moeder Gods, zoals Lukas haar beschrijft.

Een hoer, nog een hoer en dan een moordenaar

Ik moet wel even wennen aan de soberheid waarmee Mattheüs over Maria vertelt. Het gaat in zijn verhaal ook niet over haar natuurlijk, de hoofdpersoon is Jozef. En na die lijst met voorvaders van Jezus, waar de ene met een hoer sliep, de volgende met een hoer trouwde, en nog een ander een man vermoordde om met diens vrouw te kunnen trouwen – na al die tegenvallende mannen is daar Jozef, die de eer van Maria redt. Want zij draagt het kind van God in zich, maar zomaar zou ze ook van hoererij beschuldigd kunnen worden. Te raar voor woorden natuurlijk.

En ondanks de soberheid van Mattheüs zit al het rare van dit kind wel in die ene zin: verloofd was Maria met Jozef, toen ze ontdekte dat ze zwanger was van de heilige Geest.

Hier spreekt een moeder

Hoe zou dat eigenlijk zijn geweest? Die eerste weken, als je merkt dat alles in je lijf verandert. Die weken erna, als je de kleine bewegingen voelt, het leven, je kindje. Als dan je lijf zwaarder wordt en steeds meer overgenomen wordt door je kind, dat bijna alles van je neemt. Die laatste weken, als je denkt: ik ben zo benieuwd wie je bent, kind dat in mij is, en dat ik nog niet ontmoet heb.

En bij dat alles weet Maria: dit is een heilig kind, dit is Gods Zoon. Ik weet nog dat ik na mijn eerste zwangerschap en bevalling dacht: niets is er dat aardser en lichamelijker is dan het dragen en baren van een kind. Dat kan niet zonder lichaam. Je lijf zwangert, baart, zoogt en moedert. Zo aards is Gods Zoon.

Te raar om niet waar te zijn.

Geen biologie, maar heilsgeschiedenis

Dries:

In de eerste zin van zijn evangelie kondigt Matteüs aan dat hij gaat schrijven over de ‘genesis’ (de wording) van Jezus Christus. Alsof hij teruggrijpt naar het allereerste Bijbelboek. Vervolgens beschrijft hij heel precies hoe in het verleden de ene voorvader na de andere ‘werd’ (ontstond). Als ik de woordspeling van Matteüs probeer weer te geven, zou de vertaling moeten luiden: ‘Abraham deed Isaak ‘worden’; Isaak deed Jakob ‘worden’… enzovoorts.

Drie keer veertien voorgeslachten zien we zo ‘worden’, van vader op zoon, soms met vermelding van de moeder. Maar als hij bij Jezus komt, zegt hij ineens: ‘Maar van Jezus Christus was de wording zó!’ En dan volgt er een verrassend ander verhaal. Ongehoord in de geschiedenis van Israël.

We gaan met Matteüs terug naar het scheppingsverhaal

De ‘wording’ van Jezus: daar komt geen man aan te pas. Jezus ‘wording’ geschiedt door inwerking van de heilige Geest. Daarmee zijn we terug bij het scheppingsverhaal. Daar wordt verteld hoe de Geest van God over ‘het niets’ heen kwam. Zo is de hele schepping ‘geworden’. Net zo begint er met Jezus iets totaal nieuws. Gods geschiedenis met de mensen opnieuw. Aldus Matteüs.

We vergeten niet dat Matteüs schrijft op het moment dat de geschiedenis met Jezus achter de rug is. Achteraf blikt hij terug op de volwassen Jezus en wat die allemaal teweeg heeft gebracht. Matteüs vertelt dus geen biologie, maar een heilsgeschiedenis. Hoe God aanwezig was in de persoon van Jezus.

De oorsprong van dit verhaal is niet tot menselijke factoren terug te brengen

Welnu, om ons alvast voor te bereiden op de volkomen nieuwe, ongehoorde persoon van de latere, volwassen Jezus, vertelt Matteüs meteen aan het begin van zijn Jezusverhaal dat wat Jezus werkelijk tot de echte Jezus maakt – de Jezus-van-het-geloof – dat dat niet tot menselijke factoren valt terug te brengen. Van het begin af aan had God zelf een beslissend aandeel in Jezus’ persoon.

Hoe zeg je dat? Als gelovigen iets willen zeggen over de wereld van de onzichtbare dingen (‘geloofsgeheimen’), zijn ze genoodzaakt beelden te ontlenen aan de wereld der zichtbare dingen. De geloofsgemeenschap doet dat in dit geval door te benadrukken dat Maria maagd was en altijd is gebleven. Dat is geen biologische uitspraak, maar een manier om de aandacht te vestigen op het geheim van Gods aanwezigheid in onze mensengeschiedenis.

Is het al te gewaagd om te veronderstellen dat ook ik – niet als biologisch wezen, maar als gelovige – eigenlijk maagdelijk geboren ben? Immers, mijn ouders brengen wel een kind voort, maar niet een gelovig kind. Dat geloof komt niet van mijn ouders, maar van God.

De vorige aflevering ging over Abraham die zijn zoon moest offeren…


Janneke Burger is theoloog en hoofdredacteur van Jente Magazine

Dries van den Akker, s.j. is jezuïet en oud-docent godsdienst. Hij is redactielid van Ignis webmagazine.