Alain verlangt naar wat christelijke genade in de linkse kerk

Alain verlangt naar wat christelijke genade in de linkse kerk

Er zijn nogal wat christenen die de overstap gemaakt hebben van traditioneel christelijke kerk naar de ‘linkse kerk’. De bonte stoet van vegetariërs, feministen, social justice warriors die – eerlijk is eerlijk – elkaar nogal eens de les leest. Alain verzucht daarom: ‘Een beetje genade graag!’

Mijn vrienden zeggen dat ik de orthodoxe christelijke kerk heb verruild voor de orthodox-linkse kerk. Dat is helemaal niet waar, sputter ik dan koppig tegen, want ik ben nog steeds met grote liefde onderdeel van het christendom en zie mijn linkse hobby’s niet als een religie.

Aan de andere kant werd ik (een overigens niet al te actief) lid van GroenLinks binnen een jaar na mijn afscheid van de gereformeerde kerk. Hmmm. Ben ik dan toch echt zo’n wandelend cliché? Laten we eens even doen alsof en kijken hoe de balans is na drie jaar in de linksige groene kerk. Ben ik erop vooruitgegaan?

Donderpreken vanaf een ontkerstende kansel

We laten de beweging rondom Jesse Klaver hier even links liggen. Lijntjes tussen de pinksterkerk en de ‘Jessias’ die voor duizenden gillende tieners in AFAS Live staat, liggen te zeer voor de hand.

Ik zou hier ook De Correspondent kunnen noemen, waar diverse domineeszonen werken. De schrijvers van dat platform bliezen het begrip ‘utopia’ nieuw leven in (een seculiere variant van het christelijke Nieuw Jeruzalem), leggen je elke zondag middels een nieuwsbrief uit wat het echte verhaal is achter de waan van de dag en hebben er een handje van om vanaf de ontkerstende kansel te donderpreken over hoe we ons leven beter kunnen vormgeven.

De Correspondent werd een halfjaar na mijn uitschrijving uit de kerk geopend en ik werd op dag 1 liefdevol lid.

Je verlaat de ene kerk, en rolt de andere in

Als ik om mij heen kijk naar generatiegenoten constateer ik dat deze beweging heel veelvoorkomend is. Je verlaat de ene kerk en rolt min of meer tegen wil en dank de andere in.

Vroeger las je het blaadje van Christenen voor Israël, nu ben je lid van Amnesty. Vroeger dacht je: is het wel christelijk om die en die film te kijken of GTA te spelen? Nu moet je op vier Fairtrade apps kijken voordat je zeker weet dat de kleding die je koopt verantwoord is. Vroeger ging je alleen naar christelijke festivals en droeg je een kruisje, nu ben je een veganist en kunnen we op jouw vlog zien wat je allemaal met raw food kunt koken.

Zo kan ik nog wel even doorgaan en ik chargeer misschien. Maar dit is wel het verhaal van een generatie. Grote kans dat wie vroeger bij Opwekking en Youth for Christ te vinden was, nu een of ander groen-en-of-links identiteitskenmerk draagt.

De linkse strijd

Bij mezelf merk ik dat mijn wereldbeeld aan elkaar hangt van hiplinkse gedachtenpatronen. In televisieprogramma’s tel ik onwillekeurig het percentage mannen achter microfoons. In de supermarkt stoor ik me aan de kiloknallers. Het enige dat nog mijn aandacht trekt op reclameborden zijn de racistische stereotypen die worden afgebeeld.

Voor al dat soort misstanden hebben mijn linkse kerkgenoten en ik een soort geheimtaal. White privilege, fragile masculinity en heel veel Engelse afkortingen. We noemen onszelf intersectionele feministen of social justice warriors. Wie de linkse strijd vurig strijdt, wordt goedkeurend radicaal genoemd. Of ‘woke’. Maar het verwijt van hypocrisie voor wie de leer niet helemaal scherp voor ogen houdt, ligt altijd op de loer.

De aantrekkingskracht van purisme

Hoe meer ik naar mezelf en mijn veranderde sociale setting kijk, hoe meer ik ga beseffen dat ik gewoon een substituut voor mijn charismatisch-christelijke tienertijd heb gezocht. We claimden de wereld te willen redden, maar waren in de praktijk alleen maar met elkaar aan het bakkeleien. En we deden wedstrijdjes wie het meest radicaal was, alsof dat iets goeds is. We waren herkenbaar aan sociale identity markers, die ons intussen van onze normale omgeving vervreemdde.

‘Was je maar koud of warm, maar je bent lauw dus ik spuug je uit’, vrij naar Jezus in het boek Openbaring. Dat purisme heeft blijkbaar een enorme aantrekkingskracht op mensen.

Een verlammende oordeelsdans

Waar ik de laatste tijd moedeloos van word, is dat de leden van mijn linkse kerk de Ander, maar zeker ook elkaar zo straf veroordelen. Voor de flexitariër is de McDonald’s kiloknallerconsument de duivel. De vegetariër vindt de flexitariër een laffe hypocriet. Voor de veganist is de vegetariër een lachertje – was je maar koud of warm – ik spuug je uit.

Binnen m’n linksgroene vriendenclubs draaien feministen, antiracisten, milieuactivisten, armoedebestrijders en andersoortige profeten op een ingewikkelde manier om elkaar heen. Waarbij ze elkaar telkens weer op een blinde vlek of een onvolkomenheid kunnen betrappen. Een verlammende oordeelsdans.

Wat ik hier toch wel een beetje mis, denk ik de laatste tijd stiekem in de auto, is die christelijke genade.

Genade, graag!

Het christendom, waar in Matteüs hoofdstuk 5 al door Jezus wordt gezegd dat je volmaakt moet zijn. Nee, de slotalinea van dit verhaal wordt geen vermoeide matigheid. Zo van: laten we het allemaal een beetje rustig aan doen met dat redden van de wereld.

Maar bij die volmaaktheidseis van Jezus horen in de christelijke traditie twee onmisbare elementen. Aan de ene kant: het besef dat alle mensen gaan falen in hun streven naar die goddelijke volmaaktheid. We gaan struikelen. We zijn mensen.

Aan de andere kant: de mogelijkheid tot biecht. Het besef dat jij, die gestruikeld bent of binnenkort gaat struikelen, aanspraak kunt maken op genade (onverdiende zaligheên) om weer opnieuw te gaan proberen, falen. Proberen, falen.

Wees volmaakt, dat wordt gevraagd van de mens. Red de wereld. Die is namelijk aan redding toe. Met die boodschap kwam ik als christen prima thuis in de linkse kerk.

Aan die vurige radicaliteitseis (christelijk of groenig en linksig) wil ik hier niets afdoen. Maar wat ik graag zou meenemen van de ene kerk naar de ander is dat kleine woordje dat in mijn traditie toch een sleutelbegrip is gebleken: genade, graag!