Ik ben niet te vertrouwen

Ik ben niet te vertrouwen

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Ik ben niet te vertrouwen – PopUpGedachte 6 juni 2017

Op deze grijze frisse zomerochtend, misschien wel de moeilijkste zin om op te schrijven: ik ben niet te vertrouwen. Ik zeg namelijk exact het tegenovergestelde tegen mijn kinderen, tegen mensen met wie ik afspraken maak, ik hoop exact het tegenovergestelde te zijn. Ik wil heel erg graag te vertrouwen zijn. De vraag is; ben ik het? En waarmee dan?

Twee dagen geleden sukkelde ik nog in slaap achter het stuur van de auto, schrok wakker toen het blik hard langs de vangrail schuurde en voelde hoe die rail mij met diepe groeven in het blik de autoweg weer opduwde. Met stijve vingers stuurde ik de geleende auto weer naar de baan waar ik had gereden, de kinderen achterin waren een beetje geschrokken, maar dat was het. Ik was te laat geweest met stoppen voor een koffie, niet op tijd beseft dat ik weg aan het dommelen was en had mijzelf maar vooral de kinderen in gevaar gebracht. Het voelt als een biecht dit, want het is een van de ergste dingen om te moeten zeggen: je kunt me niet vertrouwen.

Je kunt niet vertrouwen dat ik de waarheid spreek. Want dat doe ik niet altijd. Meestal misschien. Ik doe ook mijn best. Maar is het altijd oprecht? Je kunt niet vertrouwen dat ik altijd eerlijk ben. Je kunt niet vertrouwen dat ik altijd de beste bedoelingen heb. Je kunt me niet eens vertrouwen met een auto. Mij niet, misschien een ander ook niet, maar mij ook niet. Niet 100%. Jammer.

Het is gek dat het zo moeilijk op te biechten is, want het is een waarheid als een koe. Ik weet dat ik niet altijd helemaal eerlijk ben. Ik noem dat soms leugentjes om best wil of niet al te confronterend willen zijn naar een ober die gewoon belabberd voedsel heeft geserveerd. Beleefdheid, of angstigheid, of wat dan ook. Als wij niet eens helemaal op onszelf durven vertrouwen, omdat we onszelf toch meestal niet zo goed kennen, hoe kunnen we dan anderen vragen ons te vertrouwen. Dat kan maar gedeeltelijk.

Vandaag schuift Jezus aan bij een Farizeeër en hij doet niet de rituele wassingen maar gaat gewoon aanliggen. Verwonderd kijken ze hem aan en dan zegt hij: En gij zelf dan, farizeeën, gij maakt wel de buitenkant van de beker en de schotel schoon, maar van binnen zijt gij vol van roof en slechtheid. Wee u, gij betaalt wel tienden, maar bekommert u niet om rechtvaardigheid en liefde tot God. U bent belust op de voornaamste zetel in de synagoge en de begroetingen op de markt. Wee u. En jullie wetgeleerden? Gij legt de mensen haast ondraaglijke lasten op en raakt zelf die lasten niet met één van uw vingers aan. ‘

Jezus van Nazareth gaat los en al gauw denken we: ohh, wat een eikels zeg. Ik in elk geval. Eens kijken wie om me heen ook zo’n eikel is. Zo achterbaks, zo schijnheilig, en zo zelfingenomen. Het beste is toch als bij het rondkijken je oog de spiegel vind. Voor Jezus hoeven deze mensen namelijk helemaal niet diep door het stof. De enige vraag is of ze dit weten en willen weten en bij het weten ermee ophouden. Weten dat je niet betrouwbaar bent, is op die manier een oneindig goed. En ik ben nog aardig ver verwijderd van die eenvoudige wijsheid als ik het zo moeilijk vind om dat zinnetje op te schrijven: je kunt me niet vertrouwen.

Wat gebeurt er als ik zeg dat je me niet kunt vertrouwen? Dat je zelf moet bepalen wat je van me aanneemt, wat je aan me uitleent, in hoeverre je met me optrekt. Het voelt vooral irritant om het te zeggen, tot ik me realiseer dat het verrekte belangrijk is dat je zelf bepaalt in hoeverre je me vertrouwt, wat je van me aanneemt en in hoeverre je met me optrekt. Als ik een hoger beeld van mezelf heb of jij van mij dan waar is, dan trek je niet met mij op maar met een opgeklopte versie. En dat is doodvermoeiend, uiteindelijk teleurstellend of het heeft simpelweg minder kwaliteit dan zou kunnen.

De auto waar ik in reed heeft een fikse deuk gekregen, maar dat is nog een kleintje vergeleken met de deuk van mijn zelfvertrouwen en zelfrespect. Toch is het eerlijk, die deuk. Blijkbaar had ik een hogere pet op van mij dan terecht is en hoopte ik dat anderen mij meer vertrouwden dan terecht was. Ik wil betrouwbaar zijn, ik vecht om het goede te doen, maar als ik niet inzie hoe onbetrouwbaar ik kan zijn – dan is zo’n ontmaskering als Jezus vandaag uithaalt bij de wetgeleerden en farizeeen van zijn dagen – ongelofelijk confronterend en is de eerste reactie verzet. Wie zichzelf kent, zegt: shit, Jezus, is het weer zover? Je hebt gelijk. Hoe kan dit beter? Dan is er geen oorlog, maar samen groeien. En dat is toch echt de weg vooruit.