Waarom Jezus in alle nederigheid veertig dagen naar de woestijn ging

Waarom Jezus in alle nederigheid veertig dagen naar de woestijn ging

Satan kruist de degens met Jezus. Maar de duivel heeft zijn theologie niet op een rijtje, zegt Alain. Toch klinkt dat duivelse stemmetje ook in onze hoofden, denkt Marco. 

De theologen uit ons panel – Alain Verheij en Marco de Vos –  lezen vandaag Matteüs 4: 1 tot 11.

Daarna werd Jezus door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de duivel op de proef gesteld te worden.

Alain:

Een rabbijns pokerspelletje tussen Jezus en de duivel met de hoogste inzet. De duivel doet op een gegeven moment een mooi Bijbelse bluf, maar doet dat vanuit biblicisme. Elke christen krijgt daar weleens mee te maken, ook al kent niet iedereen de term. Het betekent dat je een Bijbeltekst uit de context plukt, al te letterlijk neemt en er een ander mee om de oren slaat. Jezus heeft het juiste antwoord op dat soort nonsens: hij stelt er een andere Bijbeltekst tegenover. ‘Dat staat er, klopt, maar dít staat er ook…’

‘Zo zie je maar, je moet altijd zorgen dat je veel Bijbelkennis hebt, anders val je ten prooi aan de duivel’, preekte de dominee dan in mijn kerk. Misschien terecht, maar aan dit verhaal hangt ook nog een andere conclusie. De conclusie dat je met de Bijbel ontzettend veel kanten op kunt. De duivel citeert hem vanuit een ongezond wereldbeeld en Jezus stelt daar gezonde theologie tegenover. Kale kennis van de heilige boeken is geen garantie voor wijsheid.

Waarom was Jezus zo’n loser?

Achter dit verhaal van Mattheüs schuilt de basale vraag van de vroege christenen voor wie hij schrijft: als Jezus de messias is, waarom was hij dan zo’n loser? Daar heeft de evangelist twee antwoorden op.

Allereerst laat hij Jezus het oude verhaal van Israël helemaal overdoen. Jezus is net gedoopt zoals Mozes en z’n volk door de zee trokken. Nu wordt Jezus veertig dagen verzocht in de woestijn, zoals de Israëlieten veertig jaar in de woestijn zwierven. Direct hierna gaat Jezus de Bergrede uitspreken, zoals Mozes destijds de Tien Geboden ontving op de Sinaï. Jezus, zo wil Matteüs zijn lezers vertellen, is de beloofde messias omdat hij de weg van Israël is gegaan.

Nederig vasten vs. tirannie

Tot slot zet Mattheüs de zaken zo aan het begin van z’n Jezus-verhaal maar vast scherp neer: Jezus werd dan wel als uitverkorene geboren onder een bijzonder gesternte, maar hij is niet het type messias dat met goddelijke kracht smijt om zijn spierballen te tonen.

Dat Jezus koos voor nederig vasten en niet voor tirannieke heerschappij, is iets dat de duivel maar niet kan begrijpen in dit verhaal. Maar het is de rode draad door dit evangelie. Lees de eerste zin van de Bergrede nog maar eens: ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel’.

Geen duivel of keizer kan de winnende kaart van die heilige nederigheid overtroeven.

Enkele flitsen uit het evangelieverhaal

Marco:

Ons verhaal leest haast als een film, met scènes die elkaar in hoog tempo afwisselen. Meteen nadat Jezus door Johannes is gedoopt, ziet hij de Geest van God op zich neerdalen, hoort hij een stem die hem als Gods geliefde zoon aanwijst. En dan jaagt diezelfde Geest hem de woestijn in.

Flits – veertig dagen later: Jezus heeft honger gekregen, is kwetsbaar. En daar klinkt een stemmetje: je was toch de zoon van God? Nou dan, maak brood van die stenen. Dat kun je dan toch?

Flits – we staan op het dak van de tempel. En weer klinkt dat stemmetje: je was toch de zoon van God? Spring er maar af dan, er staat in de Bijbel dat je niets zal overkomen…

Flits – bovenop een hoge berg, uitzicht over de hele aarde. Nog één keer dat stemmetje: hiervoor was je toch gekomen? Ik kan het je geven hoor, je hoeft alleen maar voor me te knielen…

Welzijn, eer, glorie en macht

Tot drie keer toe een verleiding: kiezen voor materieel welzijn, voor je eigen eer en glorie, voor een korte weg naar de macht. Tot drie keer toe een verzoeking, een proef. Het Griekse woord klinkt als ‘proberen er doorheen te prikken.’ Satan, de aanklager, probeert er doorheen te prikken: laat maar zien dan, dat je Gods zoon bent, de redder waar Israël naar uitziet. Maar wat hij vraagt zou juist laten zien dat Jezus niet de Messias is.

Laten we eerlijk zijn: dat stemmetje klinkt ook wel eens in ons hoofd. Regel nou eerst je huis en je pensioen, dan heb je daarna toch alle tijd voor God? Als God er is, dan zou je toch niet ziek moeten worden? Sluit nou gewoon die deal, met dat geld kun je toch later goede dingen doen? Het klinkt heel aannemelijk, maar het stelt ons vertrouwen op de proef, probeert door ons geloof heen te prikken.

Toe, kras op, Satan

Jezus slaat elke keer de aanval af. Met woorden uit de Bijbel. Materieel welzijn is niet het belangrijkste. Je moet God niet op de proef stellen door zijn beloften voor je eigen eer te claimen. God is de enige die je mag aanbidden. Daarmee wijst Jezus elke korte, makkelijke route naar eer en macht af.

Gek genoeg krijgt hij daardoor juist macht. Kras op, Satan, zegt hij. En Satan gaat weg. Einde van de eerste ronde. Pauze: engelen komen om Jezus te verzorgen. De stand is eén-nul voor Jezus. Maar dit is pas het begin…

 


Alain Verheij is zelfbenoemd theoloog des Twitterlands

Marco de Vos is docent Oude Testament aan het Baptisten Seminarium en astronoom.