Wat waar is kan niet vastgelegd worden

Wat waar is kan niet vastgelegd worden

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Wat waar is kan niet vastgelegd worden – PopUpGedachte dinsdag 20 juni 2017

Het is nogal een spannende dag vandaag. Ik durf bijna niet te hopen op dat wat ik het liefste zou zien gebeuren, maar het is een feit dat het kan. Al is de kans klein. Sinds een jaar werken we nu aan We Gaan Ze Halen en vandaag zal het Hooggerechtshof een besluit faxen naar het advocatenkantoor dat pro bono onze zaak voor de rechter heeft gebracht. Zouden ze in het hoger beroep werkelijk de staat veroordelen tot het houden van haar belofte aan bijna 9000 vluchtelingen die klem zitten in Griekenland en Italië. De kans is zo klein, omdat het zo veel eenvoudiger is om ons op punten gelijk te geven en vervolgens om wat voor reden dan ook niet over te gaan tot een werkelijke veroordeling. Maar toch, het kan. En het is spannend. En dan zeiden de rechters ook nog eens langs hun neus weg: uitspraak 20 juni. Pas op de terugweg beseften we dat dit Wereldvluchtelingendag is.

Vreemde verwachting en tegelijk een frisgroene natuur, een zingende merel, burpende kikkers en een frisse zomerbries die de spanning van de dag relativeren. Zij zullen er morgen weer zijn en volgende jaar, wat de uitspraak ook is, zo’n moment – ook al hebben er zovelen aan meegewerkt: meegereden in optocht naar Den Haag, naar Brussel – zo’n moment is geen halszaak. Dat leert de natuur die geen weet heeft van het gecijfer en gereken, van afspraken en meer, maar stug blijft bestaan. De natuur die wat er ook gebeurt een appel op mij doet om dankbaar te zijn, dankbaar voor leven, voor ruimte, voor lijfelijkheid.

De teksten van het Joods-christendom roepen ons steeds op om te zien wat er niet is. Nergens staat in een boom gekerfd dat ik dankbaar moet zijn voor die boom. En als het er staat, is het lang niet zo appellerend als die stille ruime roep die onhoorbaar voelbaar is als de schoonheid van de natuur je overvalt. Dat gebeurt ook en is ook waar. Zonder dat het vast te leggen is. In het Joods-christendom zijn er wel dingen vastgelegd, maar die gaan met name over het hoe. Hoe te leven, hoe te offeren, hoe niet te leven. Maar ze gaan niet over het wat. Er is geen poging om het ‘wat’ van wat God is vast te leggen. Sterker nog, het mag niet eens.

‘aangezien u geen gedaante hebt gezien toen de Heer op de Horeb vanuit het vuur u toesprak’ staat er vanochtend in Deuteronomium, een van de oudste boeken, ‘moet u zich zorgvuldig in acht nemen: misdraag u niet door een godenbeeld te maken, een afbeelding van welk wezen dan ook. Laat u niet verleiden neer te knielen voor de zon, maan of sterren.’

Het is verleidelijk om de helgroen stralende boom hier in mijn uitzicht staat als object te nemen voor dat wat ik voel. De roep om dankbaarheid, de aanwezigheid van een grotere stem. En het wordt streng verboden. De stem die je voelt, voel je. Blijf m voelen, probeer niet vast te houden, leg die niet vast buiten jezelf, want die stem resoneert in jezelf.

Het is niet die boom die roept, het is een aanwezigheid die door boom en wind en zon en vogels je herinnert aan wie je bent. Wie dat probeert vast te leggen in dogma’s, in beelden of in verklaringen, is het al kwijt. En dat is zonde, zegt de oude tekst. Laat het je kunnen ontglippen, dan kan het je ook overvallen.

Paulus zegt vanochtend: ‘ons geweten kan getuigen dat we ons overal in de wereld hebben laten leiden door de oprechtheid en zuiverheid die God van ons verlangt.’- Hollandse bescheidenheid is er niet bij, maar ja, het is dan ook al een tekst van 2000 jaar oud. ‘Zo waar God trouw is, als ik ja zeg tegen u dan bedoel ik ook ja, niet nee. De Zoon van God was immers niet iemand die ja zei en nee bedoelde, hij belichaamt het ja’

Dat moet de uitkomst van geen beelden. Een Ja. En een geweten dat klopt. Één mens zijn, niet omzichtig om een boom heen lopen omdat daarin de geesten wonen en uit het zicht ervan weer andere dingen doen. Niet in het volle licht anders handelen dan in het donker. Maar overal Ja zeggen – betrouwbaar, liefdevol, uit één stuk. Zoals een goed beeld van God dat is, uit één stuk.

Zou dat het dan uiteindelijk zijn? Wij mogen geen beeld van God maken omdat wij het moeten zijn? Niet iets om te aanbidden, maar om te belichamen? En dat we het daarom niet buiten onszelf vast moeten zetten, maar bezit laten nemen van heel het wezen dat we zijn, van onze geest tot onze poriën, zodat we ermee doordrenkt zijn? Het zou de felheid van de oude boeken tegen afgoden in elk geval verklaren. Want wie vastlegt buiten zichzelf, heeft het dan opgegeven. Die hoeft het zelf niet meer te zijn. De Maker zegt in de teksten geen Ja tegen een boom, een kerk, een land of een cultuur, maar tegen ons. Belichaam het maar, wat er ook gebeurt op een dag als deze. Belichaam het maar. Fijne uitdaging, groot vertrouwen, onmogelijk en toch eindeloos veel interessanter dan het goede vastleggen buiten onszelf.

Deuteronomium 4:15-24

2 Korintiërs 1:12-22

Lucas 15:1-10