Je bent zo goed als je laatste keus

Je bent zo goed als je laatste keus

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Je bent zo goed als je laatste keus – PopUpGedachte 1 juni 2016

Elke ochtend is een mentale oefening. Zo tussen zes en zeven dit ding mogen doen: tekstje lezen, stilte zoeken, schrijvend denken, opnemen, delen – dat is een luxe. Toch is het zomaar weer een sleur of een verplicht nummer. Dat ik me betrap op de klok te kijken en me af te vragen of ik dit keer een kwartiertje sneller kan zijn, dan heb ik tijd voor de krant en de voeten op tafel. Zo’n ochtendritueel begint met weken euforie; hoe fijn het is, de stilte en het spel met de teksten. Maar dat is alweer meer dan een jaar geleden. De kalverliefde is voorbij, de liefde groeit en die vraagt om toewijding, mentale toewijding aan het proces. Vanochtend weer beseft, dus weer iets meer rust genomen in het lezen. In de stilte op het balkon. En beseffen dat ik hier geen vakantie van wil, maar dat dit de vakantie voor mij ziel is. En dan me eraan overgeven.

Fascinerend stuk tekst uit Ezechiel vanochtend. Dit: ‘Als een rechtvaardige afwijkt en kwaad gaat doen, al zijn vroegere daden tellen dan niet meer mee. Hij zal sterven. Hier brengt ge tegenin Israël: De weg van de Heer is niet recht. Zou mijn weg niet recht zijn? Als de boosdoener zich bekeert en naar recht en wet handelt, hij zal in leven blijven. En dan zegt Israel ook: De weg van de Heer is niet recht. Maar ik schep geen behagen in de dood van de gestorvenen, bekeer u dus en blijf leven.’

Hieruit concludeerde ik: je bent zo goed als je laatste keus, je laatste handeling. Blijkbaar vind Israel dat allemaal verschrikkelijk onrechtvaardig, maar dat kan de chef wel hebben. Hij doet zijn eigen ding. Hij zegt: heb je heel je leven rechtvaardig gehandeld, maar besluit je opeens toch maar voor het kwade te kiezen, dan telt die hele mooie levensloop niet meer mee, dan pak ik je aan. Heel je leven slecht gehandeld, en kies je opeens het goede, ben je vergeven, genade, etc.

Oneerlijk, je moet naar het hele leven kijken! Nou, zegt Jahweh, dat bepaal ik zelf wel Israel.

De maker van de wereld zoals die zich via de profeet Ezechiel presenteert, wil gewoon geen shit zien in zijn wereld en houdt je verantwoordelijk; wie je ook bent. En iedereen die besluit met onrecht op te houden omdat die tot inzicht is gekomen, wordt toegejuicht – wat voor klootzak het ook is. De Heer leeft nogal in het moment, zou je kunnen zeggen. Geen yoga, bhoedda of whatever meer nodig. In het hier en nu.

Maar wat is dan voor het goede kiezen? Een tweede verhaal is dat van de barmhartige samaritaan. En ik heb altijd die gelezen alsof het gaat over lief zijn versus een eikel zijn. Maar dat is niet waar, of tenminste dat raakt niet aan de diepte van de omkering die Jezus van Nazareth hier aanbrengt. Het begint namelijk met de vraag: wie is mijn naaste. De eeuwenoude vraag: hoever reikt mijn verantwoordelijkheid, wie moet ik allemaal nog wel helpen en wie niet meer – met daarin de onhoorbare verzuchting: ik kan natuurlijk niet de hele wereld op mijn schouders nemen. En Jezus brengt geen binnenste en buitenste cirkel aan, binnen: waar je wel voor moet zorgen, buiten: waar dat niet meer hoeft – Jezus vertelt een verhaal.

Een joodse man neergeknuppeld langs een gevaarlijke weg, drie tempeldienaars laten hem links liggen, de klerelijer van een samaritaan gaat opeens de barmhartige samaritaan uithangen en verzorgt hem. En dan de hamvraag: wie denk je dat de naaste is geweest voor de man in nood? Maar Jezus, wacht even, zo gaat dat niet met naaste. De vraag was wie toch mijn naaste was, c.q. wie ik nog moest helpen. Nu keer je het om en vraag je met betrekking tot iemand die geholpen is, wie zijn naaste is geweest. Opeens is de vraag niet meer wie allemaal nog mijn naasten zijn, maar of ikzelf naaste ben geweest voor degene op mijn pad. De vragensteller mompelt: de naaste is degene geweest die barmhartigheid bewezen heeft. Juist, zegt Jezus: Ga dan en doet gij evenzo.’

Er is blijkbaar geen weging over het geheel van het je leven of jij aan degenen die rondom je zijn in een redelijk te behappen cirkel recht min of meer recht hebt gedaan. Er is elke dag opnieuw de vraag of jij naaste bent geweest voor degene die je op je pad aantrof en die iets nodig had. En aan jou de vraag wie voor jou – terwijl jij in de kreukels langs de weg lag – een naaste is geweest.

In populaire beschouwingen gaan aan het einde van je leven de boeken open, wordt je leven gewogen. Maar als ik Ezechiel mag geloven ben je zo goed als datgene waar je op het laatst je leven aan hebt toegewijd.

Bij de dag leven dan maar, naaste zijn en per dag de shit achter je laten en geloven dat het verleden geen macht heeft over het heden, in goede of in kwade zin. De dag is nieuw, laten we geloven, hopen liefhebben. Waarom? Om toch.

Ezechiël 18:1-4, 19-32

Hebreeën 7:18-28

Lucas 10:25-37