Verdeel en heers, maar dan goed

Verdeel en heers, maar dan goed

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Verdeel en heers, maar dan goed. – PopUpGedachte 29 juni 2017

Een duif koert hard en schor, een raaf antwoordt. De lucht is grijs en het weer voelt stemmig. Een nieuwe dag is begonnen en ik lees weer, zoals alle werkdagen, de teksten van de dag. Mijn poging om iets te vinden in de oude wijsheid, voor ik van alles vind van de wereld om me heen, van mezelf, van anderen en vooral; voor ik van alles vind van wat ik moet doen.

Een beeld van macht en identiteit

Tot mijn verrassing staat er in het oude wetboek van het Joodse volk, waar een fragment van gelezen wordt vanochtend, een voorschrift voor het geval het volk een koning wil zoals de andere volken. Ik herinner me dat in een latere fase hier een hoop shit over ontstaat. Omdat de Maker not amused is als het volk niet langer direct onder een open hemel, onder God wil leven, maar een beeld van hun macht en identiteit wil hebben. Iemand met macht en aanzien en verbinding; een koning. Hier wordt het al genoemd en lijkt het prima.

Er zijn alleen een aantal voorschriften. ‘Hij mag er niet teveel paarden op na houden’ – ik zie het vriendinnetje uit mijn jeugd, fan van alles wat paard was, al de wenkbrauwen fronsen. Maar dit waren natuurlijk geen my-first-pony’s of lieve rijdieren. Paarden waren macht. Misschien moet er staan dat hij er niet teveel tanks en straaljagers op na mag houden en in dat geval is Koning Willem van ons land een schoolvoorbeeld van een koning.

Ook mag hij niet teveel zilver en goud vergaren (ja, Willem, inleveren die gouden koets – kom maar op de fiets. Echt hè). Hij moet de rollen met de goddelijke wetten bij zich houden en er alle dagen van zijn leven in lezen. Dat moeten we Willem Alexander eens vragen, maar wie weet.

Een poging onze nationale identiteit vorm te geven

Ik heb niet zoveel met dat koningshuis. Je kunt het op een fantastische manier doen en je kunt het op een lelijke manier doen. Maar uiteindelijk is het een poging om nationale identiteit vorm te geven en dat is prima, maar niet belangrijk. Of zoals staat in de nieuwsbrief van het Jeanette Noelhuis, een christelijke leefgemeenschap waar openlijk vluchtelingen zonder papieren worden opgevangen: ‘Onze loyaliteit aan het koninkrijk van God is groter dan het onze loyaliteit aan het koninkrijk der Nederlanden.’

Noem het theocratisch of fundamentalistisch of niet geïntegreerd. Ik ben wel blij met mensen die een geweten ontwikkelen, want dat is het. Zelf het goede zoeken, eigen verantwoordelijkheid tegenover de Maker. Eigenlijk een teken van een koning, trouwens. De koning had niemand om naar te luisteren, want hij had zelf de macht, zeker toen. Is nu een tikkie anders. En hij moest dat wetboek elke dag lezen om zijn geweten te scherpen. Hij mocht niet teveel paarden, tanks of vliegtuigen hebben zodat de macht niet naar zijn hoofd zou stijgen en zijn geweten zou uitschakelen. Hij moest niet veel geld hebben, want ook dat werkt op de een of andere manier storend voor de korte golfverbinding tussen de mens en zijn of haar geweten.

Koninklijk geweten

Dat geweten, dat de mensen van het Jeanette Noelhuis ontwikkelen in hun zorg voor de vreemdeling zoals dat heet, dat is het koninklijk geweten. Het is aan mij om niet teveel macht te verzamelen, niet teveel geld en dagelijks in dat oude wetboek te lezen. Want het is mijn taak om koninklijk te handelen. Het is mijn wereld waarin ik aan niemand verantwoording schuldig ben uiteindelijk dan aan de macht die de hemel een aarde maakte, als een koning. Dat is het idee van christendom.

Totale nivellering, niet alleen van geld maar juist van macht en positie. Jezus van Nazareth maakt zijn volgelingen koning, priester en profeet. Opdat ze handelen alsof er niemand boven hen staat, weten dat teveel macht en geld ruis veroorzaakt op je geweten en de teksten blijven lezen om scherp te blijven en zichzelf niet te verliezen.

Liefdadigheid naar vermogen

Zo werkt het, merk ik als ik Paulus lees die aan het kerkje in Korinthe vraagt of ze een duit in het collectezakje willen doen voor de club in Jeruzalem. Die hebben het zwaar en zij kunnen wat missen. Paulus dringt fors aan, maar zegt: ‘Liefdadigheid naar vermogen is welkom, er wordt van niemand verwacht dat iemand geeft wat hij niet heeft. Voor het ogenblik vult uw overvloed hun gebrek aan, een andermaal zal hun overvloed uw gebrek verhelpen. Zoals dat vroeger ging: hij die veel verzameld had, had niet teveel en hij die weinig verzameld had, niet te weinig’.

Paulus citeert daar een oud fragment over een broodwonder in de woestijn, maar wat toen een wonder was, is nu een opdracht. Nivelleer als een malle, uit vrije wil, opdat het niet naar je hoofd stijgt of het gebrek je nekt. Verdeel en heers. Niet verdeeldheid zaaien, zodat jezelf de macht houdt, maar verdeel wat je hebt en heers dan samen. Zo verandert de wereld.

1 Samuël 8:1-22

Handelingen 6:15 – 7:16

Lucas 22:24-30