Nee, er is geen ander, liefje, echt niet

Nee, er is geen ander, liefje, echt niet

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Nee, er is geen ander, liefje. Echt niet.

Het is een warme donderdagochtend, heel in de verte houdt een groep eenden een concert, tenminste zo klinkt het. Onophoudelijk, ritmisch en verder zonder enige pretentie wat melodie betreft. De lucht is licht, de dag wacht en de teksten liggen open voor mijn neus.

De week is gericht op herinneren, lijkt het. Gedenken, niet vergeten. Wortels aanbrengen, opdat we niet als snijbloemen in een vaas verdorren met de voeten in een overvloed aan levengevend water. Wat is er gebeurd, wat is jou allemaal aangedaan, wie heeft jou allemaal liefgehad, waardoor je bent wie je bent. En niet alleen de vraag wie mij heeft liefgehad, maar hoe zijn mijn ouders ingebed, en hun ouders? Wat heeft hen overeind gehouden in donkere tijden, wat maakte dat zij hun werk volhielden, wat geloofden en hoopten zij en heb ik daar iets mee te maken?

Prent het in uw hart

In de oudste tekst van vanochtend wordt het Joodse volk in het vroegste stadium van haar bestaan gezegd: ‘Ga de oude tijden maar na die u zijn voorafgegaan, is er ooit zoiets groots gebeurd?’ En dan wordt er verwezen naar het moment dat hun God vanuit een vuur spreekt, dat ze bevrijd worden uit Egypte. ‘Gij hebt die mogen aanschouwen om tot de erkenning te komen dat Jahweh uw God is, er is geen ander dan Hij. Prent het in uw hart, Jwhw is uw god in de hemel boven en op de aarde beneden. Er is geen ander.’ Het is alsof een geliefde tegen de ander zegt: Nee, er is geen ander liefje, echt niet. Er is geen ander. Jij bent het. Helemaal. Echt.’

Deze godheid verlangt geen gehoorzaamheid en belooft geen return-on-investment, hij wil een soort liefde. Wel een ongelijksoortige, want de één is de wereldgeest, de maker, de schepper. De ander een volk – maar toch, het gaat om liefde. En dat is uniek in religieuze zin. Al die andere volken hielden ook van hun godheden, maar er is iets fundamenteel anders in dat Joodse volk.

Goden die niet leveren dumpen

Rene Girard, een van de grootste Franse wetenschappers, komt na gedegen onderzoek tot ontsteltenis van het intens-seculiere en verlichte Frankrijk, tot de conclusie dat hij zich christen moet noemen. Ondanks een moeizame relatie met andere christenen en wat zij van dat geloof maken. Hij schrijft dat bij de omliggende volken de goden werden gedumpt als ze niet leverden. Een volk dat werd veroverd en weggevoerd, flikkerde zijn goden weg als zinloos en nutteloos en nam die van het nieuwe volk aan of kwam op andere manieren aan werkende goden.

Een laptop en een telefoon kunnen totaal onmisbaar zijn. Heilig, al je wachtwoorden, je leven, je zonden, je stiekeme foto’s die niemand ooit mag zien, alles is eraan toevertrouwd en daar mag niemand aankomen, niet zomaar. Maar werkt ‘ie niet? Weigert die dienst? Loopt hij vast? Dan wordt de telefoon vloekend weggedonderd. Hoge verwachtingen en bijbehorende hoge graad van woede als er niet geleverd wordt. ‘Waardeloos’, schrijven we dan in recensies online. Als het apparaat écht gefaald heeft, één ster, maximaal. Weg ermee.

Zo gaan de volken met hun goden om. Je investeert, vertrouwt alles eraan toe, er zijn er die zelfs hun kinderen offerden om zo te zorgen dat er voor het land en de rest van het gezin leven was – en als zo’n God dan niet levert, wegkieperen. Zo ging dat, zo gaat dat waarschijnlijk nog steeds. Bij apparaten, in relaties, in spiritualiteit, bij ouders of in ander familieverband. Zo kán het gaan.

God-en-wereld als centrum

Behalve bij dat Joodse volk. Die doet het anders. Die wordt weggevoerd naar verre landen, eigen land in puin geschoten, niemand lijkt te redden. Ze worden bespot en veracht en staan machteloos, omdat niemand redt en niet de God wordt gedumpt, beschimpt, veracht, maar zijzelf. ‘Heer, wij hebben gezondigd, we hebben gefaald, wij zijn ontrouw geweest.’ Niet God is de slechtwerkende Iphone, maar het volk.

Aan de mens is zoveel toevertrouwd: van geheimen en schoonheid en mysterie en vertrouwen en hoop. En de mens loopt er steeds mee vast, de mens weigert dienst, is onbetrouwbaar. Dat is de unieke bijdrage van de joods-christelijke cultuur, niet geleefd en ontdekt door zovelen binnen die cultuur. Maar de mensgerichtheid en de Godheid, de spiritualiteit, de ander die jou moet dienen, wordt vervangen door God-en-wereld als centrum. Die God wil een ander soort wereld en vertrouwt zijn geheimen en zichzelf aan de mensen toe. Nu maar hopen dat ze werken en het een beetje doen.

Voor iedereen te zien en te lezen

En ja, er is nogal gefaald, maar er is ook altijd gewerkt. Dat Joodse volkje heeft een geweten de wereld ingeholpen dat onomkeerbaar is. Die vroeg-christelijke moraal is diep gebeiteld in de menselijke geest en gaat niet meer weg. Paulus zegt vanochtend in de teksten dat hij geen aanbeveling nodig heeft voor zijn werk, want ‘gijzelf zijt onze aanbeveling geschreven in ons hart, maar voor iedereen te zien en te lezen.’

Rene Girard heeft hen gezien en gelezen en zich toevertrouwd aan dit verhaal. Nu wij nog, en wel met deze intentie: Dat als er iets of iemand als gebruiksvoorwerp geduid mag worden, dat wij gevraagd worden dat te zijn – opdat de wereld verandert – ons toevertrouwend aan die ene die vraagt of je niet een ander hebt. Nee, my dear, er is geen ander. Echt niet. Ik ben alleen wat gemakkelijk afgeleid. Even met mijn hoofd er niet bij. Maar ik ben er. En als ik er niet was, dan ben ik er nu.

Deuteronomium 4:32-40

2 Korintiërs 3:1-18

Lucas 16:1-9